Schade van gif erft nog generaties lang over

Zelfs de achterkleinkinderen van rattenmoeders die tijdens hun zwangerschap aan bestrijdingsmiddelen, kerosine, of stoffen uit plastics zijn blootgesteld, hebben vruchtbaarheidsproblemen.

Vooral de vrouwelijke nakomelingen worden getroffen. Die achterkleindochters komen eerder in de puberteit en hebben minder eicellen. De mannelijke nakomelingen krijgen soms slecht zaad, alleen als hun zwangere overgrootmoeders aan kerosine waren blootgesteld.

Dat schrijven onderzoekers van Washington State University in een eind vorige week online gepubliceerd artikel in het tijdschrift PLoS. In de meeste Westerse landen zijn meisjes de afgelopen decennia eerder in de puberteit gekomen. Daar zijn verschillende verklaringen voor bedacht, onder andere dat de kinderen zelf aan milieuverontreiniging met hormonale effecten blootstaan. Hier wordt een nieuw mechanisme beschreven.

Milieuverontreinigende stoffen waar ratten in de eerste helft van hun zwangerschap aan zijn blootgesteld blijkt het DNA van hun ongeboren jongen te veranderen. Het gevolg is dat sommige genen blijvend meer of minder actief worden – het is een epigenetisch effect: niet de erfelijke code van de genen in het DNA verandert, maar er binden methylgroepen aan het DNA, waardoor de werking van genen wordt geblokkeerd.

Een epigenetisch effect op de achterkleinkinderen blijft waarschijnlijk in latere generaties ook nog bestaan. De achterkleinkinderen zijn de eerste generatie die niet meer direct aan de milieuverontreiniging zijn blootgesteld. Zwangeren dragen niet alleen hun kinderen in hun baarmoeder. Die foetussen vormen in de eerste helft van hun zwangerschap ook al de geslachtscellen waar hun kinderen (de kleinkinderen van de zwangeren) uit worden geboren. Pas de derde generatie (de achterkleinkinderen) is zeker niet blootgesteld.

De onderzoekers noemen hun resultaat een eerste bewijs. De zwangere ratten kregen een hoeveelheid gif ingespoten die honderd keer zo laag was als de dodelijke dosis. Om het echte effect te meten zijn proeven bij verschillende doseringen nodig.