'Behoud erfgoed en musea'

Bij de legitimering van kunstsubsidies moet niet te veel nadruk worden gelegd op de waarde van cultuur als instrument voor volksverheffing, noch op de betekenis voor de economie. De rol van de overheid bij het in stand houden en bevorderen van cultuur moet worden gerechtvaardigd vanuit de ‘intrinsieke waarde’ cultuur. Dat is een van de belangrijkste conclusies in een vandaag uitgekomen rapport van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD.

De Teldersstichting heeft het rapport vanmiddag in Den Haag aangeboden aan Joop Daalmeijer, de voorzitter van de Raad voor Cultuur. Het ontvouwt naast de liberale kijk op cultuur ook die op sport. Daarom werd het eveneens aangeboden aan Jan Rijpstra, voormalig woordvoerder Sport namens de VVD-fractie in de Tweede Kamer.

De Teldersstichting nam de legitimatiegronden onder de loep die vaak worden gehanteerd ter rechtvaardiging van overheidsbemoeienis met cultuur en sport. De auteurs schrijven dat in een liberaal cultuurbeleid „behoud van erfgoed en van culturele tradities voorop moet staan”. Dat betekent volgens hen „dat de overheid een rol kan spelen in onder andere de monumentenzorg, het museumbestel en het archiefbeheer.”

Ook de podiumkunsten verdienen overheidssteun als een vorm van immaterieel erfgoed. Zij moeten worden gezien als „een culturele traditie die voor haar voortbestaan afhankelijk is van hedendaagse kunstenaars.” Beeldend kunstenaars hoeven echter niet te worden gesubsidieerd: „de overheid is niet verantwoordelijk voor de productie van nieuwe kunst, alleen voor het behoud van kunst die de natie al bezit: die dient als erfgoed in musea gekoesterd te worden.”

Over de verhoging van de eigen inkomstennorm voor culturele instellingen die structurele rijkssubsidie krijgen zijn de auteurs positief. Minder geslaagd vanuit liberaal perspectief zijn de btw-verhoging voor de podiumkunsten en de Geefwet, die het doneren aan culturele instellingen aantrekkelijker moet maken. De auteurs vinden dat indruisen tegen liberale principes als gelijkheid en neutraliteit.

Ze zijn ook kritisch over het besluit van het kabinet om te bezuinigen op de wetenschappelijke functie van musea en om musea die niet voldoen aan de eigen inkomstennorm te beperken tot collectiebeheer: „Zulke musea dreigen veredelde depots te worden. Wil erfgoed het verleden levend kunnen houden, dan dient het door het publiek gezien en begrepen te worden.”