Leraren kunnen roepen wat ze willen

Het kabinet negeert massaal lerarenprotest. Passend onderwijs gaat door en de bezuiniging blijft. Wil Den Haag te veel te snel?

Amsterdam 6-3-2012 Leraren in staking in de Amsterdam Arena, tegen de bezuinigingen op speciaal onderwijs. Ondanks de reden van de staking hangt er een opgetogen stemming. Foto Floren van Olden

Komt het ooit nog goed tussen politiek Den Haag en het onderwijs? Gistermiddag protesteerden 50.000 leraren tegen bezuinigingen op het passend onderwijs. Gisteravond debatteerde de Tweede Kamer over dit onderwijs voor kinderen met leerproblemen. Netto resultaat: de coalitie komt de boze docenten op geen enkel punt tegemoet.

De bezuiniging van 300 miljoen euro gaat gewoon door. De invoering van het passend onderwijs, waarbij zorgleerlingen zoveel mogelijk binnen gewone scholen worden opgevangen, wordt niet uitgesteld, zei minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) na het debat.

Intussen zijn de verhoudingen tussen enerzijds VVD en PVV en anderzijds de Algemene Onderwijsbond (AOb) compleet verziekt. Vooral Ton Elias (VVD) is bij de bond en een deel van de leraren de gebeten hond. Elias op zijn beurt was gisteren tijdens het debat zichtbaar woedend over de wijze waarop de tegenstanders van het kabinet hun standpunt uitdragen. Hij verweet de AOb „groteske stemmingmakerij”.

Waarom staan de coalitie en een groot deel van de leraren met rode hoofden naar elkaar te schreeuwen? Om te beginnen omdat ze het niet eens zijn over het effect van de bezuinigingen op het passend onderwijs. Bijvoorbeeld: de AOb zegt dat 6.000 mensen hun baan zullen verliezen. De regeringspartijen houden het op zo’n 5.000, van wie de helft verdwijnt door natuurlijk verloop.

Verder is voor het onderwijs het glas half leeg en voor de coalitie half vol. VVD, CDA en PVV benadrukken dat het speciaal onderwijs de 70.000 plaatsen voor leerlingen behoudt. Dat kan zo zijn, zeggen oppositie en leraren, maar omdat er wordt bezuinigd, worden de klassen wel groter. Dat is slecht voor het onderwijs. Ja, er wordt bezuinigd, beamen de coalitiepartijen. Maar de overheid geeft straks nog altijd even veel geld uit aan zorgleerlingen als in 2005. Toen waren we toch geen onbeschaafd land?

Nou, de tijden zijn veranderd, zeggen de tegenstanders. Diagnostische methodes zijn verfijnd. Daardoor worden problemen beter opgespoord. Vallen deze kinderen straks niet buiten de boot?

Als de ene partij de apocalyps schildert en de andere het Elysium met hier en daar een wolkje, dan is het moeilijk om tot een vergelijk te komen.

Overigens vinden ook de oppositiepartijen dat de manier waarop het onderwijs voor zorgleerlingen nu is ingericht, onbetaalbaar is geworden. De almaar groeide kosten moeten worden beteugeld. Maar omdat de daarvoor benodigde stelselwijziging wordt gecombineerd met een bezuiniging, loopt het hele project nu gevaar, vinden zij.

PvdA-woordvoerder Jeroen Dijsselbloem plaatste gisteren de plannen van het kabinet in historisch perspectief. Hij was voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie die in 2008 een kritisch rapport publiceerde over eerdere onderwijsvernieuwingen. Bij alle veranderingen in de jaren negentig – studiehuis, tweede fase – was sprake van een lang politiek voortraject, gevolgd door een zeer snelle invoering, aldus Dijsselbloem. „Kortom, veel tijd voor onszelf en weinig voor het onderwijs.”

Diezelfde fout wordt nu opnieuw gemaakt, zegt hij. Politici praten sinds 2005 over de invoering van passend onderwijs. Maar als de wet straks door het parlement is aangenomen, moeten de scholen er komend schooljaar meteen mee aan de slag. Dat is te snel, vindt Dijsselbloem.

Minister van Bijsterveldt, die morgen de Kamer antwoordt, wil van verder uitstel niet weten. Op verzoek van de SGP, nodig voor een meerderheid in de senaat, beginnen de bezuinigingen en de invoering van het passend onderwijs al een jaar later.

En zo zullen schoolbestuurders en leraren na de zomer waarschijnlijk aan de slag moeten met de nieuwe regels. In september 2013 moet het passend onderwijs van start gaan. Veel leraren, de mensen die het moeten gaan doen, zien die verandering niet meer zitten.

Of dit nu komt door de retoriek van de vakbond of door gebrekkige communicatie van het kabinet, is eigenlijk niet relevant. De grootste onderwijsvernieuwing sinds de jaren negentig vindt plaats met een beperkt draagvlak. Wat zou een parlementaire enquêtecommissie in 2020 daarvan zeggen?