Het olympisch vuur is maar een waakvlammetje

Het jaarcongres over het Olympisch Plan 2028 brengt donderdag een verdeeld gezelschap bij elkaar. Een van de prangende vragen is: moet Nederland zich nu wel of niet voluit inzetten voor een olympische kandidatuur?

Er is een plan om in 2028 de Olympisch Spelen naar Nederland te halen. En er is scepsis over dat plan. Veel scepsis.

Veel betrokkenen klagen. Over een gebrekkige voortgang, onbekendheid bij het publiek, onduidelijkheid over de taakverdeling, verdeeldheid over de koers of onzichtbaarheid van het ‘gezicht’ Camiel Eurlings. Gemene deler van het klachtenrepertoire: het moet (veel) beter.

De voortgang

Er is ongenoegen over de voortgang van het Olympisch Plan. De ideeën leven onvoldoende, is een breed gedragen opvatting. De kritiek geldt Olympisch Vuur, de organisatie van voorzitter Camiel Eurlings die verantwoordelijk is voor de uitwerking van het Olympisch Plan 2028.

„Het olympisch vuur is een waakvlammetje geworden. Het moet aangewakkerd worden. Je hoort de mensen er niet over praten. Het plan moet gaan leven, op scholen, binnen clubs”, zegt Els van Van Breda-Vriesman, voormalig IOC-lid en raadgever van het Olympisch Plan. Zij wijst ook op het gevaar van gemakzucht. „Als de keus voor een stad wordt gemaakt, moet er een strategie zijn. Je zult een slim plan moeten hebben om de oppositie te weerstaan en de bevolking mee te krijgen. En er moeten garanties van de overheid zijn, anders is elk plan overbodig.”

Joop Alberda is zeer kritisch. „Er gebeurt niks.” Volgens de coach van het gouden volleybalteam op de Spelen in 1996 en voormalig technisch directeur van sportkoepel NOC*NSF is de tijdspanne tot 2028 veel te lang. „Als een plan urgentie mist, worden mensen cynisch.” Alberda vraagt zich af wat hij nog in de adviesraad van Olympisch Vuur te zoeken heeft, omdat die nauwelijks wordt ingeschakeld. „Ik wil wat doen. Als ik geen bijdrage kan leveren, kan ik mijn tijd wel beter besteden.”

Hans den Oudendammer, directeur van Rotterdam Topsport, is genuanceerder. Geen wonder, want hij is dagelijks met het Olympisch Plan 2028 bezig. Rotterdam heeft zich kandidaat gesteld en moet de strijd aangaan met Amsterdam. „Ik kan me voorstellen dat een deel van de sportwereld, het bedrijfsleven en de cultuursector slecht wordt bediend. Zij worden er niet echt bij betrokken.”

Directeur Jan de Jong van omroeporganisatie NOS vindt dat op de EK’s en WK’s die in Nederland worden gehouden (waterpolo, tafeltennis) onvoldoende olympische ambitie blijkt. „Er is geen regie. Ja, dat ligt aan Olympisch Vuur. Of aan NOC*NSF, want de rolverdeling is mij niet altijd duidelijk. Het ontbreekt ook aan een marketingcampagne, het publiek wordt niet op de hoogte gebracht.”

De stilte rond het Olympisch Plan is een bewuste keus, verdedigt oud-roeier Gerritjan Eggenkamp. Hij is zowel lid van het dagelijks bestuur als de council, het hoogste beslisorgaan van Olympisch Vuur. „Dit is een lange termijnproject, waarbij we niet continu een mediashow hoeven op te voeren. In 2016 wordt pas beslist of Nederland de Spelen probeert binnen te halen. Dan is het niet meer dan gezond dat het nu even rustig is.”

De koers

Binnen Olympisch Vuur is een richtingenstrijd gaande over de koers. Eén stroming wil nog van geen Spelen weten en vindt dat eerst meer Nederlanders moeten sporten om draagvlak voor de Spelen te krijgen. Deze groep wil pas in 2016 over een kandidatuur beslissen. ‘Zonder basis geen Spelen.’ Een andere groep vindt dat het vizier nu al voluit op de Olympische Spelen gericht moet zijn. Zonder doel geen plan.

