Kattenmacho!

Behandelt een man zijn kat anders dan zijn vrouw doet? Het is een vraag waar ik graag Maurice de Hond op zou loslaten, maar wegens gebrek aan financiële middelen zal ik het antwoord zelf moeten vinden. Dat luidt, als ik op mezelf mag afgaan: ja.

Mannen als ik zijn geneigd hun katten op dezelfde manier te behandelen als hun kinderen of kleinkinderen. We willen graag fijne dingen met hen doen – samen naar Artis of Ajax, of die leuke speelfilm met die érg leuke actrice - maar overhoren en hun kamers ‘uitmesten’ laten we graag aan hun moeder of grootmoeder over. Naar zwemles ook, want altijd te warm en te veel chloorstank, je krijgt er hoofdpijn van, vooral na een lange werkweek.

Op kattenniveau betekent dit dat ik steeds toevallig net aan een razend ingewikkelde column – zo eentje als deze – bezig ben als de poes haar bak bestijgt om iets te produceren waar zelfs het zwembad zich niet mee kan meten. „Doe jij even de bak”, roep ik dan naar mijn vrouw, „ik ruik het hier.”

Dit klinkt gruwelijk anti-emancipatorisch, ik besef het, maar als lezer wilt u toch de waarheid horen, en niets dan de waarheid?

Het gevolg van dit machogedrag is dat ik door mijn vrouw eindeloos geïnstrueerd moet worden als zij zich om een of andere reden niet van haar kattentaken kan kwijten.

„Zorg dat ze niet aan de bank krabt, laat haar niet door de voordeur ontsnappen, hou het kattenluikje open en doe de slaapkamerdeur dicht, anders komt ze midden in de nacht zaniken, weeg haar eten af als je opstaat en als je naar bed gaat, en pas op dat ze niet zelf haar etensbakken opent.” En natuurlijk: „Maak die bak schoon!”

Gelukkig weet ik dat beloning én vergelding groot zullen zijn: een kat in je armen, daar haalt geen vrouw het bij.