Heel irritant en best ontroerend

Actors Tom Hanks (L) and Thomas Horn are shown in a scene from the Warner Bros. film "Extremely Loud & Incredibly Close" in this publicity photo released to Reuters January 24, 2012. The film was nominated for Best Picture for the 84th Academy Awards, announced January 24, 2012. The Oscar winners will be revealed in Hollywood on February 26. REUTERS/Francois Duhamel/Warner Bros Pictures/Handout (UNITED STATES - Tags: ENTERTAINMENT) NO SALES. NO ARCHIVES. FOR EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. THIS IMAGE HAS BEEN SUPPLIED BY A THIRD PARTY. IT IS DISTRIBUTED, EXACTLY AS RECEIVED BY REUTERS, AS A SERVICE TO CLIENTS REUTERS

Extremely Loud & Incredibly Close. Regie: Stephen Daldry. Met: Thomas Horn, Tom Hanks, Sandra Bullock, Max von Sydow. In: 80 bioscopen. ***

Jonathan Safran Foers boek Extremely Loud & Incredibly Close gaat over het jongetje Oskar – in de verfilming is hij elf jaar, in het boek negen. Zijn vader is een slachtoffers van 9/11. Een jaar na dato luistert Oskar nog steeds elke dag naar zijn negen afscheidsboodschappen op het antwoordapparaat.

Als hij tussen de spullen van zijn vader een zakje met een sleutel vindt, denkt hij dat de sleutel hoort bij iets wat zijn vader voor hem bewaarde. Op het zakje staat de naam Black, dus gaat Oskar op zoek naar alle ruim vierhonderd Blacks in New York. Een zoektocht die wordt bemoeilijkt door Oskars eigenaardigheden. Zelf vermoedt hij dat hij het syndroom van Asperger heeft, een hoogfunctionerende vorm van autisme. Dat kan: Oskar is een bijzonder jongetje. Net als zijn naamgenoot uit Günter Grass’ De blikken trommel, naar wie Foer hem vernoemde. Buitengewoon intelligent, met obsessief gedrag. Oskar heeft diverse preoccupaties, maar weet zich geen raad met emoties. Ook lijdt hij aan fobieën: zo durft hij geen bruggen over, vindt hij schommelen eng en reist hij niet per openbaar vervoer.

Het lukt Oskar niet zijn verdriet over de dood van zijn vader (Tom Hanks) te delen met zijn moeder (Sandra Bullock). Wel voelt hij een band met zijn zwijgende opa (Max von Sydow), een kluizenaar die het bombardement op Dresden meemaakte en sindsdien niet meer praat. Het levert een gekunstelde overeenkomst op: beiden zijn getekend door trauma en wijken sociaal af.

Het lukt Daldry, die wel raad weet met keurige boekverfilmingen (The Hours, The Reader), vrij goed het sentiment dat inherent is aan het verhaal te vermijden. Alleen aan het eind wordt het uitgemolken, als de muziek aanzwelt en Oskar zijn catharsis beleeft. De film melodrama of buitenissige personages verwijten, zoals her en der gebeurt, is vreemd; die zitten immers al in het boek.

Deze verfilming kreeg ook eenzelfde gemengde ontvangst als het boek van Foer in 2005 ten deel viel. Je bent geroerd of je voelt je gemanipuleerd. Of een beetje van beide. Alles ligt gevaarlijk dichtbij kitsch; de met zijn tamboerijn rammelende Oskar kan je soms wel schieten. Maar Daldry maakt hem ook innemend. Een symbool voor de hele film: soms strontvervelend en zeer ergerlijk, uiteindelijk best ontroerend.

P.7: waarom viel ‘Extremely Loud’ zo slecht bij de kritiek?