Nieuws en politieke deals aan de bar

Nieuwspoort is al vijftig jaar de ontmoetingsplaats voor politici en journalisten. Hier werd politieke geschiedenis geschreven. Maar de nieuwe generatie gaat liever om zes uur naar huis.

Om vier uur is de sociëteit van Nieuwspoort, het Haagse perscentrum, nog bijna leeg. Een stuk of tien vrouwen staan deze woensdagmiddag aan de bar en drinken een glaasje witte wijn. Ze werken bij de gemeente Almere en zijn uitgenodigd voor een rondleiding in de Tweede Kamer. Maar ze konden volgens hun gids niet terug de trein in zonder nog even Nieuwspoort te bezien. „Dat hoort er nou eenmaal bij.”

Deze week is het feest in het perscentrum in het Tweede Kamergebouw, aan Lange Poten nummer 10. Nieuwspoort bestaat vijftig jaar. In Nieuwspoort is vaak politieke geschiedenis geschreven. Tijdens een persconferentie in maart 2002 kreeg Pim Fortuyn hier een taart in zijn gezicht gegooid. In mei 2006 kondigde Ayaan Hirsi Ali er aan zich terug te trekken uit de Nederlandse politiek. Maar echt bekend is Nieuwspoort om de sociëteit. Dat is de plek waar journalisten, politici, voorlichters en lobbyisten elkaar op informele wijze kunnen treffen. Alleen leden, ‘poorters’ worden ze genoemd, mogen er komen, al wordt dat beleid niet al te streng gehandhaafd.

Een lidmaatschap is niet meer zo belangrijk als vroeger, denkt een lobbyist. Hij zegt dat deals tegenwoordig net zo vaak worden gesloten in het Kamergebouw als in Nieuwspoort. Toch is hij een kort geleden lid geworden. „Wekenlang zeik je Kamerleden soms aan hun kop. Dan is het toch prettig om ze met een biertje erbij te kunnen bedanken voor wat ze voor je hebben gedaan.” Hij vertelt het op de gang, net buiten de sociëteit en haast zich vervolgens te zeggen dat hij niet met zijn naam in de krant wil. „Ook al geldt de Nieuwspoortcode hier technisch gezien niet.”

De Nieuwspoortcode is de ongeschreven regel dat gesprekken die in de sociëteit worden gevoerd niet met bronvermelding naar buiten mogen komen. Ook hoort er niet geschreven te worden over gedrag van politici (Wie praat met wie? Wie hangt er ladderzat aan de bar?). Een schandaaltje dat wel naar buiten kwam, was toen Hero Brinkman in september 2009 ruzie kreeg met een barman van Nieuwspoort. Die wilde het PVV-Kamerlid geen alcohol meer schenken, waarna Brinkman de barman zou hebben geslagen. Brinkman ontkende een klap te hebben gegeven, maar bood zijn excuses aan voor zijn gedrag en verklaarde een drankprobleem te hebben.

De sociëteit begint inmiddels vol te lopen. Wouke van Scherrenburg, oud-verslaggever van Den Haag Vandaag, drinkt een kopje koffie. Zij wil best met haar naam in de krant. „Na mijn werk ging ik bijna altijd naar Nieuwspoort. Daar kon je napraten over hoe het werkelijk zat. Toen ik nog bij De Gelderlander werkte holde ik geregeld om tien uur nog terug naar de redactie om een stuk aan te passen.” Is Nieuwspoort door de jaren heen veranderd? „Vroeger waren er veel meer journalisten. Ik schrik ervan wat er hier vanavond aan de bar staat. Ik zie alleen maar lobbyisten en mensen uit het bedrijfsleven.”

Een grote verandering was ook de verhuizing van Nieuwspoort. De eerste dertig jaar, vanaf de oprichting in 1962, zat het perscentrum in een voormalig vioolbouwershuisje aan de Hofcingel 12 in Den Haag. Na een verbouwing in 1992 werd dit adres onderdeel van de Tweede Kamer. Nieuwspoort verhuisde daarna naar Lange Poten 10. Dat is twintig jaar geleden, maar veel oudere poorters denken nog steeds met weemoed aan het oude adres. Een veelgehoorde opmerking: Aan de Hofcingel was het eten beter.

Tot opluchting van Van Scherrenburg wordt het later op de avond toch nog ouderwets gezellig. Maar, zegt ze, er is wel een „nieuwe generatie journalisten en Kamerleden” opgestaan. „Ze gaan het liefst om zes uur naar huis.” Na het werk nog even Nieuwspoort aandoen is niet meer gebruikelijk. „De meeste debatten zijn ook eerder afgelopen dan vroeger”, zegt ze. Vanavond overigens niet. Terwijl er ’s avonds in de Kamer nog gepraat wordt over het passend onderwijs, gaan de eerste lobbyisten al naar huis. „Maar ach,” zegt één van hen, „donderdag zien we elkaar allemaal weer.”