Bloemenman

Jan, de bloemenman van de Westermarkt in Amsterdam, is overleden. Zijn anders zo vrolijke kraam is dichtgemaakt met planken. Als ik erlangs loop, op weg naar de haringkraam, zie ik kaartjes van buurtbewoners en een al enigszins verlepte bos witte rozen. De haringman is in gesprek met een klant: „Jan is kort ziek geweest en

Jan, de bloemenman van de Westermarkt in Amsterdam, is overleden. Zijn anders zo vrolijke kraam is dichtgemaakt met planken. Als ik erlangs loop, op weg naar de haringkraam, zie ik kaartjes van buurtbewoners en een al enigszins verlepte bos witte rozen.

De haringman is in gesprek met een klant: „Jan is kort ziek geweest en veel te vroeg overleden. Kijk maar, ik heb de aankondiging op de toonbank geplakt.”

De klant leest de rouwcirculaire. Ineens hoor ik een lach. „Weet je wat hier staat, als laatste zin?”

De haringman kijkt vragend. Klant: „Jan houdt van bloemen.”

gerda weverink