“Geachte heer/mevrouw, u stuurde ons een varkensbot. Het is geen fossiel”

Paleontologen krijgen vaak e-mails van enthousiaste amateur-collega’s. Ze sturen foto’s van ‘fossielen’ die ze gevonden hebben op het strand of op een omgeploegde akker. Vaak blijkt de ‘unieke vondst’ niets bijzonders. Voor een ongeoefend oog kan ieder steentje of schapenbot wel een bodemschat zijn, schrijft paleontoloog Dave Hone op zijn blog.

De onderzoekers van de afdeling Geologie van het Natural History Museum in Londen bedachten al lang geleden een oplossing voor dit probleem. Om leken snel van repliek te dienen, lieten zij de volgende kaartjes drukken:

Zo hoefde de dienstdoende paleontoloog alleen maar een paar woorden door te strepen om de droom van een fossielenjager door te prikken. Op basis van het telefoonnummer en de vermelding van een telegramadres schat Hone dat het kaartje zo’n 70 jaar oud is. Dit kattebelletje van het hoofd van de afdeling Insecten uit 1961 laat echter zien dat het Natural History Museum 50 jaar geleden nog hetzelfde briefhoofd voerde, dus het kaartje kan goed jonger zijn geweest.

Een beetje lol hebben om de naïviteit van amateurs mag best, vindt Hone. Bovendien zijn paleontologen zijn niet de enigen die worstelen met het ‘leekprobleem’. Ook archeologen hebben regelmatig te stellen met amateurs die bijzondere ‘vuistbijlen’ of ‘pijlpunten’ ontdekken, getuige deze hillarische open brief.