Waar deze agent loopt daalt de criminaliteit

Het kabinet wil meer blauw op straat. Daarom komt er een nationale politie. Maar werkt dat eigenlijk wel? Zomaar meer agenten laten rondrijden is onbetaalbaar.

Meer blauw op straat. In Kanaleneiland-Noord in Utrecht, één van de beroerdste wijken van Nederland, betekent dat voor iedereen wat anders.

Voor een paar rondhangende jongens dat er vaker naar je ID wordt gevraagd.

Voor de oudere man bij het voetbalveldje dat er wat aan de hand is. „Al dat heen en weer gerij met die auto’s voelt niet veilig.”

Voor de winkelende studenten dat de buurt hooguit wat unheimlich wordt.

De jongens bij het winkelcentrum gaan er meer rottigheid door uithalen. „We worden opgefokt van politie.”

Voor de eigenaresse van de patatkraam kan het niet blauw genoeg. „Dan blijven de putdeksels een keer liggen.”

Meer blauw op straat is het grote idee achter de nationale politie, de organisatie die op 1 juli het huidige systeem van regiokorpsen vervangt. Die moet de bureaucratie terugdringen. Want als agenten minder last hebben van regels en papier, kunnen ze meer de straat op en wordt Nederland veiliger.

Klinkt goed. Maar werkt het ook?

Wie naar de grove cijfers kijkt, zegt ja. In 2010 werkten bijna 60.000 mensen bij de politie. In 1995 was dat nog ruim 41.000. In die tijd is de criminaliteit gedaald, van ruim 1,3 miljoen geregistreerde misdrijven naar minder dan 1,2 miljoen per jaar. En het aantal opgehelderde misdrijven steeg. Intussen bleef het aantal potentiële criminelen – jonge mannen – nagenoeg gelijk. Meer blauw werkt.

Wie inzoomt, zegt nee. Meer agenten betekent meer misdaad. In Amsterdam lopen per duizend inwoners veel meer agenten rond dan in Zeeland. En toch plegen mensen in Amsterdam ruim twee keer zoveel misdrijven per duizend inwoners dan in Zeeland. Blauw op straat werkt helemaal niet.

Wie wil uitzoeken of de aanwezigheid van agenten echt invloed heeft op criminaliteit, moet slim onderzoek doen, zegt Ben Vollaard, misdaadeconoom aan de Universiteit van Tilburg. Dus niet blindstaren op probleemgebieden waar veel agenten op worden afgestuurd, want daar pakt het verband ‘veel misdaad – veel politie’ al snel positief uit. Maar kijken naar momenten dat de politiesterkte om andere, toevallige redenen varieert.

Voorbeeld: toen in 1994 een aanslag op een joods centrum in Buenos Aires werd gepleegd, kregen alle joodse instellingen in de stad opeens politiebescherming. Het aantal autodiefstallen in de buurt van synagoges nam af met bijna 75 procent. Conclusie: blauw op straat schrikt af. Maar alleen heel lokaal. Twee blokken verderop maakten die extra agenten al niets meer uit.

Nog een voorbeeld: in 2005 pleegden terroristen aanslagen in hartje Londen. De politie stuurde direct meer agenten in het centrum de straat op. In de weken erna daalde daar de criminaliteit ten opzichte van de buitenwijken, vooral diefstal en geweldsmisdrijven. Na zes weken, toen de politie weer wegtrok, veerden de aantallen weer op. Het lag dus echt aan meer agenten op straat.

Vollaard gebruikte voor zijn eigen onderzoek geen misdaadcijfers na aanslagen, maar zocht naar toevallige afwijkingen in korpsgrootte, bijvoorbeeld doordat agenten een tijdje weg of in opleiding waren. Hij maakte gebruik van slachtofferenquêtes, omdat deze beter zaken als gewelddadige bedreiging en overlast van drugsgebruikers registreren dan politiestatistieken.

