De euro kost ons per maand TWEE PIZZA'S

PVV-leider Geert Wilders verzet zich fel tegen extra bezuinigingen. Daarmee verlengt hij de levensduur van de euro, blijkt uit zijn eigen rapport.

Maarten Schinkel

Economisch commentator

DEN HAAG - PVV leider Geert Wilders presenteert in een vergaderzaal van de Tweede Kamer een onderzoek naar de gevolgen van een terugkeer naar de gulden. Het onderzoek is gemaakt onder leiding van Charles Dumas van het Londense onderzoeksbureau Lombard Street Research (LSR)- ANP COPYRIGHT PIERRE CROM

Moeten we de euro uit? En als we dat zouden doen, is de schade dan niet enorm? De eerste vraag werd gisteren door PVV-voorman Geert Wilders beantwoord met een welluidend ‘ja’. De tweede met een ‘Valt wel mee’. De conclusies zijn getrokken naar aanleiding van een onderzoek dat de PVV liet verrichten door het Britse bureau Lombard Street Research.

Om een eerste misverstand uit de wereld te helpen: dit is geen obscuur bureau, maar een groep economen met een prima naam in de Londense City. En om nog een misverstand weg te nemen: nee, het zijn geen uit de pas lopende eurosceptici. De manier waarop zij tegen de gemeenschappelijke munt aankijken wordt, en werd, gedeeld door veel andere economen – allang voordat de munt werd ingevoerd.

Zijn ze, zoals Wilders stelt, wel tot de conclusie gekomen dat de euro ons 800 euro per hoofd van de bevolking heeft opgeleverd, maar tussen de 1.800 en 2.700 euro per jaar kost? Ook al niet. De plus van 800 wordt in het hele rapport niet genoemd, maar is slechts in de samenvatting overgenomen uit een oud rapport van de Europese Commissie.

En die min van 1.800 en 2.700 euro dan? Dat gaat respectievelijk over de extra consumptie die Nederlanders nu hadden kunnen genieten als de groei van de consumptie over de afgelopen tien jaar gelijke tred had gehouden met de groei van de economie, danwel als die groei van de economie even groot zou zijn geweest als die van twee niet-eurolanden – Zweden en Zwitserland. Die 2.700 klinkt als een enorm getal, maar staat gelijk aan tien jaar lang twee maal in de maand géén pizza laten bezorgen. En dan hadden we ook nog bescheiden moeten zijn met de niet-bestelde toppings.

Ook hier gebruikt Lombard Street, ter verdediging, de getallen overigens meer als voorbeeld – om toch een bedrag te kunnen zetten bij het veronderstelde nadeel. Maar in wezen is het nadeel niet te kwantificeren, en dat wordt dan ook eerlijk door de PVV gezegd. Een dergelijke alternatieve geschiedenis schetsen is in feite onbegonnen werk. Hoe had ik ervoor gestaan als ik tien jaar geleden die andere baan had genomen, die andere partner had gehuwd? Daar is hooguit een slag naar te slaan. En dat soort keuzes is wat complexiteit betreft kinderspel vergeleken met het aangaan van een muntunie.

Wat doet het langverwachte rapport dan wel? Vier dingen. Het schetst de tekortkomingen in de totstandkoming van de monetaire unie. Het stelt als gevolg daarvan een diagnose van het probleem. Het schetst de toekomst. En het berekent hoeveel het verlaten van de muntunie door Nederland zou kunnen gaan kosten.

De onderzoekers van Lombard maken duidelijk dat de muntunie eigenlijk te haastig is begonnen en een belangrijk aspect mist: een herverdelingsmechanisme zoals de meest bekende muntunie, de Verenigde Staten, dat wél heeft. Omdat sommige Europese landen (vooral de noordelijke) beter toegerust waren om met een gemeenschappelijk munt te beginnen dan andere (vooral de zuidelijke) was de muntunie van meet af aan een gedrocht. Een gemeenschappelijk renteniveau voor zoveel verschillende landen, die uiteindelijk op zichzelf waren aangewezen, was een recept voor een ramp. One size fits none, zo karakteriseert Lombard het gemeenschappelijke monetaire beleid.

Voor veel noordelijke landen met een lage inflatie bleek de rente eigenlijk te hoog, waardoor ze onderconsumeerden, voor veel zuidelijke en perifere landen (Ierland) met een hogere inflatie was de rente eigenlijk te laag waardoor ze oververhitten, wat te zien is aan de huizenmarkten in Spanje en Ierland. De lage rente maakte veel van hen ook gemakzuchtig: ze profiteerden wel, maar pasten zich niet aan. De arbeidskosten gingen veel te snel omhoog, waardoor ze zo concurrentieverlies leden en de verschillen met het noorden alleen maar groter werden.

