Vissen op meer soorten lijkt beter voor de visstand

Verantwoord vissen, dat gebeurt door alleen verkoopbare soorten te vangen en de ongewenste bijvangst tot een minimum te beperken. Dat is al decennialang wereldwijd de basis het visserijbeleid. Ten onrechte, schrijft een internationaal team van experts, bijeengebracht door de International Union for Conservation of Nature in een opinieartikel in Science van vrijdag. Zij vinden dat het basisprincipe van de visserij, selectiviteit, op de schop moet. Selectief vissen heeft haar belofte niet waargemaakt. Het doet ecosystemen meer kwaad dan goed.

Neem de Noordzee. Daar bestaat een systeem van vangstquota: iedere schipper mag per jaar in een bepaald gebied een vastgestelde hoeveelheid vis van een bepaalde soort met een minimumlengte vangen. In werkelijkheid zorgen de quota voor ongewenste effecten. Dat schreven die deskundigen al in 2010 in PNAS. Het selectief wegvangen van soorten verstoort het evenwicht tussen de soorten, vinden ze. Zo is de garnalenpopulatie in de Noordzee omhooggeschoten doordat er nauwelijks meer kabeljauw zwemt. En vangst van alleen grote vis heeft tot gevolg dat vissen zich sneller gaan voortplanten en minder groot worden.

Daar komt bij dat selectief vissen niet zo succesvol is. Nog altijd ligt de bijvangst vaak rond de vijftig procent, wat betekent dat per kilo gevangen vis een halve kilo ongewenste vis dood of beschadigd overboord gaat.

De auteurs pleiten ervoor van elke soort zoveel te vangen dat de verhoudingen tussen de soorten gelijk blijven en de structuur van het ecosysteem in stand blijft. In Science onderbouwen de biologen dat met rekenmodellen.

In theorie is er weinig in te brengen tegen gebalanceerd oogsten, zegt zeebioloog Daniel Pauly van de universiteit van British Colombia. Toch heeft hij zijn bedenkingen. „Het probleem is dat we niet weten hoe we gebalanceerd moeten oogsten. Er is geen ervaring mee en het vergt regulering die veel ingewikkelder is dan nu, zo niet onuitvoerbaar.”

Het nieuwe systeem gaat op sommige punten lijnrecht in tegen het nieuwe Europese visserijbeleid, dat in 2013 moet ingaan. Ook voor vissers zou het een flinke omslag vergen. Zij vangen nu de soorten die het meest opleveren. Kleinere vis en andere soorten zijn waardeloos. De onderzoekers suggereren dat er vanzelf een markt zal ontstaan, voor bijvoorbeeld vismeel. Juist dat baart Pauly zorgen. „Het risico bestaat dat vissers massaal op het vissen van surimi en vismeel overstappen. Er zullen dus wel quota gesteld moeten worden om overbevissing te voorkomen.”