Hij vond hetzelfde effect: meer politie – minder diefstal, bedreiging, overval en vandalisme. Circa 1 procent meer agenten, betekent circa 1 procent minder misdaad, becijferde hij. Dat zijn toch duizenden delicten minder. „Dus ook duizenden slachtoffers minder.” Maar het verschilt wel per plaats en tijd tegen welk soort criminaliteit blauw op straat werkt. „Dat laat zien dat we nog geen idee hebben van hoe het werkt.”

Wat in ieder geval geen enkel effect heeft, is ongericht surveilleren, zegt Frits Vlek, programmadirecteur wetenschap en politie van de Politieacademie. Hij ziet veel onderzoeken naar het nut van de politie langskomen. „En het geeft ook niet per se een veilig gevoel.” De één vindt een agent om twee uur ’s nachts in zijn straat geruststellend, de ander alarmerend.

Bovendien is zomaar meer agenten laten rondrijden onbetaalbaar. Door alle vakantiedagen, diensten en bureauwerk moet je ongeveer zeven man aanstellen om permanent één agent op straat te hebben. Verdeel vijfhonderd extra agenten over 25 korpsen en je houdt zo’n drie permanent aanwezige agenten per regio over. Vlek: „Daar merk je dus niks van.”

Beter is om die vijfhonderd extra agenten gericht bepaalde soorten misdrijven in bepaalde regio’s aan te laten pakken, zegt Vlek. „Ondersteund door goede analyses over criminele hotspots, hottimes en hotgroups. Dat werkt, weten we. Maar alleen lokaal en tijdelijk.”

Blauw op straat werkt, maar de grote vraag is of het genoeg werkt. Of een heel land er merkbaar veiliger van wordt.

Dat is niet te zeggen, om allerlei redenen. Het afschrikwekkende effect van politie is vooral vastgesteld voor misdrijven op straat. Het is niet duidelijk of er ook minder vrouwenhandel of cybercriminaliteit van komt. Plus: voor driekwart van de geregistreerde misdrijven wordt nooit een dader gevonden. En het dark number, het aantal misdrijven dat nooit in de statistieken opduikt, is per definitie onbekend. Slachtofferenquêtes werpen iets meer licht op de zaak, maar veel slachtoffers zijn ook voor enquêteurs niet bereikbaar. Meer blauw op straat damt de zee van misdaad hooguit een beetje in.

Wat blauw op straat is nodig, misdaad óók, zegt Hans Boutellier, bijzonder hoogleraar veiligheid en burgerschap aan de VU. „Een maatschappij heeft een zekere mate van criminaliteit nodig om zich het belang van recht en veiligheid te herinneren.” Hoeveel ‘veiligheidsbeleid’ je ook op een land loslaat, zegt Boutellier, het zal nooit genoeg zijn. En zo is het nou eenmaal, want een misdaadloze maatschappij is een utopie.

Maar dan zijn er nog wel veel slimme manieren om misdadigers dwars te zitten. Ben Vollaard pleit voor een derde weg. „De discussie is altijd tussen links dat criminelen wil opvoeden, en rechts dat meer blauw op straat wil. Maar meer agenten aanstellen is een heel grote investering die je niet zomaar terugdraait. Je kunt ook kijken hoe je de uitnodiging tot criminaliteit wegneemt.”

Dat kan door bijvoorbeeld huizen uit te rusten met anti-inbraaksloten en auto’s met startonderbreking. Scheelt 25 procent in inbraken en 60 procent in autodiefstal. Veel meer dan wat agenten op straat kunnen afwenden. Het opsluiten van notoire veelplegers maakt 30 procent uit in het aantal auto- en woninginbraken. Het melden van grote cashtransacties door banken werkt, net als verloedering in de wijk aanpakken.

Nu moet je wel heel goed misdrijven registreren, om erachter te komen welke aanpak effectief is. Juist: door administratie. Het wrange is dat ‘meer blauw op straat’ hand in hand gaat met de net zo symbolische slogan ‘minder bureaucratie’. Vlek: „Als je niet goed registreert, bouw je ook geen kennis op en kun je ook niet gericht en effectief werken.”