De dag dat Fortuyn won veranderden de media

Omvangrijk, maar niet overdreven was de televisieaandacht voor tien jaar ‘nieuwe politiek’ in Nederland. De reconstructie De dag dat Pim Fortuyn won (AVRO) over het beruchte nationale lijsttrekkersdebat na de gemeenteraadsverkiezingen van 6 maart 2002, werd gisteren uitgezonden. Daar gingen voorbeschouwingen in De wereld draait door (VARA) en EenVandaag (AVRO) aan vooraf. Maar de crux zat in de nabeschouwing door Pauw & Witteman (VARA), met toenmalig debatvoorzitter Paul Witteman als kroongetuige.

De reconstructie zelf voegde slechts details toe aan de bekende feiten: nadat Fortuyn eenderde van alle stemmen in Rotterdam had behaald, stelden zijn politieke tegenstanders van Paars, met name Ad Melkert (PvdA) en Hans Dijkstal (VVD), zich zo arrogant en geërgerd op dat het nooit meer goed is gekomen met hun carrière. Net als met de meeste ‘oude’ partijen.

De secondanten van Melkert en Dijkstal kunnen nog steeds niet goed uitleggen wat die mannen bezielde om zich zo regentesk te gedragen. Wel neigen ze er ook nog steeds naar Witteman te verwijten dat hij niet ingreep om Fortuyn een beetje te remmen in zijn sarrende triomfalisme.

Dat is les een van deze geschiedenis: de media zijn veranderd. Als een televisiepresentator het gevoel heeft dat er iets spannends gebeurt, laat hij dat niet door zijn vingers glippen om het hachje van de machthebbers te redden, zoals hoofdredacteuren zich niet meer door de RVD laten instrueren.

De vraag wat de erfenis van Fortuyn nu eigenlijk is, laat zich lastiger beantwoorden. In Pauw & Witteman werd zijn gedachtegoed nogal divers gedefinieerd. Vriend Harry Mens had het over de terugkeer van de menselijke maat. Voormalig bentgenoot Marco Pastors noemde Fortuyns project „het aanpassen van de moderne verzorgingsstaat aan een globaliserende wereld”. Jan Marijnissen (SP) riep uit dat Fortuyn alles wilde vermarkten.

Wouter Bos (PvdA) had wellicht het beste inzicht. Hij zei het gedachtegoed nooit te hebben kunnen doorgronden. Wat Pim wel beter begreep dan de paarse technocraten, was dat de kiezer, die ook kijker en consument is, niet geïnteresseerd is in cijfers of analyses, maar in emotie en authenticiteit.

Sinds Pim Fortuyn zijn verkiezing won, is dat de belangrijkste politieke verandering: dat je als politicus vooral geloofd wordt als je roept dat je geen cijferfetisjist bent.

Regenten zijn er nog steeds genoeg, kijk maar naar de lichaamstaal van de tegenkandidaten van Lutz Jacobi als die aan het woord is, of naar de kleine krabbelaars met macht in gemeenten en provincies, die De slag om Nederland (VPRO) ontmaskert. Ook bij leven had Fortuyn dat niet veranderd.