Column

Het einde van de postkoloniale aflaat

De Angolese president, Eduardo dos Santos, sprak vriendelijke, of liever gezegd ietwat bevoogdende woorden bij het staatsbezoek van zijn Portugese collega: „We zijn ons bewust van de moeilijkheden die het Portugese volk recent heeft ontmoet, en Angola wil helpen. Op dit moeilijke moment dat de financiële crisis Portugal raakt, is het belangrijk om ons de historische banden tussen onze landen te herinneren.”

Langzaam, maar wel heel zeker draaien de rollen om. Terwijl lange tijd het Zuiden naar het Noorden migreerde, zien we nu de eerste bewegingen in omgekeerde richting. De lange rijen voor het Angolese consulaat in Lissabon vertellen het verhaal. De afnemende kansen in eigen land drijven steeds meer Portugezen in de richting van voormalige koloniën als Angola en Brazilië.

Die exodus wordt goed beschreven in het onvolprezen weekblad De Groene Amsterdammer (9 februari). Een van de jonge migranten, die naar São Paulo is getrokken, zegt het zo: „Hier heb je tenminste het gevoel dat dingen in beweging zijn, mensen zijn positief en vol vertrouwen. Ik zal nooit meer terug kunnen naar de depressiviteit van Portugal.”

Hun vertrek past in een breder beeld. Rutger van der Hoeven, redacteur van De Groene, laat zien hoe de elite van het tot voor kort verscheurde en arme Angola, nu Portugese bedrijven opkoopt. Zelfs de nationale vliegmaatschappij zou wel eens van eigenaar kunnen wisselen. „Dit is een postkoloniale rolwisseling die in de wereldgeschiedenis nog nooit eerder is voorgekomen. Niet alleen Portugal, ook andere Europese landen zullen zich steeds meer gaan richten naar landen die we tot voor kort nog Derde Wereld noemden”, aldus Paulo Gorjão van een instituut voor internationale betrekkingen.

De verhoudingen in de wereld kantelen inderdaad razendsnel. Driekwart van de ontwikkelingslanden van vroeger laat nu groeicijfers zien die hoger liggen dan in de meeste westerse landen. Hun uitgangspositie ligt natuurlijk op een laag niveau, maar de Indiaas-Amerikaanse econoom Aravind Subramanian voorspelt dat tweederde van de mondiale groei tussen 2010 en 2030 zal plaatsvinden in de opkomende economieën.

Die verschuiving is onbarmhartig blootgelegd door de kredietcrisis: alle geijkte begrippen over Noord en Zuid, Oost en West zijn aan herziening toe. Europa vroeg immers financiële steun aan onder meer China om uit de monetaire problemen te komen. Veel duidelijker kan de nieuwe tijd niet worden geïllustreerd.

En niet alleen China, India en Brazilië, maar ook landen als Turkije, Ghana en Nigeria maken een groeispurt door. Dat is absoluut een welkome verandering, want op die manier ontsnappen veel mensen aan de armoede en de groei schept een wereld waarin gelijkwaardiger verhoudingen tussen landen ontstaan.

Het gevolg is wel dat de ontwikkelingssamenwerking steeds meer het symbool wordt van een tijd die voorbij is. Dat zien we ook aan de bedragen die in de hulp omgaan: vormden die veertig jaar geleden nog 70 procent van de geldstromen van Noord naar Zuid, nu is nog maar 13 procent ontwikkelingsgeld. De afhankelijkheid van hulp neemt ook af, zoals in Ghana van 46 naar 27 procent in de laatste tien jaar (zie het rapport Real Aid, 2011).

Hoe men ook oordeelt over de werkzaamheid van veel hulp, duidelijk is dat die hoort bij een wereld die door het Westen werd gedomineerd. De afhankelijkheid van de Derde Wereld rechtvaardigde paradoxaal genoeg nog meer betrokkenheid. Iets van de blanke beschavingsmissie van weleer klonk door in de ontwikkelingshulp. Nu de postkoloniale tijd verdwijnt, zien we beter hoezeer die samenhing met het koloniale verleden. Het oprechte schuldgevoel daarover maakte van de hulp ook een aflaat, die nu op zijn einde loopt.

Er zal zeker behoefte blijven aan ruimhartige noodhulp, gezondheidszorg, aan eerlijker handel, aan een verdediging van mensenrechten en nog meer. Maar de relaties zullen steeds minder passen in het traditionele raamwerk van de ontwikkelingssamenwerking. Een groeiend aantal landen staat op eigen benen: losser van hulp gaat het hen beter dan ooit. En bijna driekwart van het aantal armen in de wereld woont inmiddels in de landen met een middeninkomen zoals Brazilië, die allereerst zelf voor de vraag staan of ze hun groeiende rijkdom willen herverdelen.

Natuurlijk, de Portugese exodus is een bijzonder verhaal. De economische situatie is er problematischer dan in veel andere Europese landen. Ook is het land bijzonder omdat er altijd al veel mensen emigreerden: de tijd dat de gastarbeiders naar het Noorden trokken, ligt niet zo heel ver achter ons.

Maar tegelijkertijd is die uittocht van Portugezen naar hun voormalige koloniën een mooie illustratie van een gekeerd tij. Het moment is aangebroken dat meer studenten of ondernemers uit Europese landen in de richting van Shanghai, Mumbai, São Paulo of Singapore zullen vertrekken. Een half miljoen Portugezen in Brazilië zijn hen voorgegaan. Hun vertrek markeert het begin van het einde van de postkoloniale wereld.