Piramides voor jou alleen

Egypte lijkt nog steeds op het land uit de reisgidsen. Maar dan een stuk rustiger. En ook aan de ‘ramptoerist’ valt te verdienen.

Hans Klis

De Egyptegangers in het vliegtuig van Kairo naar Schiphol hebben er weinig van gemerkt. De revolutie en de aanhoudende politieke en maatschappelijke onrust lijken weinig invloed te hebben op de toeristische ervaring in Egypte.

De Nederlandse toeristen werden afgezet tijdens kamelenritten in de woestijn – een ritje op het beest was 20 dollar, eraf geholpen worden door de slinkse Egyptische kamelenmenner was nog eens het dubbele.

En ook werden ze allemaal op enig moment door een gids naar authentieke tapijtenschooltjes of winkeltjes met echte Egyptische essentiële oliën gebracht tijdens tripjes naar de piramides of naar de Vallei der Koningen – net als ik. En daar kun je eigenlijk niet met lege handen vandaan komen. Ik maakte daarom mijn vriendin blij met een flesje snel vervliegende lotusolie. Typisch Egyptisch, lachten de Nederlanders met zongebruinde gezichten. Het afgelopen jaar zo roerige land leek nog altijd op dat van de vakantieboekjes.

Zo verliep mijn aankomst op Kairo Airport eind januari precies zoals mijn Rough Guide voorspelde. Ik werd als een oude vriend onthaald door de vele ritselaars bij het hekje in de hal. Zij boden mij stuk voor stuk een rit aan naar hotels van vrienden, want uitgerekend mijn geboekte verblijf zou net gerenoveerd worden en was dus gesloten. „Wist je dat niet? Kom maar met mij mee vriend, ik heb voor jou een speciale prijs.”

Uiteindelijk liet ik me overhalen door zwendelaarsduo Medhat en Mohammed om mij naar mijn hotel te brengen in het westelijke Gizeh-gedeelte van de stad. Onderweg lieten de charmante boefjes weten dat ze alles konden regelen: hasjiesj, ritjes op kamelen in het donker bij de piramides, meisjes. You name it.

De weg in Kairo kenden ze daarentegen niet. Maar dat leverde wel een spannende 2,5 uur durende tour op – ze hadden me ook in de woestijn kunnen dumpen – op de ring van de stad voor het luttele bedrag van 25 euro. Later leerde ik dat deze trip rond de 60 Egyptische pond kost met de taxi. Omgerekend zo’n 8 euro. Welkom in Egypte.

Het hotel verraadde wel dat er iets veranderd is sinds 25 januari 2011. Het dakterras mét zwembad én uitzicht op de piramides van Gizeh bleef alle dagen dat ik er was verlaten. De enigen die af en toe een duik namen waren de mussen. In de lift kwam ik niemand tegen en in de lobby zaten alleen maar taxichauffeurs en vrienden van het personeel. Geen wonder dat het zeer luxueuze viersterrenhotel maar 24 euro per nacht kostte.

Sinds het begin van de revolutie daalde het aantal toeristen in Egypte met zeker 30 procent. Volgens de officiële cijfers van het ministerie van Toerisme daalden de inkomsten van de sector – goed voor ruim 10 procent van het bbp en voor 10 procent van de werkgelegenheid – in 2011 naar 6 miljard euro. Een verlies van ruim 2 miljard euro ten opzichte van het jaar ervoor. Bronnen binnen de branche spraken zelfs van meer dan een halvering van het aantal toeristen in het hoogseizoen. Zet dat af tegen slinkende buitenlandse reserves en het feit dat de bodem van de Egyptische schatkist in zicht komt en je hebt een economische crisis.

Dat werd duidelijk toen ik een tripje boekte naar de piramides via een van de lokale tourorganisaties. Ik was niet alleen de enige toerist voor mijn gids die dag, maar ook voor de verkopers in dodenstad Sakkarah waar de trappiramide van Djoser staat. Ik moest twaalf verkopers teleurstellen, die elk hetzelfde plaatjesboek en postzegels wilden verkopen. Ze kwamen van ver gelopen, zagen hun concurrentie afdruipen, maar probeerden het toch.

Hetzelfde gebeurde bij de piramides van Gizeh, al was het daar wat drukker. Niet de duizenden toeristen van voor de revolutie, eerder tientallen. Mijn gids kon makkelijk foto’s maken van mij zonder anderen op de achtergrond, iets wat vóór 25 februari 2011 ondenkbaar was. Westerlingen waren er nauwelijks. De toeristen kwamen vooral uit Rusland en Azië, „die zijn wel wat gewend qua onrust en geweld”, grapte mijn gids.

In downtown Kairo, op dit moment niet de meest geliefde plek van toeristen, werd ik af en toe vreemd aangekeken. Alleen journalisten en uiteraard ‘spionnen’ bezoeken nog de plekken waar in februari nog gereld werd en doden vielen. Toch ervoer ik, tegen het advies van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken in, de binnenstad als veilig. Het feit dat je er nog gewoon een biertje kon drinken, hielp mee. Je ontmoet in de kroegen daar immers de interessantste mensen, van kunstenaars tot activisten.

Politieke onrust hoeft niet te betekenen dat je als Egyptenaar niets kunt verdienen aan toeristen. Manusje van alles én Egyptoloog Ahmed Seddik gaf mij, voor het aanzienlijke bedrag van 200 dollar, een lange en indrukwekkende privétour langs de historische revolutionaire plekken in Kairo. Van het verzet tegen de Ottomaanse overheersing tot het Tahrir-plein. Hopelijk is het ramptoerisme niet de toekomst van de toeristische sector in Egypte, maar het is voorlopig een oplossing.

Inmiddels lijkt het toerisme wat aan te trekken; in december lag het aantal toeristen maar 18 procent lager dan in dezelfde maand in 2010. Hiermee zijn de verliezen van de sector nog steeds groot, maar niet meer verlammend voor de Egyptische economie. De vooruitzichten zijn zelfs enigszins positief voor 2012, nu een burgerregering eindelijk vorm lijkt te krijgen.

Niet dat dat wat uitmaakt voor de Nederlandse toerist, die wil voor niet al te veel geld zon en voor de piramides op een kameel zitten.

Webredacteur Hans Klis blogde een jaar lang over de Arabische Lente. Begin dit jaar ging hij in Egypte kijken.