Brieven

Ooit na het schudden van de hand een vragenuurtje meegemaakt? Ben je moslim? Waarom ben je naar Nederland gekomen? Spreken je ouders Nederlands? Werken je ouders? Draagt je moeder een hoofddoek? Mag je zelf je man uikiezen?

Nou praat ik graag over mijn achtergrond, maar de schaamteloze wijze waarop mensen hun lijstje vooroordelen op je afwerken, is verbazingwekkend. Het zou toch ook achterlijk zijn als ik aan iedere Janneke die ik tegenkom zou vragen of ze wel eens door haar paard is genomen, of haar vader het lekker vindt om iedere dag aan de uiers van koeien te zitten en of haar sjaal gebreid is door haar moeder?

Worden mijn kinderen en kleinkinderen straks ook voor Iraniër uitgemaakt? Moeten zij later ook aan iedereen gaan uitleggen waarom ze wel of geen moslim zijn?

Tien jaar lang speelde ik het spelletje mee. Mensen zijn geïnteresseerd in je, dacht ik. En het is menselijk dat ze je in hokjes plaatsen.

Maar Nederland is een van de weinige landen waar je er zonder gêne mee weg kan komen. Het is bizar hoe denigrerend wij over Turken en Marokkanen spreken, maar ook over homoseksuelen. Zelfs in zeer ‘tolerante’ kringen.

Dat komt omdat we eerlijk en direct zijn, zeggen we dan. Maar het is juist oneerlijk en onbeschaafd om onveranderlijke eigenschappen van mensen in negatieve zin te blijven benadrukken.

Hoog tijd dat de constant bevraagde Nederlanders hun grenzen aangeven en dat we elkaar erop wijzen dat het niet normaal is om welke bevolkingsgroep dan ook als anders te beschouwen.

Fijn dat PvdA-Kamerlid Nebahat Albayrak dat vorige week in Pauw en Witteman deed. Is een Twentse politicus ooit gewezen op zijn of haar Twentse achterban of identiteit?

Maral Noshad Sharifi

Studeerde politicologie aan de Universiteit Leiden en is nu masterstudent journalistiek aan de Columbia University in New York.