Als de moeder het niet wil, dan hoeft het niet

Barbara Muller strijdt al jaren voor een Babyhuis. In dat huis zou volgens haar een vondelingenluik moeten komen, ook al is dat hier verboden.

Zaterdag 21 januari 2012 wordt een baby achtergelaten bij het politiebureau in Groningen. Een jongetje met een Aziatisch uiterlijk, gewikkeld in een zwarte bontshawl. Een dag later vindt de politie de moeder, een tiental mensen had de vrouw met de baby gezien en de politie getipt. Het was opgevallen dat de baby hard huilde.

Een discussie die steevast oplaait na het vinden van een vondeling is de wenselijkheid van een vondelingenluik: een veilige plek waar ouders in vertrouwen afstand kunnen doen van hun pasgeboren baby. In de ons omringende landen – Duitsland, België, maar ook Polen en Italië – bestaat dat soort luiken wel, maar in Nederland is het ‘verlaten van hulpbehoevenden’ bij wet verboden. Bedrijfskundige en schrijfster Barbara Muller maakt zich sinds 2011 hard voor zo’n vondelingenluik. „Een baby kan niet praten, maar wat zou hij kiezen als hij de keuze had tussen in een vijver gegooid worden of de mogelijkheid op te groeien zonder zijn biologische ouders te kennen?”

Muller vertelt dat onlangs in Zwitserland stemmen zijn opgegaan om nog een vondelingenluik – ‘babyklappe’ of ‘babyfenster’ – te openen. „Dat was naar aanleiding van twee zaken: een baby die op een vuilnisbelt gevonden was en die was overleden, en een baby die in een babyklappe bij een ziekenhuis was neergelegd en was blijven leven.” Sinds de opening van het vondelingenluik in het Zwitserse ziekenhuis in Einsiedeln is de sterfte onder afgestane baby’s afgenomen, weet Muller.

Waarom mag het niet in Nederland? In de discussie speelt een aantal juridische en levensbeschouwelijke dilemma’s. Drie onderwerpen komen steeds terug: het leven van het kind, de zorg voor de moeder en het recht van een kind zijn afkomst te kennen – het afstammingsrecht. In sommige landen gaat het leven van het kind voor alles. In Nederland heeft het afstammingsrecht prioriteit, en de zorg voor de moeder omdat Nederland het Verdrag inzake de rechten van het kind (opgesteld door de Verenigde Naties) als leidraad neemt. Daarin staat dat een kind het recht heeft zijn afkomst te kennen. Probeert iemand de identiteit van een kind geheim te houden, dan vertegenwoordigt de Nederlandse Staat de rechten van het kind en gaat op zoek naar de moeder, de vader of andere familie. En omdat de overheid alleen maar de politie kan inschakelen wanneer er iets tegen de wet gebeurt, zou een legaal vondelingenluik als gevolg hebben dat er geen opsporingsdienst kan worden ingezet. Een belangrijk bezwaar tegen zo’n vondelingenluik is dus dat de overheid bang is haar internationale verplichtingen niet te kunnen nakomen.

Volgens Muller weegt het recht op leven, dat ook in het Verdrag staat, zwaarder dan het afstammingsrecht. Het recht op afstamming (zoals bepaald in het Valkenhof-arrest) is niet absoluut, en erkenning van het recht op afstamming hoeft het afstaan van een baby dus niet in de weg te staan, aldus Muller: „In onze raad van bestuur zit een vondeling, nu een gelukkig mens en succesvol ondernemer. Hij had dit leven niet willen missen.”

Omdat Muller een financier heeft gevonden, kan ze in 2013 de deuren van Het Babyhuis openen. Niet alleen voor baby’s die anoniem worden afgestaan, maar ook voor ouders die vastlopen in de omgang met hun baby, het soms uit frustratie iets aandoen en daarom niet naar Bureau Jeugdzorg durven stappen. Ook baby’s van moeders die maanden in een ziekenhuis liggen vanwege een fysieke of mentale aandoening kunnen er terecht. Muller: „Een baby die te weinig aandacht krijgt, loopt binnen een maand al achter in de ontwikkeling.”

De gevallen van vondelingen en babydoding die in het nieuws komen, zijn het topje van de ijsberg, zegt Muller, die bij de Raad voor de Kinderbescherming heeft gewerkt. „Er worden in Nederland per jaar zo’n 350.000 kinderen mishandeld. Die paar gevallen die aan het licht komen zijn toevalligheden, de rest blijft in het duister. Die groep hopen wij te bereiken.”

Een argument van tegenstanders van het vondelingenluik is dat het als een vorm van uitlokking kan worden gezien. Daarover zegt Muller het volgende: „Het afstaan van je baby is een zware beslissing, een moeder die dat doet, is er slecht aan toe. En als ze tot dat besluit komt, is de kans groot dat het kind veiliger is bij ons.”

Volgens Kerstin van Tiggelen, initiator van het Nederlands Instituut voor de Documentatie van Anoniem Afstanddoen (N.I.D.AA.), een onafhankelijk kenniscentrum over het anoniem afstand doen van pasgeboren baby’s, is een beter inzicht in de problemen die vooraf gaan aan een ongewenste zwangerschap van cruciaal belang. Van Tiggelen sprak met moeders die ervoor kozen hun baby te doden. Ze schetst de situatie waarin deze vrouwen, ook na jaren, verkeren. Ze zitten muurvast. Niet alleen moeten ze de emotionele gevolgen van hun daad verwerken, ze zijn ook bang voor de strafrechtelijk gevolgen. Bovendien stoppen de achterliggende problemen niet vanzelf. Meestal gaan de verkrachtingen door en als gevolg daarvan komen er nieuwe zwangerschappen.

Het N.I.D.AA. neemt geen standpunt in ten aanzien van een vondelingenluik. Van Tiggelen plaatst wel een relativerende kanttekening bij de strijd tussen de voor- en tegenstanders: voordeel is dat er misschien mensen zijn die gebruikmaken van zo’n luik die anders op een illegale manier afstand van hun kind hadden gedaan. Nadeel kan zijn dat er misschien mensen gebruik van maken die anders op een legale manier – via adoptie bijvoorbeeld – afstand van hun kind hadden gedaan of het kind hadden gehouden.

Volgens Van Tiggelen is het daarom belangrijk de vrouwen die in deze situatie verzeild dreigen te raken in een eerder stadium te helpen. De meesten kennen niet alle mogelijkheden. Zo bestaat er de mogelijkheid om te bevallen met geheimhouding. Er wordt geregistreerd wie de moeder is en het kind wordt meteen afgestaan. Later kan het kind alleen via tussenkomst van de rechterlijke macht contact zoeken met de moeder.

Muller zegt dat ze bij Het Babyhuis zullen proberen het burgerservicenummer van de moeder te registreren zodat het kind wanneer het achttien is eventueel contact met de moeder kan zoeken. Maar als een moeder het niet wil, hoeft het niet, benadrukt ze.

De Raad voor de Kinderbescherming heeft laten weten stappen te overwegen wanneer de eerste baby naar Het Babyhuis wordt gebracht. De Belgische Raad zei hetzelfde toen daar een vondelingenluik werd geopend, maar toen de eerste baby kwam, zijn ze gaan samenwerken. Muller: „Zo’n samenwerking zou ik ook heel graag willen. Er zijn al verschillende andere zorginstellingen die hebben aangegeven met ons in zee te willen. En nee, ik ben niet bang om te worden aangeklaagd. Wie gaat er nu over tot vervolging wanneer je kinderen redt?”