De gelukkige huisvrouw

Talitha Kelfkens gaf les maar zegde haar baan op toen ze zwanger werd. Ze heeft drie kinderen en is opnieuw zwanger. „Mijn dochter vroeg laatst wanneer ze ook eens naar de buitenschoolse opvang mocht. Ik zei: Nooit.”

Koken, knutselen, knuffelen, de was doen, naar het schoolplein etc; een doorsnee dag van Talitha Kelfkens. Foto NRC Handelsblad Rien Zilvold

09.00 Talitha Kelfkens, 32 jaar en achttien weken zwanger, staat in de keuken en schenkt met één hand thee. Haar jongste kind, Elodie (1), zit op haar heup. Haar oudste, Noëmi (6) zit op school. En Sybren (3) trekt aan haar vest. Hij wil limonade. „Lust je daar ook een rijstwafel bij”, vraagt ze. Talitha Kelfkens uit Waardenburg, bij Zaltbommel, is huisvrouw.

Begin vorige eeuw was de huisvrouw geen uitzonderlijk verschijnsel. De man verdiende de kost buitenhuis terwijl de vrouw voor huishouden en kinderen zorgde. In de jaren zestig, met de komst van de vrouwenemancipatie, begon dit beeld te veranderen. Langzaam, dat wel.

In de jaren zeventig stopte driekwart van de vrouwen met werken na de geboorte van het eerste kind. In de jaren tachtig vonden vier op de tien vrouwen dat werk en kinderen niet samen konden gaan.

Maar in 2000 waren huisvrouwen een marginale groep geworden. Toen was slechts één op de tien vrouwen huisvrouw, zo’n 755.000 in totaal. En nu, ruim tien jaar later, is dat aantal nog eens gehalveerd tot 318.000. Vaak gaat het dan om hoogopgeleide vrouwen met goedverdienende partners of 55–plussers. En geloof je het niet, vraag dan eens rond op een willekeurig schoolplein. Geen huisvrouw te bekennen.

Talitha Kelfkens volgde de pedagogische academie voor basisonderwijs. Zes jaar lang gaf ze les en dat vond ze „superleuk”. Toen werd ze zwanger. „Ik zag kinderen uit mijn klas met tegenzin naar de buitenschoolse opvang gaan. Ouders halen hen om zes uur op. Koken, eten, even geforceerd gezellig doen en naar bed. En op zaterdag naar tennis. De kinderen gaan mee als statussymbool. Nee, doei, zo wilde ik het niet.”

Sybren heeft de theedoos opengemaakt en haalt er theezakjes uit. „Je mag er tien”, zegt ze. “Verder kun je toch nog niet tellen. Kijk me eens aan. Is dat een afspraak?” „Ja.” „Wat ja?” „Ja, mama.”

Haar man vond het mooi dat ze huisvrouw wilde worden. Al zouden ze het wel zuiniger aan moeten doen. Hij werkt bij een drukkerij, chipszakken en rolletjes mentos bedrukken. Onregelmatige diensten. Geen topsalaris. Kelfkens: „Ik zie zoveel gezinnen die makkelijk met minder geld toekunnen.” Ze noemt de werkende vrouwen in zulke gezinnen „luxe-werkers”.

11.30 „Jij mag kiezen, Sybren. Zullen we eerst de badkamer doen of de was?” Sybren kiest voor de badkamer. Ze gaan met zijn drieën naar boven. Zij doet paarse rubberen handschoenen aan en dweilt op haar knieën de badkamervloer. „Nu moet jij even op de gang spelen, Elodie.” Het meisje begint te huilen. Sybren maakt koprollen op het bed van zijn ouders en trekt de stekker van de wekker uit het stopcontact.

Eigenlijk vindt ze er niks aan, poetsen. „Maar ik ben ook heel gestructureerd en gedisciplineerd.” En dus doet ze maandag beneden. En dinsdag boven. Verschoont ze woensdag de bedden. Is donderdag wasdag. En doet ze vrijdag boodschappen.

Soms voelt ze zich schuldig, zegt ze. „Dan vind ik dat ik te weinig tijd aan mijn kinderen besteed.” Haar wangen kleuren. „Dan ben ik de hele dag bezig geweest met het huishouden en heb ik helemaal niet met ze gespeeld.”

12.00 Elodie ligt in bed; Sybren en Talitha zitten aan tafel. Zij heeft een afgemeten aantal boterhammen uit de boterhammenzak in de vriezer gehaald. „Ik kom altijd precies uit. Als ik vrijdag boodschappen ga doen, is mijn koelkast leeg.”

Nog niet zo lang geleden werden moeders die werkten met de nek aangekeken op het schoolplein. Ze moesten zich verdedigen voor hun ‘keuze’, voelden zich vaak bezwaard. Nu zijn de rollen omgedraaid. „Ik hoor heel vaak: ‘Jij zit zeker de hele dag Libelle te lezen’. Of: ‘Je hebt toch een goede opleiding. Het is zonde dat je je niet inzet voor de maatschappij’.”

Deert dat haar? Ze haalt haar schouders op. „Ik heb een heel gladde rug. Ik veroordeel niemand. Maar ík vind dit de beste oplossing. Mijn levensdoel is momenteel het opvoeden van de kinderen.”

14.30 Ze heeft met Sybren geknutseld. „Knippen en plakken leer ik hem zelf wel. Van mij hoeft hij niet naar de peuterschool.” Ook heeft ze de rijst voor vanavond al gekookt. En is de was op zolder opgehangen – een droger heeft ze niet, dat vindt ze een „energieverslinder”. Nu vouwt ze andere was op.

Ze vertelt over haar afkeer van kinderopvang. „Baby’s die eindeloos in wipstoeltjes zitten, peuters die totaal overprikkeld raken.”

Haar man komt thuis. „Heb je lekker gewerkt”, vraag ze. „Het was heel rustig”, antwoordt hij en vertrekt naar boven. In zijn kluskleren komt hij terug. „Sybren, ga je mee de schuur betimmeren?”

15.00 Kelfkens staat aan het schoolhek om Noëmi op te halen. Maar die wil vandaag bij een vriendinnetje spelen. „Ooit vroeg Noëmi me wanneer ze ook eens naar de buitenschoolse opvang mocht. Dat leek haar zo leuk. Ik zei: ‘Nooit’. En: ‘Het is toch ook gezellig dat mama thuis is’. Toen knikte ze en zei: ‘Ja, dat is ook wel zo’.”