In de haven is er meer dan genoeg werk

Jongeren kunnen zó aan de slag in de Rotterdamse haven. Maar het werk zou zwaar en vies zijn. Met busexcursies wordt dat imago opgevijzeld.

Stadsverslaggever Rotterdam

Rotterdam. Door het raam ziet Bayram Samanci (31) honderden gele containers. Met kranen worden ze vanuit een schip op de kade getakeld.

Bayram zit zonder werk. Al een jaar. Zijn dagritme: ’s ochtends uitslapen, ’s avonds hangen op straat. Bayram: „Je voelt je nutteloos.”

Daarom zit Bayram vandaag in de bus, samen met dertig andere allochtone jongeren uit Rotterdam-Zuid. Ze zijn allemaal werkloos en hebben zich vrijwillig ingeschreven voor een busexcursie door de haven. Met deze rondleiding proberen de havenbedrijven werklozen en scholieren te enthousiasmeren voor een baan in de Rotterdamse haven. In de sector dreigt een tekort aan werkkrachten.

De eerste stop van de bus is bij een groot opslagbedrijf. In de loods staan rijtjes pallets met dozen visfilet erop. Een medewerker van het bedrijf laat de vriescel zien waar het vlees ligt opgeslagen. Abdel, een 33-jarige werkzoekende met een zwart baardje, vindt het maar niks. „Het is hier te koud.” Bovendien is het werk te zwaar voor hem, denkt Abdel. „Ik heb een slechte conditie.”

De medewerker legt uit dat het bedrijf meer doet dan slepen met dozen. „Jullie denken misschien dat dit dom werk is”, zegt hij, „maar forget it. In zo’n container zit voor 600.000 euro aan producten. Dat is niet iets wat je zomaar op een pallet gooit. Daar komt veel meer bij kijken.”

Bij de volgende stop, in het Educatief Informatiecentrum Mainport Rotterdam, speelt directeur Jaap Luikenaar in op het statusgevoel van de jongeren. „Als je in de haven werkt, ben je echt wel iemand”, zegt hij. Een havenwerker wordt volgens Luikenaar goed betaald en heeft een grote verantwoordelijkheid. „Ga maar na: alle producten komen via de haven het land in.”

De jongeren hebben veel vragen. Krijg je geen rugpijn van het werk? Klopt het dat je veel nachtdiensten moet draaien? Een andere jongen weet te vertellen dat je „fysiek en mentaal helemaal kapot gaat” aan het werk hier.

Bij allochtone jongeren heeft de haven een zeer negatief imago, weet Mesut Disli van de islamitische koepelorganisatie SPIOR. „Deze jongeren kennen de haven van de verhalen van hun ouders. Die kwamen naar Nederland om in de haven te werken. Toen was het nog zwaar en slecht betaald werk. Veel ouders willen daarom liever dat hun kind iets in de handel of economie gaat doen.”

Maar de haven is geautomatiseerd. Het zware werk wordt nu door heftrucs gedaan. En de salarissen liggen relatief hoog. Een ervaren kraanmachinist kan meer verdienen dan een huisarts in loondienst.

„Het is een hardnekkig misverstand dat wij hier alleen smerig werk doen”, zegt directeur Huub Kleinrouweler van de stichting KMR, een samenwerkingsplatform van havenbedrijven, onderwijsinstellingen en overheden. Via het platform willen zij ervoor zorgen dat de haven ook in de toekomst blijft voorzien van technisch en logistiek geschoold personeel. Die instroom staat onder druk. Nu al kampt de haven met een jaarlijks tekort van bijna 100 hbo’ers en ruim 200 mbo’ers. Door de aanleg van de Tweede Maasvlakte zal de vraag naar arbeidskrachten alleen maar toenemen. „Ook in de haven zal de vergrijzing toeslaan”, zegt Kleinrouweler. „Bij sommige bedrijven gaat ruim eenderde van de werknemers binnen tien jaar met pensioen. Er zullen duizenden banen vrij komen.”

Een maatregel om dat op te vangen, is de oprichting van technische vakscholen. Op deze scholen is veel aandacht voor technische vakken en lopen vmbo en mbo in elkaar over. Nog dit jaar wil Rotterdam vier van deze opleidingen hebben. Volgens wethouder Hugo de Jonge (Onderwijs, CDA) zorgen vakscholen ervoor dat de haven bij jongeren „tussen de oren” komt te zitten. De Jonge: „Ook ouders en docenten moeten gaan beseffen dat leerlingen lang niet altijd het beste af zijn met een administratieve opleiding.”

Kleinrouweler maakt zich nog de meeste zorgen over de onzichtbaarheid van de haven bij de Rotterdamse bevolking. „Als ik hoor van jongeren dat ze totaal geen idee hebben van wat er in de haven gebeurt, dan geeft dat te denken. Ze beseffen niet dat hier een van de belangrijkste industriële complexen van Nederland is gevestigd. Men denkt dat in de haven alleen wat boten afmeren.”

Dat is precies wat Anouar Talidi (25) dacht voordat zijn rondleiding door de haven begon. „Maar er blijkt hier veel meer te doen.” Anouar vond de bustocht „erg interessant” en gaat thuis meteen kijken of er vacatures zijn. Op wat voor baan mikt hij? „Een administratieve”, zegt Anouar. „Iets met m’n hoofd. Geen gesjouw.”