De crèche voelt de bezuiniging

Sinds er wordt bezuinigd op de kinderopvang is de vraag van ouders met 12 procent gedaald. Gaan ouders nu ook minder werken? Antwoorden op die vraag variëren van ‘ja, veel minder’ tot ‘nauwelijks’.

Weer is de vraag: wat wil de vrouw? Of beter: wat dóen moeders van jonge kinderen, nu het kabinet in 2012 de subsidie voor de kinderopvang heeft verlaagd? Halen ze hun kinderen van de crèche? Stoppen ze met werken?

De eerste berichten klinken alarmerend. In de eerste maanden dit jaar is de vraag gedaald met 12 procent, meldt de Branche-organisatie Kinderopvang. Acht op de tien ondernemers in de opvang zegt hierdoor last te hebben van „financiële krapte”. Dit jaar sloten 13 opvangbedrijven hun deuren. Dat is veel, zegt voorzitter Lex Staal van de branche, die een paar duizend bedrijven telt.

Door de bezuinigingen overweegt eenderde van de ouders minder te gaan werken, concludeerde GroenLinks na eigen onderzoek. Morgen biedt vakcentrale FNV de uitkomsten van nieuw onderzoek aan aan Tweede Kamerleden aan, vlak voor een debat over de opvang met minister Kamp (VVD) van Sociale Zaken.

Zijn de zorgen terecht? Volgens de economen van het Centraal Planbureau (CPB) niet. Ja, voor werkende ouders wordt de opvang duurder, en voor een groep zal dat betekenen dat ze minder gaan werken of stoppen met werken.

Maar dat effect is klein, denkt het CPB. Die verwachting is gebaseerd op de ervaring van de afgelopen zeven jaar. Sinds 2004 groeide de subsidie explosief, van 1 miljard euro in 2005 naar 3,3 miljard euro in 2010. Vrouwen gingen door de subsidie het equivalent van 30.000 voltijdbanen extra werken. Per extra baan verleent de overheid nu jaarlijks 100.000 euro subsidie, zo berekende het CPB. Ter vergelijking: een modaal inkomen bedraagt 32.000 euro bruto per jaar.

Het kabinet beperkt de subsidie nu tot 2,8 miljard euro in 2015. Dat is nog steeds veel meer subsidie dan in 2004. Voor 2005 betaalden ouders grofweg eenderde van de kosten van de opvang zelf, de rest werd bijgepast door overheid en werkgevers. De afgelopen jaren daalde die ouderbijdrage naar eenvijfde van de kosten. Door de bezuiniging van Kamp gaat die bijdrage weer naar eenderde.

Het grootste deel van de bezuiniging wordt gehaald bij tweeverdieners met hoge inkomens. Het was ook deze groep die de snelle groei van de subsidie veroorzaakte. Het kabinet Balkenende II verhoogde de inkomensgrens voor de subsidie van 90.000 euro naar 120.000 euro.

Grote zorg van bijvoorbeeld GroenLinks is dat de moeders in gezinnen met lage inkomens stoppen met werken. Ouders met een minimuminkomen en twee kinderen, die twee hele dagen van de crèche gebruik maken, betalen in 2013 103 euro per maand. In 2011 was dat 67 euro. Toch loont ook voor deze ouders werken nog steeds. Stoppen met werken is duurder dan de kinderen naar de crèche brengen.

In 2010 en 2011 bezuinigde de overheid ook al op de subsidie. Dat leidde niet tot minder kinderen in de opvang, ondanks alarmerende berichten uit de branche toen. Staal van de branche-organisatie ziet nu wel een daling: er zijn duizenden kinderen van de crèche en de buitenschoolse opvang gehaald. In totaal gaan er 800.000 kinderen naar de opvang. Gjalt Jellesma van Boink, de belangenvereniging van ouders in de kinderopvang, denkt dat dit jaar voor het eerst een daling van het aantal kinderen te zien zal zijn.

Maar dat ouders kinderen van de crèche halen betekent niet automatisch dat ze ook hun baan opzeggen. „Ouders ruilden de afgelopen jaren hun niet-gesubsidieerde oppas is voor gesubsidieerde opvang”, zegt CDA-Kamerlid Eddy van Hijum. „Die beweging zal je nu omgekeerd zien. Juist in een recessie zeggen mensen niet zomaar hun baan op. Ik verwacht dus dat de consequentie voor de branche groot zal zijn, maar voor de arbeidsparticipatie niet.”