Schwanewilms verheft en roert

Anne Schwanewilms (sopraan), Charles Spencer (piano). Gehoord: 3/3 Muziekgebouw aan ´t IJ, Amsterdam. Volgend concert: 28/4 Sergej Leiferkus.

Anne Schwanewilms, het afgelopen decennium de grote stersopraan in het Amsterdamse Concertgebouw en het Muziektheater, gaf zaterdag een liedrecital in de fraaie serie ‘Grote Zangers’ in het Muziekgebouw aan ’t IJ. Schwanewilms is met haar stralend strakke stem gevierd in Strauss en Wagner. Hier zong ze Mahler en Liszt, samen met de superieure pianist Charles Spencer, een ‘Grote Begeleider’.

Prachtig samengesteld was het puur romantische programma: van Mahler liederen uit Des Knaben Wunderhorn en de Rückert-Lieder, van Liszt drie liederen uit Schillers Wilhelm Tell en liederen op tekst van Victor Hugo en Heinrich Heine. Liszt en Mahler liepen als vanzelfsprekend in elkaar over met hun afwisseling in burleske humor (vier keer liet de koekoek zich horen) en melancholieke bezonkenheid, eindigend met het verstilde Ich bin der Welt abhanden gekommen.

Schwanewilms is een acterende zangeres met ontwapenende mimiek en gebaar en een voorbeeldig zingende actrice, die voor beide soorten liederen een eigen stem heeft. De beeldende middenstem is voor de komische verhalende liederen met de verschillende rolletjes, zoals Lob des hohen Verstandes, over de zangwedstrijd tussen koekoek en nachtegaal.

En ze heeft haar onwaarschijnlijk zeer hoge stem, waarmee ze pianissimo een magisch aura creëert, een rechtstreekse verbinding met een andere, eeuwige wereld. Hoogtepunten hier waren Ich atmet’ einen linden Duft en Wo die schönen Trompeten blasen, het verhaal van de dode soldaat wiens geest ’s nachts aanklopt bij zijn lief. Spencer deed in verstilling, spanning en subtiliteit niet voor Schwanewilms onder, het was een zeldzaam verheffend concert. De zaal was buitengewoon enthousiast en hoorde als toegift nog het fenomenaal vertolkte Ach, was Kummer, Qual und Schmerz van Strauss: humoristisch muziektheater van topklasse.