Bedrijven over de kop

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: collectief ontslag na faillissement.

Werknemers van NedCar protesteren tegen sluiting. Foto Chris Keulen

Het is crisis en dus neemt het aantal faillissementen toe. Personeel, dat normaal gesproken bij een sanering of reorganisatie aanspraak kan maken op afvloeiingsregelingen, heeft dan vaak het nakijken. In de praktijk worden die regelingen afgesproken in overleg tussen de werkgever en de vakbonden en vastgelegd in een sociaal plan. Maar bij een faillissement ligt dat anders. Vaak ontbreekt het aan geld om uitvoering van een sociaal plan te financieren en is er ook geen rechtspersoon meer om mee te onderhandelen. Dat risico loopt het personeel van NedCar ook. Er ligt een sociaal plan, voor het geval NedCar over de kop gaat. Ondertekend door de bonden en de NedCar-directie. Maar is Mitsubishi dan ook gehouden om daar uitvoering aan te geven en de benodigde miljoenen beschikbaar te stellen?

Recente jurisprudentie daarover lijkt een steun in de rug voor het NedCar-personeel te zijn. Als een bedrijf over de kop gaat, maar onderdeel uitmaakte van een moederconcern dat zich direct met de bedrijfsvoering heeft bemoeid, heeft dat concern verantwoordelijkheid voor het achtergebleven personeel. Vorig jaar oordeelde de voorzieningenrechter in Middelburg dat het personeel van Biovalue, onderdeel van Delta NV, na faillissement wel degelijk recht heeft op zo’n sociaal plan. Delta NV moet daar nu alsnog over onderhandelen.

Biovalue zelf, het bedrijf produceerde brandstof uit plantaardige olie, leed verlies. In 2010 werd collectief ontslag voor het personeel aangevraagd. Op 14 december ging Biovalue failliet. Een dag later werd het personeel door de curator ontslagen. Het concept sociaal plan dat die zomer nog met de bedrijfsleiding van Biovalue was besproken, leek daarmee van tafel.

Maar bij de voorzieningenrechter voerde FNV Bondgenoten met succes aan dat het moederbedrijf, Delta NV, rechtstreeks het beleid bij Biovalue had bepaald en dus ook aansprakelijk is voor gemaakte afspraken in het sociaal plan. Volgens Delta NV was het moederbedrijf formeel ook niet betrokken bij de onderhandelingen over een sociaal plan.

Maar volgens de rechter was Delta intensief betrokken bij het beleid van Biovalue, ook bij afspra ken over de afvloeiingen. En ondanks dat faillissement had Delta NV verder moeten onderhandelen.

Afgelopen december kwam het Gerechtshof in Leeuwarden tot dezelfde conclusie. Daarbij ging het om personeel van Nacap Benelux, onderdeel van de KHE Group. Nacap ging failliet nadat het financieel was ‘leeg gezogen’ door het moederbedrijf. Geld voor een sociaal plan was er na dat faillissement niet meer. Vorig jaar augustus oordeelde de rechter in Groningen al dat Koop Holding zich niet aan de verplichting om uitvoering te geven aan een eerder gesloten sociaal plan kon onttrekken. Het gerechthof nam die redenering over. Want ook hier was sprake van ‘intensieve beleidsbemoeienis’ vanuit de holding bij Nacap.

Met name de uitspraak van het Gerechtshof in Leeuwarden wordt door de bonden gezien als een doorbraak in de jurisprudentie over bedrijfsfaillissementen en de verplichting om alsnog afspraken te maken over een sociaal plan. Daar komt nog bij dat recente aanscherping van de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) het voor werkgevers moeilijker maakt om personeel te ‘lozen’ zonder zo’n sociaal plan. Een bedrijf dat meer dan 20 man personeel wil ontslaan, moet met de bonden onderhandelen over een sociaal plan en moet zo’n ontslagronde melden bij het UWV. Maar in de praktijk omzeilen werkgevers die verplichting door met individuele werknemers vertrekafspraken te maken. Die krijgen dan een zogeheten ‘beëindigingsovereenkomst’ aangeboden en kunnen vervolgens WW aanvragen.

Door aanscherping van de regels voor collectief ontslag moeten werkgevers het aantal ‘vrijwillige’ vertrekkers ook meetellen bij het aantal personeelsleden dat als gevolg van reorganisatie ontslagen wordt. Met als stok achter de deur dat als achteraf blijkt dat de ontslagronde, inclusief de vrijwillige vertrekkers, ten onrechte niet is aangemeld, de ontslagprocedures alsnog ongedaan gemaakt kunnen worden. En er alsnog met de bonden onderhandeld moet worden.

Reageren? Mail naar ecorecht@nrc.nl