Gevecht met zichzelf is nu echt voorbij

Bij Paulien van Deutekom was de drive weg. In Thialf beëindigde ze haar loopbaan.

Redacteur Schaatsen

Heerenveen. Zelden glimlachte een sporter zo gelukzalig als Paulien van Deutekom, samen met Sven Kramer in een oldtimer tijdens de ereronde bij het WK allround in Berlijn van 2008. Wereldkampioen, zij, de schaatsster uit het gewest Zuid-Holland en ooit begonnen met een stagecontractje bij de TVM-ploeg? „Beestachtig in haar sportbeleving maar ze kon ook zo genieten”, herinnert haar toenmalige coach Gerard Kemkers zich het hoogtepunt in Van Deutekoms carrière. Zie haar stralend naast Kramer zitten in de Opel in het Berliner Sportforum. Zwaaiend naar alle toeschouwers. „Ik zal het niet gauw vergeten”, mijmert Kemkers.

In tranen kondigde Van Deutekom (31) zaterdag in een sfeervol Thialf haar afscheid aan, kort na haar verloren 1.500 meter tegen de Amerikaanse Heather Richardson. Zestiende tijd, 2.02,80, bijna 7 seconden langzamer dan winnares Ireen Wüst. „Topsport is klaar, ik heb het gehad”, zei ze. Zeven jaar afzien in de anonimiteit van het gewest. Alsnog doorgebroken naar de wereldtop bij TVM. Zichzelf te ver pushen, ernstig overtraind, ver terugvallen en nog twee seizoenen vergeefs proberen terug te komen in de Controlploeg van Jac Orie. „Ik geloof geheid dat ik het nog zou kunnen. Maar wil je het nog?”

Haar tranen waren niet van verdriet. „Ik heb er heel veel voor gedaan en erg van genoten.” Wel huilde ze van emotie, in het besef dat haar topsportleven nu echt voorbij is. „Als je terugkijkt, is topsport heel mooi.”

Zelfs, of misschien wel juist na het ultieme gevecht dat ‘de Deut’ jarenlang met zichzelf voerde. Waarin ze al vaker op het punt had gestaan om ermee te stoppen maar toch weer doorzette. Met ‘Berlijn 2008’ – waar ze na Stien Baas-Kaiser, Atje Keulen-Deelstra, Renate Groenewold en Ireen Wüst als vijfde Nederlandse schaatsster wereldkampioen allround werd – als beloning.

„In de junioren ben ik al een paar keer over de kop gegaan”, keek ze terug. Onder gewestelijk trainer Wim Nieuwenhuizen was rustig aan doen geen optie. „Ze heeft daar zes jaar Spartaans getraind”, vertelde Wim den Elsen, haar latere trainer op de Haagse Uithof, in 2008. „Wie dat aankan, is uit het goede hout gesneden.”

Toen Van Deutekom voor het eerst aan stoppen dacht, wezen ploeggenoten Ralf van der Rijst en Emiel de Jager haar op Den Elsen. Die bracht eerder Gianni Romme, Martin Hersman en Jeroen Straathof naar de top. Den Elsen geeft Van Deutekom een laatste kans in de gewestelijke selectie. Waarom? „Je hebt supertalenten als Sven Kramer, Ireen Wüst of Marrit Leenstra. Daar hoef je als trainer niet veel aan te doen. Maar je hebt er ook die niet zo goed kunnen schaatsen. Zoals Romme of Paulien. Zij hebben meer tijd nodig. Maar zelfs hen kun je nog in de juiste richting sturen.”

Den Elsen schetst de progressie die Van Deutekom bij hem in drie jaar maakte. „Van 43 seconden naar 39 op de 500, van 1.25 naar 1.15 op de 1.000 en van 2.10 naar 1.55 op de 1.500 meter.” Naast fysieke talenten herkent de trainer ook mentale topkwaliteit. „Paulien was enorm leergierig en had een sterk geloof in zichzelf.”

Net als Van Deutekom landelijk doorbreekt, is TVM-coach Gerard Kemkers op zoek naar een trainingspartner voor Groenewold en Wüst. Op een stagecontractje mag ze meetrainen, met faciliteiten waarvan ze in het gewest alleen maar kon dromen. Vooral met Wüst is er een klik. ‘De zelfmoordzusjes’ worden de trainingsbeesten genoemd. Geen grens is heilig. Naast haar wereldtitel allround behaalt Van Deutekom vier keer goud bij de NK afstanden, drie keer zilver bij de WK afstanden en de wereldtitel ploegenachtervolging.

Maar in de zomer van 2008 ‘vermoorden’ de zusjes zichzelf echt. Coach Kemkers staat erbij en kijkt ernaar, als Van Deutekom een jaar na Berlijn bij het WK in Hamar na de vijf kilometer naar adem hapt. Zevende. Wüst komt in de aanloop naar de Spelen van Vancouver terug, Van Deutekom niet. Waar haar zusje goud wint, zit zij ernstig overtraind op een zeilboot tussen Java en Bali. „Ik stop ermee”, schrijft ze in haar dagboek. Drie dagen later wil ze weer door.

In de ploeg van coach Orie hervindt ze het plezier. Trainingen gaan steeds beter, haar lichaam doet het weer. Maar in wedstrijden pijn lijden, de gedrevenheid om te winnen, die ze bij haar ploeggenoten Stefan Groothuis of Kjeld Nuis ziet? Dit seizoen twijfelt Van Deutekom hevig. Stoppen of doorgaan? „Mijn drive was één van m’n sterkste punten. Als je die niet meer hebt, moet je stoppen.”