Emoties in een masker van was

Albert Nobbs. Regie: Rodrigo García. Met: Glenn Close, Mia Wasikowska, Janet McTeer. In: 16 bioscopen.

Het eerste geheim is al geen geheim meer. Dat is dat Albert Nobbs, hoofdpersoon van de gelijknamige film van de in Hollywood werkende zoon van schrijver Garbriel García Márquez gespeeld wordt door Glenn Close en eigenlijk een vrouw is. Het tweede geheim is helaas ook al geen geheim meer, want actrice Janet McTeer, die in de film óók een als man vermomde vrouw speelt, werd evenals Close voor een Oscar genomineerd. Verkleedpartijtjes, daar is met bij de Oscars dol op.

McTeer is tevens de verassing van de film, want haar Hubert is sprankelend, ambigue en sexy. Bij haar leven kun je je, of je nu man of vrouw of iets daartussen bent, van alles voorstellen. Heel anders dan die arme steriele en verstarde Albert Nobbs, die al haar hele leven als ober in een hotel in negentiende-eeuws Dublin werkt. Glenn Close demonstreert een staaltje acteren op de vierkante millimeter. Haar emoties zijn afgemeten miniatuurtjes, geëtst in een masker van was. Want gemakkelijk is het niet: een rol van iemand die een rol speelt.

Het is een tragisch verhaal natuurlijk. Een vrouw die zich als man moet verkleden. Die niet zichzelf mag zijn omdat er anders geen werk is, en in Dublin aan het eind van de negentiende eeuw dreigt dan armoede en honger. Albert Nobbs beklemtoont de tragiek van de situatie, niet zoals andere beroemde travestiefilms als Tootsie de humor. Nobbs wil namelijk helemaal geen man zijn, met als gevolg dat zij met haar stijve kraag en korset nog meer in maatschappelijke conventies gevangenzit dan alle mannen en vrouwen om haar heen. De vraag is wie, of wat, zij dan eigenlijk wél wil zijn.

De geschiedenis kent veel verhalen van mensen die zich om wat voor reden dan ook als iemand van het andere geslacht hebben moeten voordoen. Voor Nobbs is het een economische reden. Als zij door de komst van Hubert ontdekt dat er in het leven misschien wel meer is dan alleen werk, durft zij voor het eerst haar droom onder woorden te brengen. Een eigen sigarenwinkeltje. Met een theesalon erachter. En dan ergens in een achterafkamertje misschien nog wel zoiets als een huiselijk leven. Met een vrouw.

Dat deel van de film lijdt onder z’n eigen ambivalenties. Is Nobbs homoseksueel? Aseksueel? Getraumatiseerd? Heeft zij zich zo met haar mannelijke rol geïdentificeerd dat ze zich er niet meer van kan bevrijden? Of zijn er in het leven gewoon zoveel tussenvormen tussen mannelijkheid en vrouwelijkheid, tussen gezinsleven en andersoortige relaties die niet in het strakke scenarioregime passen waarin Close, die zelf de roman van de Ierse schrijver George Moore tot script bewerkte, het verhaal goot?

In elke kamer van het hotel is er wel iemand die op een andere manier zijn seksualiteit beleeft, alleen Nobbs lijkt zichzelf maar niet te kunnen bevrijden. Met andere woorden: wie is Nobbs nu echt, behalve een tragische figuur die aan de sociale codes van haar tijd ten onder gaat?

Het drama dat aan die vraag ten grondslag ligt, is groter dan de film kan bevatten: is Nobbs bang voor armoe of voor intimiteit? De film lijkt naar dat laatste te neigen, met z’n nadruk op trauma, mishandeling en verkrachting. Maar voor een hedendaagse benadering van een onderwerp als ‘crossdressing’ (de niet-seksuele variant van travestie) is dat eigenlijk te beperkt.