Syrië weert Rode Kruis nu al vier dagen uit Homs

De Syrische autoriteiten hebben het Rode Kruis ook gisteren geweerd uit het opstandelingenbolwerk Baba Amro in Homs, waar het Syrische leger na wekenlange bombardementen donderdag binnentrok. Volgens oppositieactivisten wil het bewind niet dat het Rode Kruis getuige is van moordpartijen op achtergebleven rebellen. Het Rode Kruis kreeg vorige week officieel toestemming om naar Baba Amro te gaan. Volgens activisten zijn tijdens het beleg tussen 700 en 1.000 inwoners gedood, maar er is geen onafhankelijke bevestiging van de cijfers.

Intussen groeit de bezorgdheid over de duizenden burgers die nog in de wijk vastzitten in het koude weer, met weinig voedsel, brandstof en medicijnen. Het Rode Kruis is er wel in geslaagd hulp af te leveren in een dorp op 3 kilometer van Homs, waar sommige inwoners van Baba Amro hun toevlucht hebben gezocht.

Op andere plaatsen in Syrië ging de strijd tussen rebellen en het regeringsleger door of braken nieuwe gevechten uit. Volgens oppositiebronnen hebben opstandelingen die in losse milities opereren onder de vlag van het Vrije Syrische Leger, hun aanvallen in het zuiden, noorden en oosten van het land geïntensiveerd.

Analisten wezen erop dat de verdrijving van de rebellen uit Baba Amro geen keerpunt betekent ten gunste van het bewind, maar eerder een radicalisering van de Syrische maatschappij tegen Assad zal teweegbrengen.

De Saoedische regering bepleitte gisteren weer wapenhulp aan de rebellen. Ook een invloedrijke Amerikaanse Republikeinse senator, Lindsey Graham, sprak zich gisteren uit voor wapenhulp, via de Arabische Liga. Maar de meeste westerse regeringen staan daar huiverig tegenover, onder andere omdat niet duidelijk is wie precies de rebellen zijn. (Reuters, AP, AFP)