Kijk, Nederland bestaat echt

Tot de 17de eeuw toonden kaarten vooral een wereldbeeld. Geografische details? Bijzaak. Maar de Atlas der Neederlanden, nu in kopie uitgebracht, is een en al realisme. De kaarten willen tonen hoe een jonge, trotse staat eruitziet.

Hoe natuurgetrouw zijn landkaarten? Wie een stadsplattegrond of een wegenkaart gebruikt, gaat ervan uit dat de kaarten exact en op schaal de omgeving weergeven. Google Maps heeft dat realisme nog verder doorgevoerd met zijn StreetView-toepassing, waarbij je van de digitale kaart kunt doorklikken naar een panoramische foto van hetzelfde gebied.

Dat is lang niet altijd zo geweest – tot een paar eeuwen geleden kon een mens nauwelijks vertrouwen op kaarten om er zijn weg mee te vinden. Daar waren ze ook niet echt voor bedoeld. De vroegste kaarten dienden minder de oriëntatie, ze toonden vooral een wereldbeeld; het waren mental maps. En ook in moderne tijden worden kaarten nogal eens ‘vertekend’ om een bepaalde boodschap te brengen, bijvoorbeeld voor politieke propaganda [zie kader]. Vanaf begin 1600 beginnen kaarten te lijken op wat we er nu onder verstaan.

Kaarten vanaf die periode vormen het hoofdbestanddeel van de Atlas der Neederlanden, een negendelige verzamelatlas met meer dan zeshonderd kaarten van het latere Koninkrijk der Nederlanden, vanaf ongeveer 1650 tot en met de Franse tijd die eindigt in 1813. De staatkundige grenzen liggen vast; België en Luxemburg horen sinds 1815 bij de Nederlanden. De Atlas wordt gerestaureerd, gedigitaliseerd en in facsimile uitgebracht bij uitgeverij Asia Maior/Atlas Maior.

„De zeventiende-eeuwse landmeters en cartografen kenden het begrip ‘inzoomen’ niet”, zegt conservator Jan Werner van de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. „En toch is deze atlas een toonbeeld van wat we nu, dankzij Google Earth, inzoomen noemen: het van grote hoogte naar de details gaan.”

In het geklimatiseerde magazijn aan de Oude Turfmarkt in Amsterdam ligt de Atlas op tafel. Na de restauratie zijn de kleuren van de kopergravures, ooit bijeengebracht door een anonieme verzamelaar, als nieuw. De delen van de Atlas beginnen steeds met een overzichtskaart van een Nederlandse provincie. Deze ‘vogelvluchtkaarten’ – compacte kaarten op folioblad – hebben een schaal van 1:250.000; één centimeter op de kaart is dus 2,5 kilometer in werkelijkheid. Werner bladert door een deel. „Kijk”, wijst hij. „Zo daal je stapsgewijs af tot je bij de kleinste kadastrale eenheden aankomt. De grootste schaal is die van 1:2.000 ofwel een centimeter is twintig meter. Bij een kaartomvang van soms meer dan een meter bestrijkt zo’n blad een betrekkelijk klein, maar enorm gedetailleerd gebied.”

Het is alsof de zeventiende-eeuwse landmeters in een luchtballon op grote hoogte boven de Nederlanden zweefden, tekenden wat ze zagen en daarna langzaam afdaalden waarbij steeds meer details zichtbaar worden. Maar de landmeters hadden geen luchtballon. Ze werkten op de grond en wisten door middel van driekhoeksmeting de wereld op het platte vlak te vangen [zie kader].

De accuratesse is enorm. Neem de kaart van de beroemde Zeestraet tussen ’s-Gravenhage en Scheveningen uit 1665, ontworpen door Constantijn Huygens. In drie bladen ontrolt zich voor onze ogen de weg (de huidige Scheveningseweg) zich vanaf het strand dwars door de toenmalige zandgronden naar de stad. We zien de straat en het profiel afgebeeld met hoge duinen erlangs. Daaronder de plattegrond van de weg met de huizen, de nog steeds bestaande kerk en de bocht in de weg. Deze kaart is „gemeten gepeylt en geteeckent” door Johan van Swieten, „landtmeeter”.

Of we belanden bij de liefst vijfentwintig atlasbladen van het hoogheemraadschap Delfland van kaartenmakers Nicolaas en Jacob Cruquius uit 1712. De toelichting luidt: „met alle steden, dorpen, ambachten, polders, blocken, gehugten, buerten, hofsteden, woningen, boomgaarden, tuynen, velden, sluyzen, vaerten, vlieten, stranden, duynen, dycken, wegen, kaden, molens, bruggen, meeren, wateringen etc.”

De kaarten laten de trots zien van een jonge, zelfbewuste natie die een mathematische ordening van rechte lijnen over het land heeft gelegd. Werner: „De Atlas bewijst dat we de waterwildernis hebben overwonnen en dat onze staatkundige grenzen vastliggen.”

Volgens Werner raadplegen steeds meer mensen historische atlassen. Particulieren willen weten hoe hun nabije omgeving er vroeger uitzag. Ook professionele natuurbeheerders, landschapsarchitecten en geografen die onderzoek doen naar de oudste landschappen van ons land keren terug naar de bron, naar de historische atlassen. Hoe stroomde de Drentse Aa precies? Hoe lagen de hoogtelijnen van de Veluwe? Welke contouren had het laatste oerbos van Nederland, het Beekbergerwoud bij Apeldoorn? Welke waterboezems hadden de waterschappen van enkele eeuwen geleden ingericht voor de waterberging van de grote rivieren?

De antwoorden op deze vragen staan in de Atlas der Neederlanden. Op de gelijknamige website staan voorbeelden en is het restauratieproces te volgen. Het jaar 2013 wordt een historisch kroonjaar: dan wordt gevierd dat zowel de Atlas der Neederlanden als het Koninkrijk der Nederlanden tweehonderd jaar geleden tot stand kwam.

Om te laten zien hoe gedetailleerd deze zeventiende-eeuwse kaarten zijn laat Werner als contrast een kaart uit 1570 van cartograaf Abraham Ortelius zien. Nederland ligt daarop „op zijn rug”, de bovenzijde van de kaart wijst niet naar het noorden maar naar het westen. Nederland is een drassige strook land, doorsneden door de grote rivieren en met verspreid liggende dorpen. De Zuiderzee is een reusachtige watervlakte. Geen sloten, dijken, wegen. Van een minutieuze kadastrale indeling is evenmin sprake. Volgens Werner biedt deze overzichtskaart „weliswaar enig houvast” maar er de weg mee vinden is onmogelijk. Dat neemt niet weg dat er in die tijd ook gedetailleerder kaarten waren, maar veel minder. Wat Ortelius wél uitdrukt is het „idee van Nederland als een gebied zwevend tussen water en land”. Nauwelijks een eeuw later is dat beeld volkomen veranderd.

Kester Freriks

www.atlasderneederlanden.uva.nl/atlas.html; Facsimile-editie: Uitgeverij Asia Maior/Atlas Maior, Voorburg.