Aziaten verdrongen de Papoea’s uit de Indonesische archipel

Van west naar oost en met bijna een kilometer per jaar hebben Austronesische mensen (‘Aziaten’) zich in Indonesië verspreid. De vermenging met de oorspronkelijke Papoea-bevolking op de eilanden gebeurde 3.500 tot 4.000 jaar geleden.

Dit blijkt uit een genetische studie, die vandaag is gepubliceerd in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences. Volgens onderzoeker Shuhua Xu en collega’s, van de Chinese academie van wetenschappen, toont de studie de grote invloed van de Austronesische expansie in Zuidoost-Azië.

In de Late Steentijd verspreidden sprekers van Austronesische talen zich van Madagascar tot aan Paaseiland. Overal waar ze kwamen mengden deze landbouwers zich met de lokale jager-verzamelaars. Tegenwoordig zijn de Austronesische bevolkingsgroepen dominant in Indonesië, de Filippijnen en Maleisië.

Op de oostelijke eilanden van Indonesië mengden de Austronesische immigranten zich met de sprekers van Papoea-talen, nakomelingen van een veel vroegere migratie uit Afrika. In hoeverre de huidige bewoners daar Papoea dan wel Austronesisch zijn, is onderwerp van debat. Daarom onderzochten Shuhua Xu en zijn collega’s het genoom van 288 personen van 13 groepen Austronesisch-sprekers en twee groepen Papoea-sprekers. Ze deden dat DNA-onderzoek ook bij 36 Indonesiërs en 25 inwoners van Papoea Nieuw Guinea.

En wat bleek? Hoe oostelijker hoe meer Papoea, hoe westelijker hoe meer Austronesisch. Dat de expansie van west naar oost verliep, en 3.500 tot 4.000 jaar geleden begon, komt overeen met archeologische vondsten en taalkundige reconstructies.