Genieten van chaos in een massasprint

Nog nooit won een renner zoveel koersen in zijn eerste profjaar als de Duitse sprinter Marcel Kittel in 2011. Dit jaar wacht hem het duel met wereldkampioen Cavendish.

Snelheid: 72,8 kilometer per uur. Het stond er echt, op de kilometerteller van Marcel Kittel. Hij weet het getal nog steeds, tot op de komma nauwkeurig. Vorige maand, in de zesde etappe van de Ronde van Oman, was Kittel in volle sprint met 72,8 kilometer per uur over de finish geraasd. Op een vlak stuk weg. Hij is er zelf nog van onder de indruk.

Marcel Kittel, een van de grootste talenten in het peloton, heeft dat de afgelopen tijd vaker gehad. Dat hij zichzelf verbaast. Pas vorig jaar ontdekte de Duitse renner van de Nederlandse wielerploeg Project 1t4i, het voormalige Skil-Shimano, dat hij goed kan sprinten. Hij kan het inmiddels zo goed dat zelfs Tourdirecteur Prudhomme al uitkijkt naar de duels tussen Kittel en Mark Cavendish – de beste sprinter ter wereld.

Ergens in Marcel Kittel schuilt een snelheidsduivel. Erover praten vindt hij niet makkelijk. Hij kiest zijn woorden aarzelend, op het terras van het hotel dat dient als trainingsbasis van Project 1t4i in het Spaanse kustplaatsje Altea. Want hij vindt het een beetje vreemd, genieten van gevaar. Toch glimmen zijn helblauwe ogen als hij over sprinten spreekt.

„Ik hou van chaos”, begint Kittel (23). „Van de chaos in een sprint raakt iedereen in de war. En dan komt het alleen op jezelf aan. De juiste positie zoeken, het goede wiel kiezen van een renner die voor je rijdt, ongelukken vermijden. Dat is ontzettend spannend.” De renner legt zijn hand op zijn hart. Dat begint bij de gedachte al sneller te kloppen. „Wow”, zegt hij. Kittel geniet zelfs van een surrogaatsprint in zijn hoofd.

Nog nooit won een eerstejaarsprof zoveel koersen als Marcel Kittel in 2011. Liefst 17 keer kwam hij als eerste over de finish. In augustus vorig jaar won hij ook de zevende etappe in de Ronde van Spanje, zijn eerste zege in een van de drie grote rondes.

In de straten van de Spaanse stad Talavera de la Reina wordt Marcel Kittel op 26 augustus 2011 op 200 meter van de finish afgezet door zijn ploeggenoot Tom Veelers. Kittel glipt op volle snelheid langs de Pool Golas, die plots van rechts naar het midden van de weg is komen zeilen, en komt op kop van het peloton. De Amerikaan Farrar wil achter de Duitser aan, maar ziet Golas over het hoofd. De twee schuiven onderuit.

De Spaanse sprinter Vicente Reynès heeft geen kans, met zeventig kilometer per uur. Hij raakt Farrar, slaat over de kop en smakt met zijn helm tegen de grond. De rest van het peloton slaat over Reynès heen. Voor de crash steekt Kittel juichend zijn handen omhoog, achter hem vliegen nog steeds fietsen door de lucht.

„Het klinkt misschien gek, maar ik geniet van gevaar”, vertelt de renner. „Ik vind het heel spannend om vlak langs een gevaarlijke situatie in een sprint te sturen.” Over de gevolgen van een mogelijke crash denkt hij niet na. „Dat kan ook niet. Je mag niet bang zijn voor snelheid.”

Marcel Kittel was ruim een jaar geleden nog een bedeesde jongen van 22 toen hij kennismaakte met zijn nieuwe ploeg, vertelt zijn trainer Merijn Zeeman. De 1 meter 88 lange Duitser ziet er met zijn bekabelde benen, brede schouders en hoekige kaken dan wel uit als een geblokte topsprinter, hij was vooral nerveus. „Marcel was onzeker, hij vond het eng om de stap naar de profs te maken”, zegt Zeeman. Kittel keek op tegen de renners die hij van tv kende.

