Een goede opleiding, een drukke baan én een kat

In ‘Men & Pussy’ legt fotografe Marieke Plasier mannen en hun katten vast. ‘Het zijn eigenwijze mannen met een rustig karakter.’

De Russische schaakwereldkampioen Aleksandr Aljechin (1892-1946) schaakte soms met zijn Siamese kat op schoot. Zanger Freddie Mercury (1946-1991) van Queen zong een liedje voor zijn favoriete kat Delilah: ‘You make me so very happy / When you cuddle up and go to sleep beside me / And then you make me slightly mad / When you pee all over my Chippendale suite.’ Winston Churchill kon eveneens smelten van zijn poezen.

De Tilburgse portretfotografe Marieke Plasier heeft een zwak voor mannen met katten. Ze heeft er inmiddels bijna dertig gefotografeerd voor haar project ‘Men & Pussy’. De foto’s wil ze bundelen in een boek.

Plasier kwam op het idee toen een vriend een portret wilde van zichzelf met zijn kat van 17 jaar. „Ik bleek meer mannelijke vrienden te hebben met katten”, zegt ze. „De man-met-kat is een type man dat ik zeer waardeer. Mannen zijn niet per se stoer. Ze doen ook de afwas, schrobben hun douche en verzorgen de kat.” Zelf heeft Plasier twee katten.

Hoe laat de man-met-kat zich omschrijven? „Hij is zorgzaam”, zegt de fotografe. „En hij is bijna altijd hoogopgeleid, met een drukke baan.” En dat komt goed uit. Want: „Een kat kan goed alleen zijn en voor zichzelf zorgen. Een hond daarentegen heeft constant entertainment nodig.” Mannen met katten zijn ook veelal eigenwijze mannen met een rustig karakter, heeft ze ondervonden.

Plasier vindt hen aandoenlijk. „Kees bijvoorbeeld, leeft voor zijn acht katten, met namen als Flinder, Flondria, Flya en Flinky. Zijn vrouw is drie jaar geleden overleden. Hij haalt veel energie en geluk uit zijn poezen.” Achter elk portret gaat een persoonlijk verhaal schuil. „Eén man heeft een kat als waakpoes van zijn kantoor.”

Bioloog Midas Dekkers (65) is ook een kattenman. Hij heeft twee poezen en een katertje. „Ik kan me geen leven voorstellen zonder katten”, zegt hij. „Mijn bestaan zou uitzichtsloos zijn.”

Een kat is het toonbeeld van dubbelzinnigheid, zegt hij. „Enerzijds staat ze symbool voor huiselijkheid, anderzijds voor het kwaad. De kat is aanbeden als God en is verafschuwd als duivel. Doodde je in het oude Egypte een poes, dan kreeg je de doodstraf. In de Middeleeuwen zag men de kat als trawant van de duivel. Heksen met katten waren rijp voor de brandstapel.”