Boze notarissen sturen hun eigen bestuur weg

Het bestuur van de beroepsorganisatie van notarissen is afgezet. Gistermiddag hebben de leden van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) het zittende bestuur weggestemd omdat zij ontevreden zijn over de koers van de leiding.

Een grote meerderheid van de Nederlandse notarissen (in totaal 3.300), die allen verplicht zijn aangesloten bij de beroepsorganisatie, vindt dat de KNB zich te weinig verzet tegen ‘uitholling’ van het ambt. Volgens de critici is de rechtszekerheid in het geding doordat het kabinet de verplichte toets door een notaris bij diverse transacties afschaft, zoals bij de verkoop van een huis of bij de oprichting van een vennootschap.

Meer dan 95 procent van de notarissen stemde gisteren voor een koerswijziging van de beroepsorganisatie: de KNB zou meer voor de belangen van notarissen en consumenten moeten opkomen. Het huidige bestuur weigerde vrijwillig op te stappen en liet het op nog een stemming aankomen. Met bijna 69 procent tegenstemmen werd de statutair vereiste tweederde meerderheid bereikt.

Volgens Jef Oomen, die namens de ontevreden notarissen het woord voert, is het bestuur nu demissionair geworden. Op een ledenvergadering in april zal zich een nieuw bestuur zich moeten kandideren, dat door leden moet worden gekozen. Daar wordt nu aan gewerkt.

De achterban van de KNB worstelt met de beschermde en wettelijk verankerde status van het notariaat en de geïntroduceerde marktwerking waarin notarissen met elkaar moeten concurreren. Notarissen hebben een ambtelijke status en worden per Koninklijke Besluit benoemd. In die zin zijn zij een verlengstuk van de overheid en past de beroepsorganisatie terughoudendheid bij het verdedigen van de particuliere belangen van notarissen. Tegelijkertijd willen notarissen dat hun belangen beter worden behartigd.

De ontevreden notarissen ageren tegen het kabinetsbeleid waarbij zij „buitenspel” worden gezet. Onder aanvoering van de ministeries van Financiën en Economische Zaken wordt de rol van de notaris bedreigd, zeggen de critici. „Een gevaarlijke ontwikkeling”, volgens Oomen, waartegen minister Opstelten (Justitie, VVD) en de beroepsorganisatie zich te weinig verzetten en verzet hebben.

Demissionair voorzitter Geertjan Sarneel betreurt de ontstane situatie. „Het grote verwijt van de leden is dat wij, het bestuur, kennelijk niet goed geluisterd hebben. Wij hebben ons wel degelijk verzet tegen sommige kabinetsplannen, maar dat hebben we nooit luidruchtig gedaan. Dat gebeurde via stille diplomatie.”

Sarneel hoopt erop dat in het toekomstige bestuur alle bloedgroepen vertegenwoordigd zijn, ook de tevreden leden die zich nu niet hebben laten horen.