Vossen in Londen zijn net zo lastig als de duiven op de Dam

Een doorwaakte nacht in Londen. Een vos heeft besloten dat het afscheidingsmuurtje met de achterburen de geschikte plek is om ’s nachts om drie uur haar lokroep ten gehore te brengen, en daar is het gekrijs van een krolse kat niets bij. Het klinkt als een baby in doodsnood: whaah, whaah, whaah, whaah.

Dat er vossen in Londen zijn, wist ik van mijn voorgangers die er regelmatig een in hun tuin aantroffen. Maar zij woonden naast Hampstead Heath, een park in het noorden van de stad. Ik woon in het centrum, metrozone 1, in een wijk die weliswaar groen is maar geen natuur heeft.

Natuurlijk, ook ik kende het verhaal van de vos die in Downing Street rondsloop, hoorde de anekdote over de koninklijke flamingo’s die een nachtelijke strooptocht niet overleefden, en las tabloidgruwelen over een vos die in de buitenwijken een wiegje inklom en een baby beet.

Nu weet ik dat dat geen uitzonderingen zijn. Vossen in Londen zijn als de duiven op de Dam, parkieten op het Lange Voorhout en wilde zwijnen op de snelweg. Met een bijbehorende gewaarwording: de eerste is leuk, dan volgt gewenning, en vervolgens ontdek je de nadelen.

Mijn eerste vos bewonderde ik dus nog enthousiast. Hij (of dezelfde zij?) stond op nog geen meter afstand, zijn rossige vacht glom in het licht van de straatlantaarn en hij keek me recht aan. Traag draaide hij zich om en wandelde weg. Nog weken speurde ik in de sneeuw naar pootafdrukken. Nu weet ik dat hij elke donderdagochtend om half zeven, als de vuilnis al buiten staat en er nog geen mensen op straat zijn, zijn ronde doet. Hij scheurt zakken open, zoekt naar half afgekloven kippenpootjes en andere lekkernijen, en laat een spoor van etensresten achter.

De achterbuurman zou de vos het liefst afschieten – zijn twee jachthonden zijn ’s ochtends nauwelijks in bedwang te houden als ze lucht krijgen van het dier. Dat gaat mij wel erg ver: het blijft een prachtig dier. Hij zegt: „Als de vossenjacht nog was toegestaan, zouden die beesten nooit in de stad zijn neergestreken.”

Maar het is een mythe dat het aantal vossen is toegenomen door het jachtverbod in februari 2005, vertelt Trevor Williams van The Fox Project – een soort Dierenbescherming voor gewonde vossen. Cijfers van de universiteit van Bristol wijzen uit dat er naar schatting 30.000 stadsvossen zijn, een aantal dat in veertig jaar nauwelijks is veranderd.

Wel zijn de stadsvossen brutaler en tammer dan hun soortgenoten op het platteland, en daardoor worden ze vaker gezien. „Ze hebben een iets andere levensstijl, en dat komt doordat wij mensen slordig omgaan met onze etensresten. Maar ze zijn net zo behendig in het jagen op ratten, muizen en vogels als plattelandsvossen. En beide soorten hebben profijt van doodgereden dieren. Alle vossen stropen nu eenmaal liever dan dat ze jagen”, zegt Williams.

In Londen lijkt het tij voor de vos te keren. Er zijn nog mensen die vossen voeren, en medicijnen halen bij de dierenarts als ‘hun’ vos tekenen van schurft vertoont. Maar weinigen die het prettig vinden om een opengescheurde vuilniszak te vinden. Tot genoegen van de plattelandsbewoners, die zeven jaar geleden met lede ogen zagen hoe de in hun ogen misplaatste vossenliefde van stadsbewoners het jachtverbod dicteerde.

Aan de overlast is niets te doen. Vossen zijn geen ongedierte, meldt de gemeentelijke website, al staat het woord ‘wild dier’ tussen aanhalingstekens. Gelukkig is het bijna lente, dan is het gehuil van de vos voorbij. Whaah, whaah, whaah.

Titia Ketelaar