Brussel: Hongarije moet twee wetten aanpassen

In een verdere verscherping van de relatie met Hongarije heeft de Europese Commissie de regering van premier Orbán vanmiddag een maand de tijd gegeven om twee omstreden wetten aan te passen omdat ze in strijd worden geacht met Europese verdragen.

Een van de wetten bepaalt dat rechters tijdelijk eerder met pensioen moeten gaan, niet op 70-jarige leeftijd, maar als ze 62 zijn. Dat is volgens de commissie een poging van Orban, die er door critici van wordt beschuldigd een eenpartijstaat te willen vestigen, om lastige rechters kwijt te raken.

De andere wet die Brussel aanvecht, gaat over de instantie die toezicht moet houden op de bescherming van persoonsgegevens. Deze privacybeschermer kan volgens de commissie van de ene dag op de andere worden ontslagen.

Brussel heeft niet alleen kritiek. De procedure wegens bezwaren tegen nieuwe regels voor de centrale bank is opgeschort, al blijven er vragen.

Premier Orbán, wiens partij een tweederde meerderheid kreeg bij de verkiezingen, heeft gezegd dat Boedapest een open discussie wil aangaan met Brussel, maar verweet de commissie onlangs in een interview „een gebrek aan legitimiteit”.

De Europese Commissie was in januari drie juridische procedures begonnen tegen Hongarije. Daarnaast heeft zij vorige maand gedreigd een kwart van de 1,7 miljard euro ontwikkelingssteun in te houden omdat de regering Orbán zich niet houdt aan afspraken over beteugeling van het begrotingstekort.