Dat Plan, moeten we dat wel doen?

Moet Nederland zich nu wel of niet voluit inzetten voor een olympische kandidatuur in 2028? De meningen zijn verdeeld.

Sport, Voor de eerste maal in de geschiedenis van de Olympische Spelen wordt het Olympisch vuur (de Olympische vlam) ontstoken tijdens de Olympische Spelen van 1928 te Amsterdam, Nederland, 28 juli 1928.; Sports. For the first time in the history of the Olympic Games the Olympic flame is lit at the Amsterdam Olympic Games of 1928. The Netherlands, July 28, 1928.

Sportredacteuren

Rotterdam. Er is een plan om in 2028 de Olympisch Spelen naar Nederland te halen. En er is scepsis over dat plan. Veel scepsis. Donderdag is het jaarcongres over het Olympisch Plan 2028. Veel betrokkenen klagen. Over een gebrekkige voortgang, onbekendheid bij het publiek, onduidelijkheid over de taakverdeling, verdeeldheid over de koers of onzichtbaarheid van het ‘gezicht’ Camiel Eurlings. Gemene deler van het klachtenrepertoire: het moet (veel) beter.

De voortgang

Er is ongenoegen over de voortgang van het Olympisch Plan. De ideeën leven onvoldoende, is een breed gedragen opvatting. De kritiek geldt voor Olympisch Vuur, de organisatie van voorzitter Eurlings die verantwoordelijk is voor de uitwerking van het Plan. „Het olympisch vuur is een waakvlammetje geworden. Het moet aangewakkerd worden. Je hoort de mensen er niet over praten. Het plan moet gaan leven, op scholen, binnen clubs”, zegt Els van Breda-Vriesman, voormalig lid van het IOC en raadgever van het Olympisch Plan. Zij wijst ook op het gevaar van gemakzucht. „Als de keus voor een stad wordt gemaakt, moet er een strategie zijn. Je zult een slim plan moeten hebben om de oppositie te weerstaan en de bevolking mee te krijgen. En er moeten garanties van de overheid zijn, anders is elk plan overbodig.”

Joop Alberda is zeer kritisch. „Er gebeurt niks.” Volgens de coach van het gouden volleybalteam op de Spelen in 1996 en voormalig technisch directeur van NOC*NSF is de tijdspanne tot 2028 veel te lang. „Als een plan urgentie mist, worden mensen cynisch.” Alberda vraagt zich af wat hij nog in de adviesraad van Olympisch Vuur te zoeken heeft, omdat hij nauwelijks wordt ingeschakeld. „Ik wil wat doen. Als ik geen bijdrage kan leveren, kan ik mijn tijd wel beter besteden.”

Hans den Oudendammer, directeur van Rotterdam Topsport, is genuanceerder. Geen wonder, want hij is dagelijks met het Olympisch Plan 2028 bezig. Rotterdam heeft zich kandidaat gesteld en moet de strijd aangaan met Amsterdam. „Ik kan me voorstellen dat een deel van de sportwereld, het bedrijfsleven en de cultuursector slecht wordt bediend. Zij worden er niet echt bij betrokken.”

Directeur Jan de Jong van omroeporganisatie NOS vindt dat op de EK’s en WK’s die in Nederland worden gehouden (waterpolo, tafeltennis) onvoldoende olympische ambitie blijkt. „Er is geen regie. Ja, dat ligt aan Olympisch Vuur. Of aan NOC*NSF, want de rolverdeling is mij niet altijd duidelijk. Het ontbreekt ook aan een marketingcampagne, het publiek wordt niet op de hoogte gebracht.”

De stilte rond het Olympisch Plan is een bewuste keus, verdedigt oud-roeier Gerritjan Eggenkamp. Hij is zowel lid van het dagelijks bestuur als van de council, het hoogste beslisorgaan van Olympisch Vuur. „Dit is een langetermijnproject, waarbij we niet continu een mediashow hoeven op te voeren. In 2016 wordt pas beslist of Nederland de Spelen probeert binnen te halen. Dan is het niet meer dan gezond dat het nu even rustig is.”

