‘Zauberflöte’ met sterke cast

Die Zauberflöte van W.A. Mozart door Opera Zuid en het LSO. Gehoord: 2/3, Theater aan het Vrijthof Maastricht; tournee t/m 31/3, zie www.operazuid.nl

Die Zauberflöte is een lastig meesterwerk. Mozart hield ervan om serieuze en komische elementen in zijn werk te vermengen, maar in deze sprookjesopera gaat hij soms wel erg ver: platvloerse grollen, een hitsige booswicht, onsterfelijke liefde, bijeengehouden door met ernst en eerbied gepresenteerde, nogal zijige vrijmetselaarssymboliek. En, gelukkig, door meer dan tweeënhalf uur verrukkelijke muziek.

Met die muziek, solide uitgevoerd door het Limburgs Symfonie Orkest o.l.v. Per-Otto Johansson, zit het in de nieuwe Opera Zuid-productie wel snor. Ook de regie begint met een slimme vondst: Tamino en Pamina, het voorbestemde, vorstelijke liefdespaar, leven langs elkaar heen in een deprimerende kantoortuin en treffen elkaar pas in een droom.

De droomomlijsting legitimeert als vanzelf het hak-op-de-tak-karakter van hun zoektocht naar elkaar, maar ondanks die vondst houdt regisseur Bruno Berger-Gorski de aandacht niet overal vast. De hoofdpersonages blijven in zijn hand wat vlak en sommige capriolen zijn te lukraak.

Mooie details, zoals de boekenpilaren van de wijsheidstempel, staan naast oubollige vrijmetselaarsparafernalia; de gemakzuchtige projectie van een geldverslindend vuur zit het opvlammen van de ware liefde in de weg.

Gelukkig wordt er goed gezongen. De flinke bezetting kent zelfs nauwelijks zwakke plekken en is slim gecast, met een wat schrille, maar loepzuiver virtuoze Königin der Nacht (Christina Rümann) en een veelbelovende Tamino (Elmar Gilbertsson).

De jonge Aylin Sezer (Pamina) groeide vrijdag gaandeweg de voorstelling in haar rol en excelleerde in Ach ich fühl’s. De show werd gestolen door Martijn Sanders als vogelvanger Papageno. Met zijn krachtige bariton en dito podiumpresentie benut hij de mogelijkheden van zijn burleske rol ten volle. Ook het koor van het Maastrichtse conservatorium levert uitstekende prestaties.