Marcel Kittel werd geschoold tot wielrenner op het Sportgymnasium in het Oost-Duitse Erfurt, een opleiding die voortkomt uit de befaamde sportscholen in de DDR. Het Oost-Duitse sportsysteem had die Wende grotendeels overleefd, vertelt Zeeman. „Marcel was gewend om vooral naar anderen te luisteren.” Kittels sprinttalent bleef onopgemerkt, ook bij zijn latere ploeg Thüringer Energie. In Erfurt werd hij gezien als tijdrijder en dus moest hij tijdrijden. Niet zonder succes overigens: op het WK in 2010 won hij een bronzen medaille bij de renners onder de 23 jaar.

Pas toen Kittel bij zijn nieuwe Nederlandse ploeg sprinttrainingen kreeg, bleek zijn aanleg. De renner is supersterk en kiest intuïtief de goede momenten om de sprint aan te gaan, vertelt Zeeman. „Maar zijn grootste kwaliteit is dat hij geniet van finales. Dat heb ik nog niet vaak gezien.”

In Maleisië, in de derde etappe van de Ronde van Langkawi in februari 2011, mocht Kittel van zijn team voor eigen succes gaan. Hij won direct, en stopte niet meer met winnen. Vier etappes in de Vierdaagse van Duinkerken. Vier ritzeges in de Ronde van Polen. En tot slot winst in de Vuelta, waarmee ook zijn ploeg voor het eerst won in een grote ronde.

De stille stayer ontbolsterde, elke spurt een beetje meer. Kittel werd gedwongen verantwoordelijkheid te nemen, moest zijn ploeggenoten coachen in de hectische slotfase. Hij werd er een zelfbewuste, extraverte sprinter van. „Zijn persoonlijkheid was in Duitsland een beetje onderdrukt. Marcel was een jongen die dacht dat alles altijd serieus moest zijn”, vertelt zijn trainer. Maar het bedeesde talent bleek van explosieve snelheid te houden, op te bloeien door nieuwe trainingen, te genieten van het reizen met de wielerkaravaan. „Die jongen is zo ontzettend veranderd”, lacht Zeeman.

De wielerwereld keek uit naar Kittels tweede seizoen. Zijn definitieve doorbraak werd verwacht, zijn team hoopte op een uitnodiging voor de Tour. De tegenslag kwam in januari uit onverwachte hoek, toen Kittel door het Duitse tv-programma ARD Sportschau in verband werd gebracht met doping. De renner stond op een lijst van sporters die bij de van dopingpraktijken verdachte arts Andreas Franke een bloedtransfusie had ondergaan, meldde Sportschau.

Kittel wist niet wat hem overkwam. Hij had als renner bij zijn oude ploeg in Erfurt Franke inderdaad bezocht. Franke was de arts van het olympisch steunpunt in zijn regio, Kittel was als jong talent verplicht de arts te bezoeken bij ziekte. In 2007 en 2008 had Franke hem behandeld met een methode die zijn weerstand zou verhogen. De arts nam een klein beetje bloed af, bestraalde dat met uv-licht en injecteerde het weer. De uv-methode stamt nog uit het Oostblok en is volgens experts omstreden, maar niet prestatiebevorderend. Bloedtransfusies waren bovendien in 2008 toegestaan, pas drie jaar later werd een verbod uitgevaardigd.

„Het was verschrikkelijk”, zegt Kittel. „Ik werd overal van beschuldigd, maar het was allemaal niet waar.” Zijn team bleef hem steunen, de affaire lijkt geluwd. „Maar het zit nog steeds in mijn hoofd. Ik zal er voor altijd mee verbonden zijn.”  In koers hoopt hij het te vergeten. Ballast kan de sprinter niet gebruiken.

Zijn zeges in het nieuwe jaar helpen daarbij, vertelt de renner. Een rit in de Ster van Bessèges, twee etappes in Oman. Trainer Zeeman: „Als Marcel zijn niveau van vorig jaar haalt, dan kan hij Cavendish kloppen. Cavendish is de grootste, de beste, de snelste, maar ook hij kan verliezen. En Cavendish is explosiever, maar Marcel heeft meer vermogen. ”

In Oman kwam wereldkampioen Cavendish al naar de tafel van team 1t4i om Kittel te feliciteren. Een jaar eerder moest Kittel er nog aan wennen, al die grote namen uit de Tour. „Ik vond het vreemd om plotseling tegen ze te sprinten. Maar nu weet ik waar mijn plaats is in het peloton”, lacht Kittel. Voorin, bedoelt hij.