Een reusachtig vijfsterren- skateboard in Singapore

Bij het vallen van de tropenavond, als het laatste zonlicht op de wolkenkrabbers van Singapore valt, is het bovenop Marina Bay Sands het mooist. Het 150 meter brede zwembad op het dak van het hotel biedt uitzicht op het centrum – steek op ooghoogte het water over en het lijkt of je zo de stad in zwemt. Pas aan de overkant van de infinity pool ziet de zwemmer dat het bad toch eindig is en er nog een ruime buffer zit tussen de rand en de gapende diepte.

Baantjes trekken is er niet bij, honderden andere gasten hebben op dit tijdstip eveneens het koele water opgezocht. Of ze rusten uit, gekleed in de witte badjassen van het hotel, op ligstoelen onder de palmbomen van het Sky Park. Ja, de bomen, 250 stuks, groeien hier tot in de hemel.

Wat is er behalve het park in de lucht zo bijzonder aan het Marina Bay Sands Hotel in de stadstaat Singapore? Het megalomane vijfsterrenhotel, met 2.500 kamers, is een architectonisch hoogstandje, ontworpen door de Israëlisch-Canadese architect Moshe Safdie. Het gebouw, in februari 2011 geopend, bestaat uit drie afzonderlijke, schuin oplopende torens, 200 meter hoog, die bovenop met elkaar zijn verbonden door het ‘dak’. Van een afstand lijkt het op een reusachtig skateboard, gedragen door drie pilaren. Aan de voorkant heeft het dak een uitstekend platform van 70 meter. Dat is een uitzichtpunt, waar ook niet-hotelgasten tegen betaling gebruik van kunnen maken.

Het Marina Bay Sands, onderdeel van het Amerikaanse bedrijf Las Vegas Sands, is niet alleen een hotel. Het geheel bestaat uit een complex van gebouwen: een congrescentrum, een shopping mall, het ArtScience Museum, een casino van enorme proporties, een ijsbaan. Het lijkt allemaal wat te veel van het goede en dat is het ook. De ‘ijsbaan’, om maar wat te noemen, bestaat uit synthetisch materiaal. Leuk hoor, schaatsen in een stad die dichtbij de evenaar ligt, maar het plastic glijdt voor geen meter! En in de ‘mall’ wordt het winkelend publiek vermaakt in Venetiaanse gondels. Het ziet er potsierlijk uit, varen in een bootje onder een groot dak, over een afstand van nog geen honderd meter.

Maar het hotel zelf is een hit. Ook veel Singaporezen trakteren zichzelf en hun families op een weekeinde MBS, zoals het in de volksmond heet, dichtbij huis. Ze kunnen het zich permitteren: volgens het IMF stond Singapore vorig jaar op de derde plaats van rijkste landen, gerekend naar inkomen per hoofd van de bevolking, na Qatar en Luxemburg. Maar door de hoge bevolkingsdichtheid (5 miljoen mensen op 710 vierkante kilometer) wonen de Singaporezen hutjemutje – een paar dagen in een hotel is dan geen overbodige luxe. Al is een ‘deluxe’ kamer – de goedkoopste – omgerekend 285 euro per nacht, voor twee personen.

De meningen over het MBS lopen sterk uiteen. Op reisfora heeft de een het over „de beste hotelervaring ooit” terwijl anderen juist niet tegen de massaliteit kunnen. Ja, massaal is het wel. Wie overdag door het hoge atrium loopt, waant zich eerder in een overvol metrostation dan in een hotel.