Meedoen aan de EK = meedoen aan de kwalificaties = kans op Spelen

Jessica Blaszka neemt deel aan de EK worstelen in Belgrado, die vandaag beginnen, in de gewichtsklasse tot 55 kilo. Voor de negentienjarige Nederlandse, die vorig jaar als zeventiende eindigde bij de WK en twaalfde werd bij de EK, zijn de EK niet echt een piekmoment: dat zijn de kwalificaties voor de Spelen.

1Begin je goed voorbereid aan het toernooi?

„Nee, mijn voorbereiding was minder dan normaal. Dit jaar staat in het teken van kwalificatie voor de Spelen en op de EK zijn daar geen startbewijzen voor te verdienen. Dat moet tijdens drie kwalificatiemomenten in april. Ik doe nu mee aan deze EK. Zo ben ik verzekerd van deelname aan die kwalificatietoernooien. Maar mijn trainingen waren er niet op gericht te pieken tijdens dit toernooi.”

2Je doet op de EK mee in een hogere gewichtsklasse, tot 55 kilo, terwijl je normaal uitkomt in de klasse tot 48 kg. Waarom?

„Omdat ik voor de kwalificatietoernooien in korte tijd steeds een paar kilo moet afvallen om op het juiste gewicht te komen, vond mijn trainer het niet handig dit voor de EK nog een keer te doen. Dat vergt zoveel kracht, dat ik in april zwakker zou zijn. Nu heb ik meer speling en kan ik vrij ontspannen naar de EK toewerken.”

3Nu zijn je concurrenten wel sterker dan je gewend bent.

„Ja, hoewel ik zelf natuurlijk ook een paar kilo zwaarder ben. Je moet proberen slim te worstelen om dat verschil in kracht te compenseren. Ik zal mijn tegenstanders moeten vermoeien en zelf heel geconcentreerd moeten blijven. Het zal lastig worden.”

4Hoe ziet een wedstrijddag eruit?

„Vroeg opstaan en met mijn begeleidingsteam ontbijten. Geen al te zwaar ontbijt. Een paar broodjes en misschien een eitje, dat is voldoende. En dan naar de zaal opwarmen tot je begint. Een worstelwedstrijd bestaat uit drie rondes van twee minuten. Na afloop ben je mentaal en fysiek uitgeput. Je moet voortdurend bewegen en de concentratie mag geen moment verslappen. En je moet je zenuwen in bedwang houden, wat niet altijd makkelijk is. Als je vijf partijen wint, ben je Europees kampioen.”

5Hoe groot is de kans op de Spelen?

„Ongeveer 50 procent. Bij de WK vorig jaar werd ik zeventiende, terwijl straks achttien vrouwen mogen meedoen in mijn klasse in Londen. Ik ben er dichtbij, maar het is nog niet zeker dat ik me kwalificeer. Ik maak de meeste kans in China. Dan zullen de sterkste vrouwen uit Europa en Amerika zich al hebben geplaatst en is de concurrentie zwakker.”

6 Je doet als enige Nederlander mee aan de EK. Is de sport hier professioneel genoeg?

„Aan de faciliteiten of begeleiding heeft het me nooit ontbroken. Ik heb drie trainers die elke dag met me werken. En mijn vader is een goede coach die met me meegaat naar de toernooien. Het is soms vervelend dat je als enige Nederlander naar die internationale toernooien moet reizen. Vroeger waren er nog een paar meisjes die meegingen, maar die zijn om verschillende redenen gestopt. Dat vond ik wel jammer, maar nu ben ik het gewend. Het is absoluut geen reden om te stoppen. Daarvoor vind ik worstelen veel te leuk.”