Den Haag mag los over Vestia

Kamerleden spreken morgen voor het eerst over het drama Vestia. De 3,5 miljoen voor oud-topman Erik Staal moet terug.

In haar eerste werkweek als minister van Binnenlandse Zaken, kort voor Kerst vorig jaar, ontving Liesbeth Spies bezoek van Vestia. Slecht nieuws: de grootste woningcorporatie van Nederland stond op omvallen en dreigde andere corporaties mee te sleuren. In september vorig jaar had Vestia al ruim een miljard euro aan banken moeten storten, nu was opnieuw dringend 550 miljoen euro nodig.

De CDA-minister maakte een „zeer overrompelde” indruk, zeggen Haagse bronnen. Ze zag „witheet” van woede. Had Spies’ voorganger, Piet Hein Donner, zijn partijgenote wel volledig gebriefd over de ernst van de situatie? Of was Donner misschien zelf te druk met zijn overstap naar het vicepresidentschap van de Raad van State?

PvdA-Kamerlid Jacques Monasch wil dat morgen aan minister Spies vragen tijdens het eerste Kamerdebat over Vestia. „Het lijkt erop dat het straatje van Donner moest worden schoongeveegd”, zegt hij. De woordvoerder van Spies wil alleen kwijt dat de minister bij haar aantreden een overdrachtsdossier van Donner heeft gekregen: „En daarin ging het ook over Vestia. Daar laat ik het bij.”

De Tweede Kamer kijkt al weken uit naar het moment dat Spies in het openbaar verantwoording moet afleggen over de reddingsoperatie van Vestia. Zelf hebben de Kamerleden sinds eind vorig jaar een zwijgplicht. Ingrijpen van buitenaf, door toezichthouders of de overheid, kan voor banken een alarmsignaal zijn om direct miljarden op te eisen van Vestia. Het gaat om tijdelijke onderpandverplichtingen op renteverzekeringen (derivaten) omdat de rente is gedaald.

De SP en D66 vroegen vorige maand een Kamerdebat aan, omdat de zwijgplicht volgens hen onhoudbaar werd. „Op een gegeven moment was er ook geen onderscheid meer te maken tussen de vertrouwelijke informatie die de Kamer kreeg en wat al in kranten was uitgelekt”, zegt SP-Kamerlid Sadet Karabulut.

Vrij om te antwoorden is de minister morgen niet. Eigenlijk hoopte Spies dat de springladingen op de derivaten afgelopen maandag al onschadelijk zouden zijn gemaakt. Maar de onderhandelingen tussen Vestia en de banken zijn uitgelopen, bevestigen bronnen tegen NRC Handelsblad. Er dreigt nog altijd gevaar.

Waar het morgen over zal gaan, is de vraag wie de schuldigen van de financiële ramp bij Vestia zijn. En over de onschuldigen die er straks voor opdraaien. Ook al vloeien er voor honderden miljoenen aan bijgestort onderpand straks mogelijk terug naar Vestia, in de toekomst zal de ambitieuze corporatie het met minder geld moeten doen. Ten eerste kost het afbouwen van de berg aan risicovolle derivaten geld. De reddende „lening” van 1,7 miljard euro van de Waterschapsbank die Vestia opgetogen meldde, is in werkelijkheid niet zomaar een lening. De bank nam voor 1,7 miljard aan leningen met derivaten over van Vestia en gaf er 1,7 miljard aan ‘gewone’ leningen voor terug, bevestigen bronnen. In ruil betaalt Vestia een hogere rente.

De Waterschapsbank geeft geen commentaar, maar zegt algemeen dat „in een aantal gevallen” derivaten van klanten zijn overgenomen. Het wordt voor Vestia sowieso duurder om te lenen voor woningbouw nu de corporatie de rente niet meer kan drukken met financiële producten.

Een Kamermeerderheid eist verder de 3,5 miljoen euro terug die oud-directeur Erik Staal (60) bij zijn vertrek heeft meegekregen. „Te gek voor woorden”, vindt coalitiepartij VVD. „Onacceptabel”, zegt het CDA. Maar het protest lijkt vooral symbolisch. Het arbeidscontract van Staal zit hoogstwaarschijnlijk goed in elkaar, zodat er weinig te halen valt. Staal studeerde bedrijfsjuridisch en fiscaal recht en belastingkunde.

Een Kamermeerderheid is kritisch over de huurstijging van „gemiddeld ruim 9 procent” die Vestia wil doorvoeren. Concreet wil de corporatie de huur voor nieuwe huurders verhogen van 87 naar 95 procent van de maximaal toegestane huur volgens het landelijke puntensysteem. Een noodmaatregel; die 87 procent omschreef Vestia recent zelf als „marktevenwicht”, blijkt uit onderzoek van de Woonbond. Directeur Ronald Paping: „Toch opmerkelijk dat de woningmarkt in korte tijd zo veranderd is.” D66-Kamerlid Kees Verhoeven: „Ik ben niet tegen huurverhoging, wel als dat bedoeld is om achteraf zo’n probleem op te lossen.”

Voor een deel van de nieuwe huurders zal de huurstijging van 9 procent (95 gedeeld door 87 procent) overigens veel hoger uitvallen, volgens de huurdersvereniging van Vestia. De huren van huizen die al langere tijd aan één bewoner worden verhuurd, schommelen soms nog rond 75 procent van het maximum. Voor een nieuwe huurder kan de huurstijging dan oplopen tot 27 procent (95 gedeeld door 75).

Een andere huurverhoging die Vestia wil doorvoeren, 5 procent voor huurders met een inkomen boven 43.000 euro, ligt ook gevoelig. Maar in wezen staat het los van Vestia’s nood. Dit wetsvoorstel, waarover de Kamer vandaag spreekt en pas later een besluit neemt, geldt ook voor andere corporaties en is bedoeld om scheefwonen tegen te gaan.

Het CDA pleitte vanochtend voor een parlementaire enquête naar het functioneren van de corporaties. Maar de grote vraag die eerst in de Kamer aan de orde komt is: hoe staat het er voor met Vestia en de ruim twintig andere corporaties die door rentecontracten in problemen kunnen raken? Corporatie Portaal, die eind 2010 voor 1,3 miljard euro aan derivaten had, erkende vorige week geen reserves te hebben als de rente verder daalt. Als andere corporaties dan verplicht noodsteun geven, kunnen ook zij in problemen komen. Dat zou leiden tot een systeemcrisis waar niemand op zit te wachten.