Een klas met stuiterballen, dat gaat niet

Een paar zorgleerlingen kan een school wel aan. Maar hoe gaat het als er straks veel meer in een gewone klas komen?

Redacteur Onderwijs

Middelburg. Stel: een lichamelijk gehandicapte leerling moet naar de wc. Gaat de leraar of de lerares straks mee de gang op? Dan zit de rest van de klas minutenlang zonder toezicht.

Ruud Boel, directeur van openbare basisschool De Dolfijnenburch in Middelburg, fronst zijn wenkbrauwen bij dat vooruitzicht. „We gaan het zien, maar ik vrees het ergste. Dat passend onderwijs gaat ons nog flink wat hoofdbrekens bezorgen.”

Op circa 3.100 Nederlandse scholen in het basis-, speciaal en voortgezet onderwijs wordt vandaag gestaakt. Bijna de helft daarvan sluit de deuren, liet de grootste vakbond, de Algemene Onderwijsbond, weten. De stakers komen bijeen in de Amsterdam Arena. Het protest in het Amsterdamse stadion moet de grootste onderwijsactie in jaren worden. De reden: het passend onderwijs. En dan vooral: de bezuinigingen daarop.

Minister Marja van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) vindt dat er te veel kinderen met leer- en gedragsproblemen naar het dure speciale onderwijs gaan. Daarom wil zij gewone scholen vanaf komend schooljaar verbieden die leerlingen te weigeren.

Tegelijk is ze van plan te bezuinigen op de zorg voor deze leerlingen – in het gewone én in het speciale onderwijs. Het gaat om een bedrag dat in 2015 oploopt tot 300 miljoen euro, op een totaal van 1,9 miljard euro voor het zorgonderwijs.

Wat is de winst voor het gewone onderwijs, vraagt directeur Ruud Boel zich af. Klassen zullen voller worden. Leraren zullen het nóg drukker krijgen. „En mijn mensen”, zegt Boel, „zijn al overbelast. Zeker de wat oudere leraren zullen afhaken, omdat het hun simpelweg te veel wordt. Ik kan ze geen ongelijk geven.”

Boel maakt zich zorgen, en hij is niet de enige schooldirecteur op Walcheren. Want in Zeeland weten ze waarover ze praten. De provincie is dunbevolkt en de bevolking krimpt bovendien. Daarom gaan de zogeheten zorgleerlingen nu al vaak naar een gewone school – een speciale school is immers al snel te ver weg, anders dan in de Randstad.

Het Zuid-Bevelandse Driewegen (570 inwoners) is zo’n krimpgemeente. Op basisschool ’t Opstapje maakt directeur Stan Meulblok een wegwerpgebaar zodra de kabinetsplannen ter sprake komen. Hij snapt niet dat „de onderwijswereld zo lijdzaam heeft ingestemd met dit kortzichtige plan”. Hij heeft zijn hoop gevestigd op de senatoren in de Eerste Kamer, die formeel nog moeten instemmen met de bezuinigingsmaatregel.

’t Opstapje telt 51 leerlingen, verspreid over drie groepen. Eén hyperactief kind met gedragsproblemen vergt zo veel aandacht dat het ten koste gaat van ‘normale’ leerlingen, zegt Meulblok. „Zo’n adhd-stuiterballetje zet de boel letterlijk op stelten. Dat vereist specifieke kennis en begeleiding, en die is niet voorhanden.”

’t Opstapje telt nu zes zorgleerlingen: drie kinderen die speciale ondersteuning nodig hebben, drie kinderen met extra onderwijsbehoeften vanwege dyslexie of een (lichte) vorm van autisme. Meulblok kan ze „nu nog aan boord houden met de rugzakgelden”. Met ‘rugzakjes’ kunnen ouders zorg inkopen voor hun kinderen. Scholen kunnen met het geld vervolgens extra mensen aannemen. Maar die financiering verdwijnt en dan staat de schooldirecteur met lege handen. „Sterker, dan dreig ik tegen sommige ouders te moeten zeggen: sorry, uw kind is elders beter af.”

Maar een leerling weigeren kan straks alleen nog in uitzonderlijke gevallen. Volgens Meulblok is dan ook sprake van „een verborgen agenda” van het kabinet-Rutte: een zorgplicht zonder de bijbehorende financiële steun. Daardoor zullen de bezuinigingen leiden tot banenverlies. Schattingen lopen uiteen van vijf- tot zesduizend arbeidsplaatsen, in het speciaal- en het gewone onderwijs.

Naast leraren zullen ook veel goed geschoolde onderwijsassistenten en interne begeleiders (IB’ers) hun baan kwijtraken. IB’ers zijn opgeleid om leerlingen met leerproblemen te helpen. Vera de Hoop is zo’n IB’er op ’t Opstapje. Zij zegt: „Zonder extra hulp red je het straks niet als leraar, ook niet als je een superleraar bent.”

Als het over passend onderwijs gaat, dan loopt openbare basisschool De Vossenburch in Middelburg waarschijnlijk voorop in Zeeland. De Vossenburch, gevestigd in de achterstandswijk Dauwendaele, heeft nu al de naam een school te zijn die niet moeilijk doet over een zorgleerling meer of minder. Maar liefst 95 van de 220 leerlingen hebben ‘een aanwijzing’. De meesten worstelen met leer-en gedragsproblemen, vertelt IB’er Carla Kamphuis: add, pdd-nos, adhd, asperger, dcd, dyslexie, dyscalculie, odd-cd. „Het is veel, maar we kunnen het aan, ook al gebeurt dat soms met het nodige kunst- en vliegwerk.”

Eén leerling is geestelijk en lichamelijk gehandicapt, en zit in een rolstoel: een meisje dat voorzien van een vaste begeleider deelneemt aan de lessen in groep 5. Kamphuis: „Zij leert veel en haar klasgenoten ook, zeker als het om acceptatie gaat.”

Directeur Herman Satter ziet daarom ook voordelen van de nieuwe opzet van het passend onderwijs. Maar het evenwicht is wankel, denkt ook hij. Wordt de toestroom van zorgleerlingen nog groter, dan komen ‘gewone’ leerlingen onherroepelijk in de verdrukking, voorspelt hij. „Ik ben trots op wat wij nu kunnen, maar besef ook dat de wal straks het schip kan keren. Daar is niemand bij gebaat.”