Auto's zijn net varkens

Opeens keek ik de krimp recht in de ogen. In het bescheiden buurtwinkelcentrum twee straten verderop staan nu drie zaken naast elkaar leeg. De Medicijnman (zo heette de apotheek) schijnt een tijdje geleden op de fles te zijn gegaan, de tijdelijke matrassen- en boxspringverkoper is ook maar gestopt en wat de winkel daarnaast verkocht, ben ik al vergeten.

De aaneengesloten leegstand geeft het rijtje een doffe aanblik. Het beeld van de krimp zijn de woorden ‘Te Huur’ op de ruit en achter het glas de restanten van vertrek. Wat blijft is stof.

De essentie van economische krimp en crisis is dat er van heel veel teveel is. Teveel vloeroppervlakte voor winkels. Teveel vierkante meters voor kantoren. Teveel mensen die aan de slag willen, maar dat niet kunnen. Teveel productiecapaciteit. Gevolg: leegstand. Werkloosheid. Maar juist in de industrie kan het lang duren voordat productiehallen daadwerkelijk worden gesloten.

Daarom gebeuren daar nu ogenschijnlijk rare dingen, zoals de verbranding van Napolitaans afval in Nederlandse ovens. In Nederland hebben de afvalbedrijven geïnvesteerd in meer dan voldoende capaciteit. Tot overmaat van ramp zorgt economische krimp en zuinigheid tot minder groei van het aanbod van afval. Wie zijn afvaloven toch wil laten roken, zakt met zijn prijs, zodat de vaste kosten (rente op geleend geld, afschrijvingen, lonen van de vaste werkploeg) nog worden goedmaakt. Als meerdere verbranders dat doen, kunnen de (buitenlandse) klanten de producenten nog een keer tegen elkaar uitspelen en extra prijsverlaging incasseren.

De Napels route is een variant op de zogeheten varkenscyclus. Hoe ziet die eruit? In goeie tijden met stijgende prijzen breiden boeren hun veestapel uit. Dat zijn stuk voor stuk rationale individuele beslissingen, die er samen voor zorgen dat er rap meer varkensvlees op de markt komt. Gevolg: prijsverlagingen om het vlees te kunnen blijven verkopen. Financiële problemen dienen zich aan. Banken en andere financiers worden nerveus. De eerste boeren moeten inkrimpen of gaan bankroet. Prijzen stijgen nog niet. Dan volgt de hamvraag: ‘koude’ of ‘warme’ sanering?

In een koude sanering is het ieder voor zich. Het regent faillissementen. Het aantal varkens (lees: de productiecapaciteit) krimpt. Prijzen gaan mettertijd weer wat stijgen. De cyclus herneemt zijn dynamiek. De eerste ondernemers kopen meer varkens, en ...

In een warme sanering gaat het net zo, maar reduceren bedrijven met meer of minder overleg hun capaciteit. Maar ja, dat is gevaarlijk. Overleggen is tegenwoordig verdacht en voor je het weet staat de Nederlandse Mededingingsautoriteit op de stoep voor een inval (‘bedrijfsbezoek’) en een boete.

In de varkenscyclus overleven alleen bedrijven met financiële ruggegraat. Wie zich te klein waant, zoekt een fusiepartner. Wie zich sterk waant, probeert nog een concurrent uit de markt te drukken.

In weinig bedrijfstakken is de varkenscyclus zo levendig als in de auto-industrie. Elke keer zijn er ondernemers die van de overdadige productiecapaciteit willen profiteren. Overcapaciteit en krimp hebben hun ontwrichtende werk gedaan. De prijs is het bewijs. Victor Muller kreeg geld toe bij de overname van het Zweedse Saab, dat in bankroet eindigde. Nedcar in Born staat nu te koop voor één euro. Dat is de waarde van de toekomstige inkomsten als autoproducent. Een Zwitsers bedrijf wordt nu de strohalm. Het bedrijf zelf is ten opzichte van Nedcar een dreumes. David en Goliath, samen tegen de krimp. Het klinkt heroïsch, het eindigt in verlies.

Menno Tamminga