De koers

Binnen Olympisch Vuur is een richtingenstrijd gaande over de koers. Eén stroming vindt dat eerst meer Nederlanders moeten sporten om draagvlak voor de Spelen te krijgen. Deze groep wil pas in 2016 over een kandidatuur beslissen. ‘Zonder basis geen Spelen.’ Een andere groep vindt dat het vizier nu al op de Spelen gericht moet zijn: zonder doel geen plan.

Sportconsulent Frank van den Wall Bake, lid van de adviesraad Club van 2028, behoort tot de eerste groep. Hij wil dat er rigoureus afstand wordt genomen van een koppeling aan de Spelen. „We zitten in een economische crisis; dan zeggen mensen al snel: hou op met die onzin over de Spelen.” NOS-directeur De Jong behoort tot de tweede groep en vindt dat Nederland al lang rijp is voor het evenement. „Bij ambitie hoort een doel. Dat zijn in dit geval de Spelen. En dan lijkt me een goede sportcultuur vanzelfsprekend. Ik draai het om.”

Den Oudendammer committeert zich aan de voorzichtige lijn. Hij betreurt het dat er van diverse kanten op wordt aangedrongen nog dit voorjaar de keus voor een stad te maken. „Eerst een plan, dan een bid, dat vind ik de juiste volgorde. De keus voor een stad komt te vroeg.”

„Dat ‘op olympisch niveau brengen’ en ‘draagvlak creëren’ vind ik van die politiek correcte termen. Je moet een doel hebben, anders raak je de weg kwijt”, vindt oud-zwemkampioen Pieter van den Hoogenband, een van de vele voormalige sporters die deel uitmaken van de adviesraad Topsportteam 2028. „Ik ging naar de Spelen om te winnen en nergens anders om. Als we hetzelfde gevoel weten op te roepen als onlangs rond een Elfstedentocht gaan de mensen er vanzelf achter staan.”

Bedrijfsleven afstandelijk

Het bedrijfsleven is tot nu toe niet enthousiast. Dat heeft economische redenen, maar het komt ook door het ontbreken van een helder plan. Dat moet volgens Van den Wall Bake, kenner van de sponsorwereld, niet als desinteresse uitgelegd worden. „Het bedrijfsleven wil wel, maar wel op basis van een businessplan. Men is panisch voor opportunisme.”

Oud-roeier Eggenkamp maakt zich geen zorgen. „Bij een recessie wordt niet snel geld aan de Spelen uitgegeven. Daar komt bij dat de Spelen relatief risicovrij gehouden kunnen worden. Nederland hoeft geen nieuwe luchthaven, ringweg of metro aan te leggen.” Zijn opvatting wordt ondersteund door Van Breda-Vriesman, die vertelt dat de operationele kosten van de Spelen zo’n 4 miljard euro bedragen. Het IOC betaalt de helft. „Vanaf 1984 zijn alle Spelen winstgevend geweest.” De eventuele investeringen in infrastructuur en stadions telt zij daarbij niet mee.

De onzichtbaarheid van Eurlings

Na zijn presentatie als voorzitter van Olympisch Vuur, een half jaar geleden, heeft Eurlings zich nog niet als de grote aanjager van het Olympisch Plan gepresenteerd. Hij opereert vooralsnog achter de schermen, bij sportbijeenkomsten en in de media wordt hij zelden gesignaleerd. Zijn beperkte présence is niet onopgemerkt gebleven. Den Oudendammer zou Eurlings graag als een lobbyist van het Plan door het land zien trekken. „Ik lees kranten, kijk tv en luister radio, maar zie hem niet of nauwelijks.” NOS-directeur De Jong, die zich veelvuldig in sportkringen ophoudt: „Ik ben Eurlings nog niet in zijn nieuwe rol tegengekomen.”