Antidepressiva en depressie remmen groei van foetus

Vrouwen die tijdens hun zwangerschap een depressie bestrijden met moderne antidepressiva (ssri’s), krijgen kinderen met een gemiddeld iets kleinere hoofdomvang. Hun kinderen worden vaker te vroeg geboren. Depressieve zwangere vrouwen die géén ssri’s slikken krijgen ook kinderen met een kleinere hoofdomvang (hoewel iets minder dan bij de ssri-sliksters). Hun kinderen zijn gemiddeld wat korter.

Is het nu slecht om tijdens de zwangerschap ssri’s te slikken? Dat kunnen we niet zeggen, schrijven onderzoekers uit Rotterdam die de gegevens gisteren publiceerden in een online geplaatst artikel in de Archives of General Psychiatry. De vrouwen die aan de ssri’s zijn hadden minder last van hun depressie. Dat maakt misschien ook uit. De Rotterdamse onderzoekers pleiten vooral voor een goede ‘zwangerschapshygiëne’: niet zwanger worden als je depressief bent.

Dit onderzoek is wel belangrijk. Bijvoorbeeld omdat het is gedaan bij kinderen en moeders die ook de komende jaren nog aan het onderzoek meedoen. Het gaat om Generation R, een onderzoek waaraan bijna 10.000 kinderen uit de Rotterdamse bevolking jarenlang meedoen en waarbij allerlei groei- en ontwikkelingsonderzoek wordt gedaan.

Medicijngebruik tijdens de zwangerschap is moeilijk goed te onderzoeken. In Generation R is niemand door het lot aangewezen om wel of geen ssri’s te slikken. De onderzoekers wisten dat 1,3 procent van de zwangeren een ssri slikte en dat 7,4 procent depressief was zonder medicijnen te slikken.

Storende factor, waarvoor zo goed mogelijk is gecorrigeerd, was dat onder de depressieve ssri-gebruiksters veel meer vrouwen zaten die de hele zwangerschap bleven roken (bijna 40 procent, tegen 15 procent van de niet-depressieve zwangeren). Tabak en cannabis remmen de hoofdgroei ongeveer zo sterk als ssri’s.

Ssri’s komen bij proefdieren in de foetus terecht en remmen daar de hersengroei. En minder hoofdgroei is een teken van achterblijvende hersenontwikkeling. Vorig jaar schreven Amerikaanse onderzoekers dat ssri-sliksters twee keer zo vaak kinderen hebben die autistisch zijn. Het is nog afwachten hoe veel autisme er ontstaat in de kinderen van Generation R, of ssri’s daar aan bijdragen, of dat alleen een depressieve moeder misschien genoeg is.