O, het was niet waar? Aha.

Het gaat ongeveer zo:Hij: „Nee, ze kon dit keer niet mee naar Frankrijk. Ook natuurlijk vanwege haar akkefietje bij de douane een paar jaar geleden, toen ze nog die bolletjes slikte.” Speld mij iets op de mouw, bedot me, neem mij beet, maak mij iets wijs – ik trap overal in Ik: „Wow, heeft zij

Het gaat ongeveer zo:Hij: „Nee, ze kon dit keer niet mee naar Frankrijk. Ook natuurlijk vanwege haar akkefietje bij de douane een paar jaar geleden, toen ze nog die bolletjes slikte.”

Speld mij iets op de mouw, bedot me, neem mij beet, maak mij iets wijs – ik trap overal in

Ik: „Wow, heeft zij echt bolletjes geslikt?”

Hij: „Nee, natuurlijk niet.”

Of het gaat zo:

Hij: „Je hebt wel echt prachtige vulkanen op het eiland. Ik heb ook wel eens een vulkaan van binnen beklommen.”

Ik: „Nah, kan dat?”

Hij: „Hahahaha, je gelóófde het!”

Jawel, ik geloofde het. Dit genre grapjes en ik zijn geen goede combinatie. Het is simpelweg te makkelijk: speld mij iets op de mouw, bedot me, neem mij beet, maak mij iets wijs – ik trap overal in. In het Engels bestaat een prachtige term voor dit fenomeen: gullible. Het klinkt als het woord voor een veel te blij visje dat steeds weer vol overgave tegen de glazen ruit van een aquarium aan zwemt.

Nu zijn er mensen die er heel erg van genieten om andere mensen op deze manier in de maling te nemen. Dit zijn meestal mannen. Ze bedenken iets dat net afwijkt van de waarheid, vertellen het met enige nonchalance – een geamuseerde twinkeling in de ogen – en als je vervolgens hun verzinsel gelooft, roepen ze triomfantelijk uit dat je er toch maar mooi ingestonken bent. Waarna ze nog even hun hoofd schudden: je betwijfelde het niet eens! Met open ogen! Wat een nederlaag! Waarschijnlijk gaat het in het hoofd van deze mensen zo: ik lieg + jij gelooft het = ALS IK ZOU WILLEN ZOU IK EEUWIG OVER JOU KUNNEN HEERSEN.

Het punt is: in deze conversaties verblijven de grappenmaker en de goedgelovige in twee verschillende werelden. De beduvelaar zou door de grond gaan als hij iets zou geloven dat niet waar is. Wij denken: „O, het was dus toch niet waar? Aha.” Je kan immers wel de hele tijd dingen verzinnen (‘Ik ben ook op Kreta geweest. Nee toch niet. Wel op Corfu. Niet dus. Ik hou van kaas. Nee hoor, helemaal niet waar!’) – maar waarom zóú je, in godsnaam?

Een grap moet een beetje origineel of absurd zijn, en niet alleen verzonnen worden om onze naïviteit te testen. Wij geloven je omdat er geen reden is om dat niet te doen. Tijdens een conversatie staat de goedgelovige open voor verrassingen, is bereid mee te denken, volgt graag een onverwachte gedachtengang en heeft een grote fantasie: heb je echt een vulkaan van binnen gezien? Wat geweldig! Het visje dat telkens tegen de ruit aan zwemt omdat hij benieuwd is naar wat daar buiten zal zijn – vol overgave.

Dus ook al is het aangedikt, opgeblazen of komt er een depressieve hamster aan te pas, wij zullen vol interesse door blijven vragen.