Column

Trekpop en andere vissers

‘De belangrijkste taak van een keeper is het voorkomen van tegendoelpunten.’ Heus, er zijn cursussen voor keeperstrainers die met deze weinig schokkende stelling beginnen.

Het trainen van doelmannen werd er vroeger maar zo’n beetje bijgedaan. De veldtrainer knalde erop los of gooide de ballen snel achter elkaar in de richting van een doel, waar een keeper in de modder mocht spartelen.

Tegenwoordig kan geen club meer zonder aparte keeperstrainer. Het is een vak geworden, zeker sinds Frans Hoek, de goeroe onder de keeperstrainers, er wetenschap van heeft gemaakt.

Ook Piet Schrijvers, oud-doelman van het Nederlands elftal, heeft tips opgeschreven. ‘De keeper moet zelf graag willen. De keeper moet nooit met het gezicht naar het doel teruglopen. Draag lekker zittende kleding. Zorg altijd voor goed opgepompte ballen.’ Meer weten? Schrijvers organiseert keepersdagen.

Maar helpen al die speciale trainingen? Vast wel, maar in Nederland blijkt dat nu niet zo. Zeker, de drie beste keepers spelen in het buitenland. Maar verder? Werkloos trainer Willem van Hanegem noemde in het tv-programma Voetbal International Piet Velthuizen, de doelman van Vitesse die al eens een helft het doel van Oranje verdedigde, een „trekpop”. Overdreven, oké, maar wie de keepers van de topzes aanschouwt, kan moeilijk om de conclusie heen dat er heel wat wordt afgeblunderd.

De Nederlandse eredivisie moet het niet van kwaliteit hebben, maar van spanning. En van de doelpunten. Die vallen dit seizoen hier meer dan in omringende landen. Frankrijk en Italië tellen er per wedstrijd gemiddeld rond de 2,5. Spanje (2,69) en Duitsland (2,79) zijn iets doelpuntrijker, Engeland (2,84) en België (2,86) nog wat meer.

Maar Nederland heeft de kaas met de grootste gaten. Hier moest een doelman gemiddeld 3,23 maal de bal uit het net vissen. Dit zegt iets over de spelers vóór hem, zie PSV gisteren. Maar toch. Die keepers hier verwaarlozen hun belangrijkste taak.