Die diagnose is, nogmaals, niet nieuw. In wezen slaagt de muntunie alleen als er structurele kapitaaloverdrachten plaatsvinden. En daar is een politieke unie voor nodig en een gemeenschappelijke lotsverbondenheid. Een groot deel van het rapport kan even goed worden gelezen als een pleidooi hiervoor, maar die kant wilde de opdrachtgever kennelijk niet op.

De sombere scenario’s die Lombard schetst voor het eindspel van de euro hebben hun waarde en wie weet komen ze nog uit ook. Maar hoeveel het voortijdig op eigen houtje verlaten van de muntunie Nederland gaat kosten, kan niet anders dan worden geschat.

De in de samenvatting geciteerde 51 miljard euro nadeel (ook niet in het rapport zelf terug te vinden trouwens) en het feit dat we dit in twee jaar weer meer dan goedmaken, zijn niet erg geloofwaardig. Een overgang naar de gulden zou ongekend chaotisch zijn, met kapitaalvlucht (of wie weet juist een enorme instroom) tot gevolg, weken aan gemiste productie, forse maatschappelijke kosten en een, hopelijk tijdelijk, oplopende werkloosheid. Om maar wat te noemen. Het is ook ondenkbaar dat een Nederlandse uittocht zou plaatsvinden in een oase van rust in de rest van de eurozone.

Maar goed, die scenario’s zijn toekomstvisies – en daar kan niet al te veel van worden verwacht. Terug naar de diagnose van wat er fout is gegaan. Want daar is wel degelijk iets pijnlijks aan de hand.

De cijfermatige ondersteuning in het rapport laat telkens één land zien dat formeel wel bij het noorden hoort, maar in wezen zich vrij zuidelijk gedroeg. En dat is Nederland. De inflatie lag hier boven het gemiddelde in de eurozone – net als in het zuiden. De concurrentiekracht, uitgedrukt in de loonkosten per eenheid product, erodeerde bovengemiddeld – net als in het zuiden. En we hadden een zeepbel op de woningmarkt – net als Spanje en Ierland.

Lombard Street heeft dan ook zichtbaar moeite gehad de Nederlandse realiteit in te passen in het theoretische model van noord en zuid. Wat Nederland tot de ‘noordelijke’ landen doet behoren, is een fors overschot op de handels- en betalingsbalans. Verder niet.

Nederland past dus niet goed in het model dat Lombard gebruikt. Maar een probleem met de euro is er wel. Lombard plaatst zichzelf duidelijk in het kamp van de economen die de eurocrisis niet zien als een begrotingscrisis, zoals Duitsland. Het bureau schetst de eurocrisis juist als een betalingsbalanscrisis. Noordelijke landen hebben, mede doordat zij meer exporteren dan importeren, een overschot op de betalingsbalans. De zuidelijke hebben een tekort. Dat betekent dat het zuiden een steeds grotere schuld oploopt, die door het noorden wordt gefinancierd. Daardoor hebben ze elkaar nu in een ijzeren greep: zij ten onder, wij ten onder.

De oplossing is het terugbrengen van deze onevenwichtigheid. Lombard Street doet daarbij twee veronderstellingen. De eerste is dat noordelijke landen te veel energie hebben gericht op de export, ten koste van de binnenlandse consumptie. Zij deden zodanig hun best om aan concurrentiekracht te winnen – bijvoorbeeld door de lonen te matigen – dat hun burgers gedwongen onderconsumeerden. Hier komt dat bedrag van 1.800 tot 2.700 euro aan gemiste consumptie vandaan.

Probleem is: wie zegt dat dit zich buiten de muntunie ook niet had voorgedaan?

Bovendien ontbreken in het rapport twee allesbepalende factoren voor de Nederlandse economie sinds de invoering van de euro. Al genoemd is de opkomst en ondergang van de woningmarkt. De tweede is de pensioencrisis, die al jaren duurt. Beide hebben zeker een drukkend effect op de consumptie gehad.

Hun tweede vooronderstelling snijdt meer hout: als er een overschot op de betalingsbalans is, dan wordt er door bedrijven en huishoudens kennelijk te veel gespaard en te weinig geïnvesteerd. Als de overheid dan ook nog gaat bezuinigen, om de begroting in evenwicht te krijgen, dan wordt dat overschot op de betalingsbalans alleen maar groter. Kortom: als alle eurolanden tegelijk gaan bezuinigen, wat Duitsland nu afdwingt, dan kan dat volgens Lombard Street de eurozone in potentie opblazen.

Daar kunnen ze best wel eens gelijk in hebben. En hier ligt dan ook de missie voor Wilders. Als hij volgens de theorie van zijn eigen rapport actief wil bijdragen aan de teloorgang van de euro, dan moet hij als de wiedeweerga streven naar een Nederlands begrotingsevenwicht en keiharde bezuinigingen. Verzet hij zich tegen bezuinigingen, dan verlengt hij daarmee juist de levensduur van de muntunie, en de euro.

Ironisch? Een understatement, dear fellow, een understatement.