'Kandidaat Paul is een levende advertentie'

Waarom geven de verliezers niet op nu de strijd bij de Republikeinen bijna over is? Jim Turney, adviseur van een van hen, Ron Paul, legt dat uit.

Ron Paul is de grote verliezer van Super Tuesday en daar hij heeft alle vrede mee. Natuurlijk, het 76-jarige Congreslid wil graag president worden, maar hij heeft nog een ander, groter doel met de voorverkiezingen. Hij wil het libertaire gedachtegoed – weinig overheid, veel persoonlijke vrijheid – een stroming maken die niet langer valt te negeren.

Paul slaagt daar wonderwel in, zegt Jim Turney, een oude vriend. Turney was voorzitter van de Amerikaanse Libertarian Party toen Paul in 1988 hun kandidaat was voor het presidentschap. Het werd een deceptie en Paul stapte over naar de Republikeinse Partij. Maar een standvastige libertair is hij altijd gebleven.

In de ruim dertig jaar dat hij hem nu kent is Paul geen spat veranderd, vertelt Turney in Den Haag, waar hij spreekt op uitnodiging van de JOVD en de Libertarische Partij van Nederland. „Hij is nog altijd de slechte spreker van toen, die nooit een zin af maakt. Mijn adviezen om een coach te nemen heeft hij altijd genegeerd”, lacht Turney.

Maar dat is ook meteen de aantrekkingskracht van Paul, zegt zijn medelibertair. Kiezers vinden hem authentiek.

U zegt dat de campagne van Ron Paul een succes is. Maar hij heeft tot nu toe overal verloren.

„Zoals Ron Paul zelf telkens zegt: het draait niet om hem, maar om zijn ideeën. Hij is niet zozeer een kandidaat, hij is een beweging. Ron Paul is een levende advertentie voor de Libertaire agenda. Dat gaat heel goed.”

Waar blijkt dat uit?

„Het enthousiasme van jonge Amerikanen voor Paul is overweldigend. Als alleen wordt gekeken naar de stem van kiezers tot dertig jaar, dan was hij tot Super Tuesday in alle staten de populairste kandidaat, behalve in Florida.”

Hoe verklaart u dat? Ron Paul is de oudste deelnemer aan de Republikeinse voorverkiezingen en hij herkauwt al decennia dezelfde standpunten.

„Juist omdat hij zo consistent is, krijgt hij veel respect. Hij mag dan niet winnen, maar hij waait niet met alle winden mee, zoals bijvoorbeeld Newt Gingrich. Jongeren waarderen dat. Bovendien beseft deze generatie dat de welvaartstaat bakken met geld kost terwijl ze er zelf nooit van zullen profiteren. Ze zien dat we in een crisis zijn beland door de enorme overheidsuitgaven.”

Afschaffen dan maar?

„Binnen de Libertarische partij zijn anarchisten, maar de meeste van ons willen vooral een kleinere overheid. Minder bemoeienis met ons privéleven, minder belastingen, geen dure oorlogen. Dat is waar Ron Paul voor staat.”

De campagne van Ron Paul onderscheidt zich, vriendelijk gezegd, door de informele sfeer.

„Het is een ongeregelde bende. Veel evenementen worden buiten de officiële campagne om georganiseerd. Wie een idee heeft kan het uitvoeren. Niet alles werkt, maar sommige initiatieven zijn een succes. De ‘money bombs’ bijvoorbeeld, dagen waarop vrijwilligers donaties inzamelen. Ron Paul drijft op kleine donaties.”

Bij de top van de Republikeinse partij is Ron Paul niet bepaald populair.

„Er is geen liefde tussen Ron Paul en de Republikeinse partij. In het Congres stemt hij vaak tegen maatregelen waar de rest van de partij voor is. Ron Paul wijst altijd op de grondwet. Als iets volgens de grondwet geen taak van de federale overheid is, dan stemt hij tegen. De Republikeinen worden gek van hem. Niet voor niets is zijn bijnaam ‘Doctor No’.”

Denkt u dat hij zich straks als onafhankelijke kandidaat gaat afsplitsen?

„Alles is mogelijk. Voor Ron Paul geldt dat hij bij alles denkt aan het promoten van de Libertaire agenda. Hij heeft al meer ruimte voor onze ideeën gewonnen dan ik ooit voor mogelijk hield. En vergeet niet, zijn zoon Rand Paul zit inmiddels in de Senaat. Verkozen met hulp van de Tea Party, een beweging die veel van de punten van Ron Paul heeft overgenomen.”

Rand Paul for president?

„De Republikeinse partij is bang dat hij over vier jaar mee gaat doen. Velen zullen zeggen: Rand Paul is nog maar een jonge Senator, hij is kansloos. Maar vergeet niet, dat werd vier jaar geleden ook gezegd over Obama.”