Obama: oorlogstaal brengt Iran dichter bij kernwapen

President Obama vindt het gepraat over een Israëlische aanval op Iran riskant. Hij wil een atoomwapen voorkomen met diplomatie. „Dit is niet het moment voor gebulder.”

President Barack Obama heeft een toespraak voor de grootste pro-Israëlische lobbyorganisatie van Amerika, AIPAC, gisteren aangegrepen om te waarschuwen dat er „te gemakkelijk wordt gepraat” over een aanval van Israël op Iran. Oorlogsdreigementen kunnen Iran alleen maar dichter bij een nucleair wapen brengen, zei Obama. „Voor de veiligheid van Israël, van Amerika en van de wereld, is dit niet het moment voor gebulder.”

Obama moet voorzichtig navigeren. Hij wil een oorlog met Iran voorkomen, maar moet ook solidair zijn met de oude bondgenoot Israël. Bovendien heeft Obama bij de presidentsverkiezingen de steun nodig van de leden van AIPAC en andere Amerikaans-joodse kiezers, traditioneel vaak Democraten.

Iran zal ook het dominante onderwerp zijn in gesprekken vandaag met de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, die op bezoek is in Washington. Israël zegt dat Iran in het geheim een atoomwapen bouwt, Iran ontkent dat. Volgens de Verenigde Staten heeft Teheran het besluit daartoe nog niet genomen, en moeten internationale sancties Iran ertoe bewegen te stoppen met het verrijken van uranium.

Netanyahu zinspeelt echter op een aanval om Iran af te schrikken van de ontwikkeling van een nucleair wapen. Amerika gelooft niet dat een aanval een wapenprogramma zal stoppen, en vreest voor escalatie in de regio. De VS weigeren daarom steun te geven aan zo’n aanval.

In zijn toespraak gisteren refereerde Obama herhaaldelijk aan de vriendschap met Israël en hij zei ook meerdere malen dat Iran onder geen beding een atoombom mag krijgen. Mocht het nodig zijn, dan is hij bereid „alle aspecten van Amerikaanse macht” in te zetten. „Alle opties liggen op tafel, en ik meen wat ik zeg.”

Maar, zo zei Obama ook duidelijk, het is voor iedereen beter dat de oplossing wordt gezocht in internationale diplomatie. „Israël en de Verenigde Staten hebben beide belang bij een diplomatieke uitweg. Per slot van rekening verdwijnt het probleem pas echt als Iran besluit om af te zien van nucleaire bewapening.”

Obama moest zijn woorden zorgvuldig kiezen, want iedere stellingname kan het wankele evenwicht tussen Israël, Iran en de Verenigde Staten verstoren. Afgelopen vrijdag, op een forumdiscussie van de progressieve denktank Brookings in Washington, noemde oud-diplomaat en onderzoeker Suzanne Maloney van het Saban Center for Middle East Policy dit „een klassieke catch-22” voor Obama. „Hij balanceert tussen twee kwaden en dat is steeds moeilijker vol te houden. Wat niet meehelpt, is dat de internationale sancties tegen Iran ook negatieve gevolgen in Amerika gaan krijgen, zoals hogere benzineprijzen.”

Oorlog, het door Israël geopperde alternatief voor sancties, moet Obama subtiel uit het hoofd van Netanyahu praten. Maar al te openlijk kan dat niet, zei oud-onderminister van Defensie onder president Clinton, Robert Gallucci. Zegt Obama tegen Netanyahu dat Israël nooit steun krijgt voor een aanval, dan raakt de relatie tussen de bondgenoten ernstig beschadigd. Bovendien neemt het de druk weg bij Iran. Steunt hij openlijk een Israëlische aanval, dan wordt Amerika een oorlog ingezogen waar het geen trek in heeft.

Er is volgens Gallucci, die „zeker weet” dat Iran aan nucleaire wapens werkt, geen oplossing voor Amerika. „Onderhandelingen zullen geen effect hebben, sancties evenmin. Alleen gewapend ingrijpen kan mogelijk effectief zijn om het atoomwapenprogramma te stoppen, maar de gevolgen zijn niet te overzien.”

Dennis Ross, tot voor kort Obama’s adviseur voor het Midden-Oosten en beschouwd als pro-Israëlisch, gaf een paar weken geleden een duidelijk signaal aan Israël over de positie van Obama. Sancties, zei hij tegen de Israëlische krant Ha’aretz, werken en verdienen een kans.

Maar in de wandelgangen van de Brookings-conferentie waren zorgen te horen over de houdbaarheid van deze positie in een verkiezingsjaar. Stoere taal aan het adres van Iran is een onmisbaar ingrediënt in het vocabulaire van drie van de vier Republikeinse presidentskandidaten (Ron Paul is fel tegen een oorlog). Twee scenario’s werden door verscheidene deelnemers realistisch genoemd. Israël wacht tot er in het Witte Huis een Republikeinse president zit, die Israël gunstiger gestemd is. Of Israël slaat juist nu toe en stelt Obama voor een fait accompli terwijl hij ook vecht voor de cruciale joodse stem. Vandaag spreken Rick Santorum, Newt Gingrich en Mitt Romney voor AIPAC, en zij zullen met oorlogstaal aan het adres van Iran komen.

Obama kan zich niet voor oorlog uitspreken, maar Netanyahu evenmin de deur wijzen. De Israëlische premier moet volgens oud-diplomaat Suzanne Maloney dit antwoord van Obama te horen krijgen: „Sancties en nieuwe onderhandelingen met Iran zijn verre van perfect. Maar het is het enige dat we hebben.”

Ondertussen probeert Obama de gunst van de Amerikaans-joodse kiezers te behouden. In zijn een veertig minuten durende toespraak gisteren voor AIPAC, keek de president vooral terug op de successen van zijn regering voor de Israëlisch-Amerikaanse relaties. Hij noemde dat Amerika het had opgenomen voor Israël na het kritische Goldstone-rapport over de Gaza-oorlog en de storm van kritiek na de entering van een hulpkonvooi voor Gaza. „Dus als iemand in dit verkiezingsjaar twijfel uit over mijn steun aan Israël, dan strookt dat niet met de feiten.”