Openhartig gesprek

Een vergeten radio-interview kan opeens een fascinerend document humain worden.

Een lezer die mijn stukje over de onlangs gestorven Anil Ramdas had gelezen, maakte me attent op een uitzending van Oba Live, een talkshow op radio 5. Het was op 31 juli 2009 uitgezonden en betrof een gesprek tussen gastheer Stephan Sanders en zijn vriend Anil Ramdas. Ik had de uitzending niet gehoord – en ook nooit iemand gesproken die het wél gehoord had. Ik hoefde op Google maar ‘Sanders Ramdas Oba’ in te tikken om de schade in te halen.

Een kleine drie jaar voor Ramdas’ zelfgekozen dood ontspon zich in het openbaar een zeldzaam openhartig gesprek over bloei en verval van een vriendschap. Sanders stuurt het gesprek, er zijn momenten waarop hij Ramdas min of meer ter verantwoording roept. Ramdas reageert vaak beduusd.

Als een van hun gasten had ik hen meegemaakt in hun tv-programma Het Blauwe Licht, dat in de tweede helft van de jaren negentig door de VPRO werd uitgezonden. Het leek me een perfect op elkaar ingespeeld duo, schrandere jongens die diepgaand over tv-beelden discussieerden. Achteraf blijkt dat een goed opgetrokken façade. Daarachter woedde een strijd tussen uiterst ambitieuze ego’s.

Zij hadden elkaar in 1986 leren kennen. Vriendschap op het eerste gezicht. Ze bewonderden elkaar en werkten beiden voor De Groene Amsterdammer. Toen Sanders in 1992 terugkwam uit Amerika, merkte hij dat Ramdas opeens ‘wereldberoemd’ was geworden. Ramdas had in Zomergasten gezeten en was, zoals Sanders zegt, nu ‘de beroemdste allochtoon van Nederland’. „Heb jij nooit gevoeld dat dit voor mij jaloersmakend was”, zegt hij in het Oba-gesprek, „jij was de echte neger, ik was fake.”

Het zaad van de afgunst was gestrooid en het zou opkomen tijdens hun samenwerking voor Het Blauwe Licht. Sanders: „Mijn psychiater zei: het is één grote concurrentieslag en jij verliest het. Het was het einde van onze zorgeloze vriendschap.” Ramdas: „Ja, we zaten elkaar af te troeven.” Sanders: „Peter van Ingen (VPRO-redacteur) had een grote hekel aan mij, hij plotte tegen mij, jij plotte ook tegen mij, en dat was het einde van de vriendschap. Ramdas: „Nou, einde…van de loyaliteit.”

De VPRO wilde alleen met Ramdas als presentator verder, maar uiteindelijk verdween het hele programma. Ramdas vertrok voor drie jaar naar India als NRC-correspondent. Hij vertelt openhartig over die tijd. Hoe eenzaam hij er zich voelde en hoe hij steeds meer aan de drank raakte. Sanders: „Waarom zette je je huwelijk op het spel?” Ramdas: „Ik zette mezelf op het spel, ik heb een ongelofelijke neiging tot destructief gedrag.”

In die periode ontstond een nieuw struikelblok: Ayaan Hirsi Ali. Sanders bewonderde haar, Ramdas haatte haar. Sanders: „Jij was jaloers op haar als allochtoon, zij heeft jouw plaats ingenomen.” Ramdas: „Je overpsychologiseert. Ik vond haar een hysterische, aanstellerige vrouw.” Sanders: „Dat was de breuk.” Ramdas: „Jij verdedigde iemand die ik verwerpelijk vond.”

Hier moet ik, als het mag, even tussenbeide komen. Ik geloof dat Sanders op dit punt Ramdas te weinig eer geeft. Ramdas’ weerzin jegens Ayaan was in overeenstemming met zijn consequent beleden afkeer van het fortuynisme en al het populisme dat daaruit voortsproot.

Toch werd de vriendschap niet opgezegd. Ramdas: „Omdat ik vriendschap met familiebanden verwar.” Sanders: „We zijn broers.”