Hout wordt weer boom bij Ai Weiwei

Ai Weiwei: Forever, 2003 Foto De Pont

Ai Weiwei. De Pont, Wilhelminapark 1, Tilburg. T/m 24 juni. Di t/m zo 11-17u. Digitale catalogus op depont.nl.

Daar liggen ze dan, twee rechthoeken grijs gruis, twee grijze vlakken op de grijze betonnen vloer van museum De Pont in Tilburg. De zonnebloempitten die Ai Weiwei in de Chinese stad Jingdezhen van porselein liet maken en met de hand liet beschilderen, zijn op het eerst gezicht een teleurstelling. Opnieuw een teleurstelling, want ze waren het twee jaar geleden ook, toen ze in de Tate Modern te zien waren. Met de hoeveelheid heeft dat dus niets te maken; in de Tate waren weliswaar veel meer pitten te zien, maar de ruimte waarin ze lagen, de Turbine Hall, is ook veel groter dan De Pont.

De teleurstelling duurt maar kort, heel kort, want wie het werk nadert, ziet alles wat zij erover weet op een glorieuze manier visueel worden. Dat het nu om twee rechthoeken gaat, van beide 5000 kilo pitten, is een interessante variant omdat het bij de zonnebloempitten allemaal draait om verschil en gelijkenis.

Hoe langer je ernaar denkt, hoe duizelingwekkender het wordt. Ai Weiwei heeft zijn pitten zo vol gestouwd met betekenis dat het ongelooflijk wordt dat ze er op het eerste gezicht bescheiden uitzien.

Op het NOS Journaal sprak Hendrik Driessen, directeur van De Pont, over Mao als de zon waarnaar alle Chinezen zich moesten richten. Maar dit werk gaat over zoveel meer: over massaproductie en ambacht, over productie en reproductie, origineel en kopie, natuur en cultuur, dingen en mensen. Ai Weiwei krijgt het voor elkaar dat zijn zonnebloempitten een spiegel lijken. Reflectie in grijs gruis.

Conceptueel opwindend is dat dit werk zo vloeibaar is; het kan steeds in een andere vorm gelegd worden. De variant die de Tate heeft aangekocht, zoals gisteren bekend werd, kan een vierkant of een kegel worden. Ook dit werk is kleiner dan dat in de Turbine Hall: geen 100 miljoen maar 10 miljoen pitten.

Het is heerlijk dat Ai’s pitten nu in Nederland te zien zijn (waar blijft die andere internationale kunst hit, The Clock van Christian Marclay?) Ze gaan ook nog eens vergezeld van zeven andere werken van de Chinese kunstenaar. Dat is te weinig om van een overzichtstentoonstelling te kunnen spreken; Ai Weiwei heeft inmiddels zoveel werk gemaakt dat daar meer voor nodig zou zijn. De tentoonstelling in De Pont, die eerder in het Louisiana Museum in Denemarken te zien was, brengt nog een paar grote sculpturen, waarin het materiaal waarvan ze gemaakt zijn net als bij de pitten deels de inhoud bepaalt.

Een aantal fietsen van het Chinese merk Forever is zo met elkaar verbonden dat het voorwiel van de een het achterwiel van een of twee andere vormt, zodat er een soort cilinder van fietsen ontstaat; een draaikolk. In Grapes (2010) zijn een aantal antieke krukjes aan elkaar bevestigd, op dezelfde manier als waarop stukken hout deze krukjes vormen. In de tuin an het museum wordt het model van Tatlins revolutionaire toren een soort kroonluchter.

Het mooist bepaalt de vorm de inhoud in Trees (2009-2010). Stukken hout van verschillende kamferbomen zijn zo in elkaar gepuzzeld dat ze weer een boom vormen. De stukken zijn met grote ijzeren moeren aan elkaar vastgedraaid. Hout wordt weer boom.

In de westerse bewondering voor het werk van Ai Weiwei mengt zich een zekere nostalgie, misschien zelfs jaloezie. In China doet kunst er nog toe – Ai Weiwei is in ieder geval gevangen gezet, zijn studio is afgebroken, hij staat nu onder huisarrest. Hier haalt men zijn schouders op. Als het maar geen geld kost.

Maar Ai Weiwei werd waarschijnlijk niet om zijn zonnebloempitten of fietsen gearresteerd, of om het portret van Marcel Duchamp – gemaakt van porselein en een kleerhanger – dat ook in De Pont hangt. Dat is eerder een gevolg van zijn werk in andere media, van zijn teksten en foto’s op zijn blog en op Twitter, van zijn onderzoek naar misstanden als het instorten van vooral schoolgebouwen na de aardbeving in Szechuan in 2008.

Dit aspect van zijn werk komt ook aan bod in De Pont, in een aantal documentaires van Ai die getoond worden in de wolhokjes aan de zijkant van de grote zaal. Ze werden eerder dit jaar al vertoond op het Rotterdams filmfestival. In Parijs is in het Jeu de Paume nu een tentoonstelling te zien die alleen uit films, foto’s en teksten van Ai bestaat.

Misschien is het genie van Ai Weiwei wel dat hij zich op zoveel verschillende vlakken weet te bewegen. Alles kan alles worden. Wat een rijkdom.

Nog niet eens genoemd is zijn werk als architect. Ai Weiwei ontwierp in 2008 samen met Herzog en De Meuron het Olympisch Stadion in Beijing, het Vogelnest. Met dezelfde Zwitserse architecten ontwerpt hij deze zomer het tijdelijke paviljoen van de Serpentine Gallery in Londen, als daar de Olympische Spelen worden gehouden.