Hij kon gewoon niet meer tegen dat gezeik van haar

Wie: Vincent H. (42)

Waar: Rechtbank Utrecht

Staat terecht voor: Poging tot doodslag en toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij zijn vriendin

Voor de deur van de rechtszaal zit een vrouw met hennarood haar te wachten. De wangen van haar smalle gezicht zijn ingevallen.

De vrouw is het slachtoffer van de man die zo voor moet komen bij de meervoudige kamer van de rechtbank in Utrecht, Vincent H. Op 29 augustus heeft hij haar in hun woning geslagen, geschopt en bij de keel gegrepen tot ze geen lucht meer kreeg. Bij de politie verklaarde ze dat ze op het punt stond buiten westen te raken toen hij haar keel losliet.

Als ze de zaal ingaat, wijst de bode haar een stoel aan op de derde rij. Maar ze gaat helemaal vooraan zitten, dichtbij de stoel waar de verdachte zo komt te zitten. Sinds de avond van de mishandeling zit hij vast. Twee agenten escorteren hem de zaal in. De vrouw staat op, steekt haar hand naar hem uit, die hij schudt. Als de agenten doorkrijgen wie de vrouw is, sturen ze haar een paar rijen naar achteren.

Maandag 29 augustus was eigenlijk een mooie dag geweest, vertelt H. aan de rechters. Hij en zijn vriendin hadden sinds kort een woning. Die dag had hij gewerkt bij de bloemenveiling, waar hij net een contract had gekregen. De toekomst zag er goed uit. Jammer dat zij zo wispelturig was. Die bewuste middag was H. in slaap gevallen op de bank. Toen zijn vriendin thuiskwam, begon ze „meteen te zeiken”. Dat hij al het bier had opgedronken en porno had gekeken. H., net wakker, schreeuwt: „Hou op met zeiken, kankerhoer!” Als ze niet ophoudt met schreeuwen, pakt hij haar bij de keel en knijpt die dicht.

Haar dochter, die toen bij haar woonde, hoort dat het uit de hand loopt. Volgens de dochter wordt haar moeder al twee jaar lang bijna elke dag mishandeld. H. is daarvoor ook al een keer veroordeeld. De dochter ziet de twee worstelen en belt 112.

Vincent H. zegt tegen de rechter: „Ik heb haar niet geprobeerd te vermoorden, anders had ik haar keel toch wel langer dichtgeknepen?”

Hij claimt geen vlaag van verstandsverbijstering. Hij „kon gewoon niet meer tegen dat gezeik”, zegt hij geëmotioneerd. Hij snikt: „Dat het zó kut is thuis dat je wou dat je weer op je werk was.”

De vriendin van H. heeft hem al twee keer opgezocht in de gevangenis. Ze vindt dat hij na drieëneenhalve maand zitten eigenlijk wel genoeg is gestraft. Dat zal best, vindt de officier, maar wat er is gebeurd kan niet. H. heeft zijn vriendin al eerder mishandeld en ook nog de agenten bedreigd en getrapt die hem wilden meenemen. De officier eist twee jaar gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Ook moet H. in een behandeling leren zich te beheersen. De rechters willen meer weten over H. en vragen de reclassering een rapport over hem te maken.

Als Vincent H. de zaal uit wordt geëscorteerd, grijpt zijn vriendin de gelegenheid om haar hand weer naar hem uit te steken, waar hij een kus op drukt. „Doei Vin”, roept ze.

Maanden later komt de zaak opnieuw op zitting. De reclassering concludeert dat H. niet de vaardigheden heeft om problemen op te lossen. De rechter legt hem de geëiste straf op: achttien maanden gevangenis.

In de gevangenis heeft hij zijn vriendin ten huwelijk gevraagd en zij heeft ja gezegd.