‘Leger Syrië maakt slachting nu af’

Vanuit Syrië sijpelen de verhalen door over de val van de opstandige wijk Baba Amro, in Homs. In een ziekenhuis in Libanon vertellen vluchtelingen en rebellen over de strijd.

In een ziekenhuis in Noord-Libanon ligt Abdullah Ben Zubair, een 31-jarige imam uit de opstandige wijk Baba Amro in de Syrische stad Homs. Hij kon twee dagen geleden ontsnappen, maar werd onderweg in zijn been geschoten.

Van zijn familie heeft hij geen nieuws meer, sinds die 25 dagen eerder vertrok uit de belegerde en gebombardeerde wijk. „Ik ben achtergebleven om te helpen. Ik vond dat het mijn plicht was als imam.”

Sinds het Syrische leger vrijdag Baba Amro binnentrok, is er nog weinig betrouwbare informatie. Het Rode Kruis mag de wijk nog steeds niet binnen, ook al had het formeel groen licht gekregen van het regime. „Ze moeten eerst de slachting afmaken”, zegt Ben Zubair.

Volgens Ben Zubair is Baba Amro eerst geplunderd door de bewoners van een naburig dorp dat loyaal is aan het regime. Hij zegt ook dat hij weet heeft van drie moordpartijen. „Van de familie Khattab zijn twee mensen gedood, van de familie Fardous drie. In het dorp Jobar zijn een hoop mannen een koelkamer binnengedreven die ze vervolgens hebben opgeblazen. Hoeveel precies weet ik niet.”

De verhalen over de val van Baba Amro sijpelen binnen naarmate meer vluchtelingen richting Libanon trekken. Volgens de VN zijn de afgelopen dagen zo’n tweeduizend Syriërs de grens overgestoken. De meest recente vluchtelingen komen uit Al-Qusair, een dorp halverwege de grens en Homs, dat blijkbaar het nieuwe doelwit is van het offensief tegen de opstandelingen van het Vrije Syrische Leger.

Abu Barri, zoals hij genoemd wil worden, was de eerste die een veldhospitaal opzette in Baba Amro toen de gevechten in oktober begonnen. Hij ligt nu in een andere kamer in het ziekenhuis in Noord-Libanon, waar precies mag niet bekend worden. Libanon was dertig jaar bezet door Syrië en het regime van president Assad heeft er nog altijd medestanders tot in het staatsapparaat.

Abu Barri is bouwvakker, maar het beleg van Baba Amro was een medische spoedopleiding. De afgelopen maand deed hij zelfs operaties, zegt hij. „Geen ingewikkelde natuurlijk, maar armen en benen, ja. Ik heb goed opgelet wat de dokters deden.”

Op 26 februari werd zijn veldziekenhuis uitgeschakeld door mortiervuur. Kort daarna schoot een sluipschutter hem in zijn been. Een week geleden konden rebellen hem naar Libanon smokkelen.

Dat nog maar weinig informatie uit Syrië komt, komt ook doordat veel burgerjournalisten uit Baba Amro zijn gevlucht. In een restaurant in Tripoli zitten Omar Shakir (21) en Basil Fouad (30), mede-oprichters van het mediacentrum van Baba Amro, waar de Amerikaanse journaliste Marie Colvin en de Franse fotograaf Rémi Ochlik op 22 februari werden gedood. „In het begin zaten er 21 man in de mediaploeg”, zegt Shakir. „Van hen zijn er nu drie dood.” Voor activisten als Shakir en Fouad is de val van Baba Amro een zware klap. „Toen wij begonnen met livestreamen (doorgeven van video over het internet, red.) dachten wij dat het een kwestie van dagen zou zijn”, zegt Shakir. „Het kon niet anders of de beeldenzouden de internationale gemeenschap overtuigen om in te grijpen. Maar na een tijdje beseften we dat de wereld alleen toekeek. Ze willen Assad wel weg, maar ze willen ons niet helpen.”

Ze nemen nog niet de wapens op. „Wij zijn mediastrijders”, zegt Fouad. „In een revolutie doet iedereen wat hij het beste kan.” Shakir wil snel terug naar Syrië. „Ik geloof nog altijd in wat wij doen. Toen Assads vader in 1982 tienduizenden mensen vermoordde in Hama wisten de regeringen wel wat er aan de hand was, maar de mensen niet. Nu is iedereen op de hoogte. Alleen lijkt het veel langer te duren dan we hadden gedacht.”

Ook de rebellen van het Vrije Syrische Leger moeten zich bezinnen op de toekomst. Wadi Khaled is een sunnitisch dorp in Libanon, pal op de grens waar veel Syrische vluchtelingen en rebellen een onderkomen hebben gevonden. Talkalakh in Syrië ligt op een steenworp afstand. Het is in regeringshanden.

„Vorige week hebben we Talkalakh moeten opgeven omdat het leger het dorp met artillerie beschoot”, zegt een rebel. Net als de meeste rebellen is hij een regeringssoldaat die is overgelopen naar de opstandelingen.

Het vertrek uit Talkalakh was een ‘tactische terugtrekking’, net als Baba Amro. De tactiek lijkt niet zo goed te werken: in de wijken waar de rebellen de controle hebben, wordt de burgerbevolking vroeg of laat het slachtoffer. Als het regime zegt dat de „terroristen” zich verschuilen achter de burgerbevolking is dat niet helemaal gelogen.

„We moeten iets anders verzinnen”, erkent de rebel. „Misschien moeten we het leger en de shabiha (regeringsgetrouwe milities) direct aanvallen in plaats van in de wijken te blijven en te wachten tot wij worden aangevallen.”