Sportconsulent Frank van den Wall Bake en lid van de adviesraad Club van 2028 behoort tot de eerste groep. Hij wil dat er rigoureus afstand wordt genomen van een koppeling aan de Spelen. „Je mag best de ambitie uitspreken, maar het accent er niet te zwaar op leggen. We zitten in een economische crisis; dan zeggen mensen al snel: houd op met die onzin over de Spelen.”

NOS-directeur De Jong behoort tot de tweede groep en vindt dat Nederland al lang rijp is voor het evenement. Hij is voor helderheid. „Bij ambitie hoort een doel. Dat zijn in dit geval de Spelen. En dan lijkt me een goede sportcultuur vanzelfsprekend. Ik draai het om.”

Vanuit Rotterdam committeert Den Oudendammer zich aan de voorzichtige lijn. Hij betreurt het dat er van diverse kanten op wordt aangedrongen nog dit voorjaar de keus voor een stad te maken. „Eerst een plan, dan een bid, dat vind ik de juiste volgorde. De keus voor een stad komt te vroeg. Rotterdam heeft daar geen belang bij. Dat onttrekt aandacht aan lokale olympische projecten die in de stad gaande zijn.”

Er moet uitdrukkelijk op de Spelen afgekoerst worden, vindt olympisch roeikampioene Kirsten van der Kolk, een van de vele voormalige sporters die deel uitmaakt van de adviesraad Topsportteam 2028. „Ik zie het verschil niet. Ik trainde voor de Spelen, niet voor de voorbereiding. Het één kan niet zonder het ander.”

Zij vindt drievoudig olympisch zwemkampioen Pieter van den Hoogenband, ook lid van het Topsportteam 2028, aan haar zijde. „Dat ‘op olympisch niveau brengen’ en ‘draagvlak creëren’ vind ik van die politiek correcte termen. Je moet een doel hebben, anders raak je de weg kwijt. Ik ging naar de Spelen om te winnen en nergens anders om. Als we hetzelfde gevoel weten op te roepen als onlangs rond een Elfstedentocht gaan de mensen er vanzelf achter staan.”

Bedrijfsleven afstandelijk

Het bedrijfsleven is tot nu toe niet enthousiast. Dat heeft economische redenen, maar het komt ook door het ontbreken van een helder plan. Dat moet volgens Van den Wall Bake, kenner van de sponsorwereld, niet als desinteresse uitgelegd worden. „Het bedrijfsleven wil wel, maar wel op basis van een businessplan. Men is panisch voor opportunisme.”

Oud-roeier Eggenkamp maakt zich geen zorgen. „Bij een recessie wordt niet snel geld aan de Spelen uitgegeven. Daar kom bij dat de Spelen relatief risicovrij gehouden kunnen worden. Nederland hoeft geen nieuwe luchthaven, ringweg of metro aan te leggen.”

Zijn opvatting wordt ondersteund door Van Breda-Vriesman, die vertelt dat de operationele kosten van de Spelen zo’n vier miljard euro bedragen. Het IOC betaalt de helft. „Vanaf 1984 zijn alle Spelen winstgevend geweest.” De eventuele investeringen in infrastructuur en stadions telt zij daarbij niet mee.

De defensieve houding van het bedrijfsleven kan De Jong van de NOS wel begrijpen. „Zo lang er geen keus is gemaakt en geen stad is gekozen, kun je niet verwachten dat bedrijven toehappen.”

De onzichtbaarheid van Eurlings

Na zijn presentatie als voorzitter van Olympisch Vuur, een half jaar geleden, heeft Camiel Eurlings zich nog niet als de grote aanjager van het Olympisch Plan gepresenteerd. Hij opereert vooralsnog achter de achter de schermen, want bij sportbijeenkomsten wordt hij zelden gesignaleerd. Ook in de media is de oud-minister voornamelijk afwezig. Zijn beperkte présence is niet onopgemerkt gebleven.

Den Oudendammer zou Eurlings graag als een lobbyist van het Olympisch Plan door het land zien trekken. „Ik lees kranten, kijk televisie en luister radio, maar zie hem niet of nauwelijks.” NOS-directeur De Jong, die zich veelvuldig in sportkringen ophoudt: „Ik ben Eurlings nog niet in zijn nieuwe rol tegengekomen.”