Teun is terug – in het ‘andere oranje’

Teun de Nooijer (35) won in Bloemendaals ‘andere oranje’ met 4-2 van SCHC. Hij rekent op ‘Londen’, desnoods als fan.

Een pass uit de losse pols, het handelsmerk van Teun de Nooijer, krijgen we deze middag in Bilthoven slechts bij vlagen te zien. Bij de eerste twee treffers van Bloemendaal zit hij nota bene op de bank. Het derde doelpunt komt van zijn stick, maar is een simpele intikker. Bij de vierde goal in het uitduel tegen SCHC is hij zijdelings betrokken.

De recordinternational (445 interlands) zegt na afloop te hebben genoten op het veld – en wie de twinkeling in zijn ogen ziet kan moeilijk aan zijn positieve gemoed twijfelen. Hij is de enige hockeyer die handtekeningen mag uitdelen en staat in de motregen geduldig de pers te woord. Maar harde woorden aan het adres van de bondscoach die hem zo plotseling uit de nationale hockeyselectie verwijderde? Nee, daarvoor is hij te veel het type ‘ideale schoonzoon’.

Gepasseerd voor het Nederlands elftal, nog geen half jaar voor de Olympische Spelen in Londen, waar hij de kroon op zijn fraaie interlandcarrière hoopte, nee hoopt te zetten. Want afgeschreven lijkt de bijna 36-jarige aanvoerder van het ‘andere oranje’ zich niet te voelen. Hij spreekt binnenkort met bondscoach Paul van Ass. Een oude afspraak waar we niks achter mogen zoeken.

Cool and collected, zo speelde en sprak hij gisteren op het kunstgras van de Stichtse. De Nooijer, telg uit een artistieke familie, heeft nooit een grote mond gehad. Vriendelijke oogopslag, subtiele aanwijzingen, weergaloze dribbels. Nog beter dan Ties Kruize. De beste van de wereld, vonden we vooral in Nederland.

Maar geen speler met wie je de oorlog wint, zo klonk de toenemende kritiek. Toch behaalde De Nooijer een wereldtitel, een Europese titel, zes Champions Trophy’s en twee keer olympisch goud (in 1996 in Atlanta en in 2000 in Sydney). En nu zou hij opeens bij het grofvuil worden gezet? In zijn eigen woorden: „Ik zit er even niet bij.”

Steeds vaker laat hij zijn man lopen, luidde het argument van de bondscoach om hem uit de nationale selectie te zetten. Tegen het middelmatige SCHC kan de aanvallend ingestelde De Nooijer zich deze tekortkoming permitteren. Maar tegen toplanden als Australië en Duitsland is het ‘dodelijk’ om je directe tegenstander uit het oog te verliezen, klinkt het in hockeyjargon.

Allemaal waar, maar de plaatsvervangers van Teun de Nooijer komen kwalitatief zo veel tekort tegen spelers uit de wereldtop, dat een rentree in de nationale ploeg een reële optie is. En als hij onverhoopt toch niet terugkeert in het Nederlands team, dan is hij komende zomer in Londen aandachtig toeschouwer. „De Spelen zijn zo dichtbij dat ik gemakkelijk kan gaan kijken”, zegt de man die heel bewust rugnummer 14 draagt, maar veel minder rancuneus is dan zijn grote voorbeeld uit de voetbalwereld, Johan Cruijff dus.