Moeilijk om Nederlanders ergens achter te krijgen

André Bolhuis, voorzitter van NOC*NSF, wil het Olympisch Plan beter uitventen. De kritiek klinkt zelfs binnen de sportkoepel. Maar: „Wij veranderen bij de geringste tegenwind niet van koers.”

utrecht andre bolhuis foto rien zilvold

Vermoei André Bolhuis niet met negativisme over het Olympisch Plan 2028. Als grimassen zijn afkeer van zo’n houding al niet weergeven, zijn het wel zijn verbale reacties. Het plan is volgens de voorzitter van sportkoepel NOC*NSF volop in uitvoering. Dat is alleen onvoldoende zichtbaar. Tot zijn ergernis. „Onze boodschap is kennelijk moeilijk voor het voetlicht te brengen.”

De verwarring komt volgens Bolhuis (65) doordat velen een rechtstreekse koppeling met de Olympische Spelen leggen. Natuurlijk is het de wens in 2028 de Spelen naar Nederland te halen. Ook van hem. Maar het is volgens de voormalige hockeyinternational veel te vroeg daarover te speculeren.

Het Olympisch Plan moet de weg naar ‘2028’ bereiden. De geplande volgorde: eerst sport een nog nadrukkelijker rol in de samenleving geven én draagvlak voor de Spelen creëren. Pas als dat is gelukt kan over de kandidatuur worden besloten. Op z’n vroegst in 2016. Dat proces heet in bestuurdersjargon ‘Nederland op olympisch niveau brengen’.

Om het Olympisch Plan 2028 meer gezicht te geven, hebben Bolhuis en Camiel Eurlings, de voorzitter van het uitvoerend orgaan Olympisch Vuur, vrijdag tijdens een indringend gesprek besloten zich nadrukkelijker te profileren. Want dat is hard nodig, meent Bolhuis.

Er wordt geklaagd over de onzichtbaarheid van Eurlings. Terecht?

André Bolhuis: „Niet als daarmee wordt verondersteld dat het Olympisch Plan stagneert. Camiel zegt terecht dat hij niet voortdurend wat over de Spelen hoeft te roepen. Het Olympisch Vuur is geen bidcomité maar moet ervoor zorgen dat partijen in de samenleving aan de slag gaan. Maar we zijn er onvoldoende in geslaagd de resultaten onder de aandacht te brengen. Daardoor is het Olympisch Plan niet naar een hoger niveau getild. Het is zo nu en dan nodig het plan beter uit te venten. Camiel en ik gaan daarom meer doen om mensen te enthousiasmeren.”

Wat zijn dan de resultaten?

„De 70 miljoen euro die sportminister Edith Schippers heeft uitgetrokken voor ‘sport in de buurt’ – sport blijft buiten de bezuinigingen; er wordt zelfs in geïnvesteerd. Of de bouw van een sporthal op Papendal. Het binnenhalen van de EK atletiek in 2016. En het Europees Jeugd Olympisch Festival, volgend jaar in Utrecht. Maar ook de kandidatuur van Rotterdam voor de Jeugd Olympische Spelen in 2018. En tal van projecten op gemeentelijk en provinciaal niveau. Allemaal een rechtstreeks gevolg van het Olympisch Plan.”

Het draagvlak voor de Spelen is gedaald, blijkt uit onderzoek. Wat vindt u van die uitkomst?

„Ik constateer dat 65 procent van de bevolking niet tegen is. Dat is een meerderheid. Maar er is gevraagd naar iets wat niet aan de orde is. Nogmaals, we zijn niet met een bid bezig. We zullen daarom het plan nog enthousiaster moeten uitdragen.”

Criticasters betwijfelen de voortgang van het Olympisch Plan. Wat vindt u daarvan?

„Jammer. We moeten geen herhaling krijgen van de kandidatuur in jaren 1983-1985 toen er een goed plan [voor Amsterdam ’92] lag, maar de bevolking niet wilde. We moeten het juist beter doen.”

Een stroming zegt het Olympisch Plan los van de Spelen te zien, een andere stroming nadrukkelijk niet. Wat vindt u van die richtingenstrijd?

„Ik heb geen zin er veel aandacht aan te besteden. Als ik me daar iets van moet aantrekken, heb ik geen leven meer. We hebben de ambitie de Spelen te organiseren, maar we gaan ons nu nog niet gedragen als een bidcomité. Dat mag ook helemaal niet van het Internationaal Olympisch Comité (IOC).”

Maar de kritiek komt zelfs van binnenuit. Is een betere afstemming dan niet raadzaam?

„Natuurlijk, maar wanneer heb je zaken op elkaar afgestemd? Door mensen eindeloos te overtuigen? Men moet ook zelf nadenken. Wij zijn een richting uitgegaan en veranderen bij de geringste tegenwind niet van koers.”

Dit voorjaar zou alvast een stad worden gekozen. Hoe staat het daarmee?

„Vraag is of we dat nu moeten doen. We kunnen er ook nog eens over nadenken. Er is een politieke ambitie om een keus te maken. Maar Eurlings gaat daarover binnenkort nog eens praten met minister Schippers en de burgemeesters van Amsterdam en Rotterdam. Het kan alle kanten op. Misschien is het wel mijn taak consensus te bereiken over een andere route. We zijn er nog niet uit.”

Is het proces van het Olympisch Plan moeilijk beheersbaar?

„Ja, en dat is jammer. Maar ook heel Nederlands. Het is moeilijk mensen ergens achter te krijgen. Tenzij er sprake is van watersnood. Of de Elfstedentocht. En het Nederlands elftal natuurlijk. Die steun zou ik ook graag bij het Olympisch Plan zien.”